← België

UMAMI CATERING nv contra Stad Gent

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221209.1N.6 Rolnummer: C.21.0467.N Zaak: UMAMI CATERING nv contra Stad Gent Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2022-12-22 Raadplegingen: 886 - laatst gezien 2026-06-15 07:18 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De rechter mag de beslissing van een aanbestedende overheid dat een inschrijving regelmatig is niet beoordelen in zijn aspecten die behoren tot de beleidsvrijheid van de overheid, maar heeft wel de bevoegdheid en de plicht de wettigheid van die beslissing te toetsen. Thesaurus CAS: OVERHEIDSOPDRACHTEN (WERKEN. LEVERINGEN. DIENSTEN) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 159 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 159 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 159 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0467.N UMAMI CATERING nv, met zetel te 3600 Genk, Slingerweg 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0464.302.376, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen STAD GENT, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 9000 Gent, Botermarkt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.451.227, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 30 april 2021. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Derde onderdeel 1. Het komt de hoven en rechtbanken niet toe de opportuniteit te beoordelen van een administratieve handeling waarop een vordering, een verweer of een exceptie berust, maar ze hebben krachtens artikel 159 Grondwet daarentegen de bevoegdheid en de plicht de interne en externe wettigheid ervan te toetsen alvorens uitwerking eraan te verlenen. Hieruit volgt dat de rechter de beslissing van een aanbestedende overheid dat een inschrijving regelmatig is weliswaar niet vermag te beoordelen in zijn aspecten die behoren tot de beleidsvrijheid van de overheid, maar dat hij wel de bevoegdheid en de plicht heeft om de wettigheid van die beslissing te toetsen. Bijgevolg kan de rechter een inschrijving op een overheidsopdracht die de administratieve overheid regelmatig achtte, onwettig bevinden en om die reden de vordering tot schadevergoeding van die inschrijver verwerpen. 2. Het onderdeel dat aanvoert dat wanneer de inschrijving van een kandidaat door het bestuur regelmatig werd verklaard, de vordering tot schadevergoeding van die kandidaat tegen het bestuur niet kan worden verworpen op grond dat die kandidaat geen regelmatige inschrijver was, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht. Eerste en tweede onderdeel 3. De in het derde onderdeel vergeefs bekritiseerde redenen dat de door de eiseres opgegeven referenties niet voldeden aan wat het bestek in de tweede gunningsprocedure vereiste en dat de eiseres bijgevolg niet aantoont dat zijzelf de meest voordelige regelmatige inschrijver was, draagt de beslissing tot afwijzing van de vordering tot schadevergoeding van de eiseres. De onderdelen kunnen niet tot cassatie leiden en zijn derhalve bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 465,06 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221209.1N.6 Gerelateerde publicatie(
  2. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250623.3F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.