id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221209.1N.5 Rolnummer: C.20.0165.N Zaak: U. contra G. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-12-22 Raadplegingen: 1058 - laatst gezien 2026-06-18 21:51 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221209.1N.5 Fiches 1 - 3 De stedenbouwkundig inspecteur en het college van burgemeester en schepenen zijn als titularissen van de publieke herstelvordering, te beschouwen als benadeelden in de zin van artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Oud Burgerlijk wetboek zodat de vijfjarige termijn voor het instellen van de vordering begint te lopen van zodra zij beschikken over alle elementen voor het instellen van de vordering
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Art. 7.7.4 VCRO, voor zijn wijziging bij decreet van 25 april
- Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 7.7.4 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2262bis, § 1, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 7.7.4 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2262bis, § 1, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 7.7.4 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2262bis, § 1, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0165.N
- R. U.,
- Y. V., eisers, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR VAN DE AFDELING HANDHAVING, met zetel te 3000 Leuven, Diestsepoort 6, bus 93, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 25 november
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 3 november 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 7.7.4 VCRO, voor zijn wijziging bij decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, beginnen, wanneer het recht van de stedenbouwkundig inspecteur of het college van burgemeester en schepenen om een herstelvordering in te stellen is ontstaan voor 1 september 2009, de termijnen vermeld in artikel 6.1.41, § 5, eerste lid van deze codex te lopen vanaf die datum. De totale duur van de verjaringstermijn mag evenwel niet meer bedragen dan de termijnen, vermeld in artikel 2262bis, § 1, tweede en derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek.
- Artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat alle rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de vijfjarige termijn begint te lopen van zodra de titularis van het vorderingsrecht over alle elementen beschikt voor het instellen van zijn vordering.
- Uit het geheel van deze wetsbepalingen volgt dat de stedenbouwkundig inspecteur en het college van burgemeester en schepenen, als titularissen van de publieke herstelvordering, te beschouwen zijn als benadeelden in de zin van artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 490,10 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221209.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221209.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div