← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221206.2N.24 Rolnummer: P.22.1548.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-12-08 Raadplegingen: 587 - laatst gezien 2026-06-15 06:58 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling de voorlopige hechtenis van een inverdenkinggestelde met schending van artikel 31, § 4, derde lid, Wet Voorlopige Hechtenis handhaaft voor een duur van twee maanden, terwijl de geldigheid van die titel van vrijheidsberoving niet meer dan een maand mocht bedragen, vernietigt het Hof het arrest zonder verwijzing, in zoverre het de voorlopige hechtenis handhaaft voor een duur van meer dan een maand

(1).
(1)Cass. 8 januari 2020, AR P.19.1329.F, AC 2020, nr. 19, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200108.2F.11; Cass. 20 Cass. 7 maart 2018, AR P.18.0227.F, AC 2018, nr.
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - CASSATIEBEROEP Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31, § 4, derde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31, § 4, derde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31, § 4, derde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1548.N B K, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Louis De Groote, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 17 november 2022, gewezen op verwijzing ingevolge het arrest van het Hof van 2 november 2022 (P.22.1408.N). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 31, § 4, Voorlopige Hechteniswet: het arrest verklaart eisers hoger beroep ongegrond, handhaaft de voorlopige hechtenis en zegt dat het arrest een titel van vrijheidsbeneming oplevert voor een termijn van twee maanden uit te voeren in gevangenis; nochtans kan het arrest, gewezen op verwijzing na cassatie, slechts een titel van vrijheidsbeneming opleveren van één maand te rekenen vanaf die beslissing.
  3. Artikel 31, § 4, derde lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt: “Als het gerecht waarnaar de zaak verwezen is de voorlopige hechtenis handhaaft, geldt zijn beslissing als titel van hechtenis voor een maand te rekenen van de beslissing.”
  4. Het arrest doet uitspraak op verwijzing ingevolge het arrest van het Hof van 2 november 2022, het handhaaft de voorlopige hechtenis en het zegt dat het arrest een titel van vrijheidsbeneming oplevert voor een termijn van twee maanden. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
  5. De vernietiging heeft enkel betrekking op de geldigheidsduur van het arrest als vrijheidsberovende titel. Het laat de overige beslissingen van het arrest onaangetast. De vernietiging geschiedt zonder verwijzing. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de voorlopige hechtenis handhaaft voor een termijn langer dan één maand. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond tot verwijzing is. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 6 december 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221206.2N.24 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200108.2F.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.