← België

M. contra N.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 203bis, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.

1321, § 1, 2° en 3°, en § 2 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Kinderalimentatie - Bepaling - Wijze ambtshalve door de rechter gekozen Wettelijke bepalingen: oud

Art. 203bis, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.

1321, § 1, 2° en 3°, en § 2 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Allerlei Vrije woorden: Kinderalimentatie - Bepaling - Wijze ambtshalve door de rechter gekozen Wettelijke bepalingen: oud

Art. 203bis, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.

1321, § 1, 2° en 3°, en § 2 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: T.Fam.-Tijdschrift voor familierecht - 2023, nr. 2, p. 60-

  1. - SENAEVE, Patrick; Noot'Het ambtshalve toepassen van de methode-Hobin voor het bepalen van de forfaitaire onderhoudsbijdrage voor kinderen' NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2024, nr. 494, p. 35-
  2. - VASSEUR, Roeland; Noot'Cassatie keurt gebruik van de methode-Hobin inzake kindalimentatie goed' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0504.N F.M., eiser, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eiser woonplaats kiest, tegen T.N., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 19 oktober
  3. De zaak is bij beschikking van voorzitter van 20 oktober 2022 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede middel (…)
  4. De familierechter die tot beslechting van een geschil over kinderalimentatie ambtshalve toepassing maakt van een rekenmethode, met concretisering van de gewone en de buitengewone kinderkosten, steunt daarom niet op persoonlijke kennis en miskent evenmin het algemeen rechtsbeginsel tot eerbiediging van het recht van verdediging. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  5. De appelrechter oordeelt dat “de kinderkost wordt berekend aan de hand van een percentage op het geheel der samengevoegde middelen, inclusief kinderbijslag/groeipakket”, “het globaal gezinsinkomen derhalve [bestaat] uit het [reeds berekende] netto inkomen van [de verweerster], het [reeds berekende] netto inkomen van [de eiser] en de kinderbijslag/het groeipakket” en “kinderen van de leeftijd zoals die van partijen in Vlaanderen in een vergelijkbare gezinssituatie met een vergelijkbaar globaal gezinsinkomen zo’n 950,00 euro per maand [kosten] (zie ook: Hobin R., “Onderhoudsbijdragen voor kinderen – een rekenkundige benadering voor rechtspractici”, T.Fam. 2019/10, 266 ev.)”.
  6. De appelrechter die zodoende met toepassing van de rekenmethode Hobin de gewone kinderkosten concretiseert met uitsluiting van de buitengewone kinderkosten en mede op die grond de eiser veroordeelt om aan de verweerster ten behoeve van hun dochter M. voor de periode van september 2018 tot en met december 2018 een onderhoudsbijdrage van 516,84 euro te betalen, verantwoordt zijn beslissing naar recht. In zoverre kan het middel evenmin worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser veroordeelt om aan de verweerster ten behoeve van hun dochter M. vanaf januari 2019 een te indexeren onderhoudsbijdrage van 528,69 euro te betalen en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué en raadsheer Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 5 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221205.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040416.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.