id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221209.1N.1 Rolnummer: C.21.0518.N Zaak: CRELAN NV contra QUATRI BV Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-12-22 Raadplegingen: 1058 - laatst gezien 2026-06-18 12:58 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221209.1N.1 Fiche In burgerlijke zaken kan een partij hoger beroep instellen indien haar belangen worden geschaad door de beroepen beslissing, welk belang voorhanden is wanneer het hoger beroep strekt tot het herstel van een vergissing of een verzuim of tot aanvulling van de rechtsgronden die hadden kunnen leiden tot een andersluidende, voor deze partij gunstige beslissing van de eerste rechter
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 17, 18, 1050 en 1057, 7° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0518.N CRELAN nv, met zetel te 1070 Brussel, Sylvain Dupuislaan 251, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0205.764.318, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen QUATRI bv, met zetel te 8501 Bissegem, Coolsaetstraat 9, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0435.895.333, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 29 april
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 3 november 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Ontvankelijkheid van het middel
- De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het middel heeft geen belang omdat het enkel opkomt tegen de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep van de eiseres omdat zij geen belang heeft om hoger beroep in te stellen tegen de beslissing van de eerste rechter om de vorderingen van de verweerster ontvankelijk te verklaren, aangezien de eiseres zelf de ontvankelijkheid daarvan heeft gevorderd en niet opkomt tegen de afzonderlijke beslissing dat de vorderingen van de verweerster wel degelijk ontvankelijk waren omdat de verweerster op het ogenblik van het instellen van haar vorderingen beschikte over een verkregen of dadelijk belang.
- Het arrest oordeelt “ten overvloede” dat de vorderingen van de verweerster wel degelijk ontvankelijk waren omdat de verweerster op het ogenblik van het instellen van haar vorderingen beschikte over een verkregen of dadelijk belang. Zoals de eiseres aanvoert, kon de appelrechter op die gronden niet besluiten tot de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep, maar enkel tot de ongegrondheid ervan. De ten overvloede gegeven redenen kunnen bijgevolg het oordeel dat het hoger beroep in zoverre gericht tegen het ontvankelijk verklaren van de vordering, niet ontvankelijk is, niet naar recht verantwoorden. De grond van niet-ontvankelijkheid van het middel moet worden verworpen. Gegrondheid
- In burgerlijke zaken kan een partij hoger beroep instellen indien haar belangen worden geschaad door de beroepen beslissing. Een dergelijk belang is voorhanden wanneer het hoger beroep strekt tot het herstel van een vergissing of een verzuim of tot de aanvulling van rechtsgronden die hadden kunnen leiden tot een andersluidende, voor deze partij gunstige beslissing van de eerste rechter.
- De appelrechter stelt vast dat de eiseres: - voor de eerste rechter heeft gevorderd om de vordering van de verweerster ontvankelijk doch ongegrond te verklaren; - in hoger beroep de niet-ontvankelijkheid van deze vordering aanvoert wegens de afwezigheid van een “verkregen of dadelijk belang”.
- De appelrechter die het hoger beroep van de eiseres niet ontvankelijk verklaart omdat de eiseres voor de eerste rechter “zelf de ontvankelijkheidverklaring [van de vordering van de verweerster] gevorderd heeft”, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221209.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221209.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div