id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221209.1N.8 Rolnummer: C.22.0030.N Zaak: LANDEXPLO WEST contra West-Vlaamse Intercommunale Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-12-22 Raadplegingen: 871 - laatst gezien 2026-06-18 18:22 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221209.1N.8 Fiches 1 - 2 Tegen de beslissing over de wettigheid van de onteigening is derdenverzet mogelijk
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DERDENVERZET Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 2 en 1122 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Decreet 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut - 24-02-2017 - Artt. 45 tot en met 61 - 22 ELI link Pub nr 2017040219 Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 2 en 1122 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Decreet 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut - 24-02-2017 - Artt. 45 tot en met 61 - 22 ELI link Pub nr 2017040219 Fiche 3 De vordering van de begunstigde van een verkoopbelofte kan bogen op eigendomsbescherming in de zin van artikel 1 Eerste aanvullend Protocol EVRM en kan derdenverzet instellen tegen de beslissing over de wettigheid van de onteigening gezien hij beschikt over een recht dat buiten zijn schuldvordering ligt
(1).
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: EIGENDOM Wettelijke bepalingen: Wet 13 mei 1955 houdende goedkeuring van het EVRM, ondertekend op 4 november 1950, te Rome, en van het Additioneel Protocol bij dit Verdrag, ondertekend op 20 maart 1952, te Parijs - 13-05-1955 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1955051306 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 2 en 1122 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Decreet 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut - 24-02-2017 - Artt. 45 tot en met 61 - 22 ELI link Pub nr 2017040219 Annotaties Publicaties: NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2024, nr. 503, p. 573-
- - COPPENS, Alain; Noot'Onteigening en derdenverzet' Tekst van de beslissing Nr. C.22.0030.N LANDEXPLO WEST bv, met zetel te 1030 Schaarbeek, Eugène Demolderlaan 89, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0662.562.656, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- WEST-VLAAMSE INTERCOMMUNALE, met zetel te 8310 Assebroek, Baron Ruzettelaan 35, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0205.157.869, eerste verweerster, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eerste verweerster woonplaats kiest,
- M. V.,
- M. M.,
- F. M.,
- P. V.,
- L. V.,
- M. V., allen met keuze van woonplaats bij mr. Marleen Ryelandt, advocaat, met kantoor te 8200 Sint-Andries, Gistelse Steenweg 472, tweede tot en met zevende verweerders, minstens opgeroepen in gemeen- en bindendverklaring van het arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de rechtbank van eerste aanleg, West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 29 september 2021 (repertoriumnummer 2021/8840). Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 3 november 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 2 Gerechtelijk Wetboek zijn de regels van dit wetboek van toepassing op alle rechtsplegingen, behoudens wanneer deze worden geregeld door niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepalingen of door rechtsbeginselen waarvan de toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepalingen van dit wetboek.
- De gerechtelijke fase van de onteigeningsprocedure, neergelegd in de artikelen 45 tot en met 61 Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017, is een bijzondere procedure die, behoudens afwijkende bepalingen in het decreet, aan de regels van het Gerechtelijk Wetboek is onderworpen. Dit decreet bevat geen bepalingen over de buitengewone rechtsmiddelen waaronder het derdenverzet. De onteigeningsprocedure zoals neergelegd in het decreet wordt ook niet geregeld door rechtsbeginselen waarvan de toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek in verband met het derdenverzet. Hieruit volgt dat met toepassing van artikel 1122 en volgende Gerechtelijk Wetboek derdenverzet mogelijk is tegen de beslissing over de wettigheid van de onteigening.
- De appelrechters die met verwijzing naar de artikelen 52 en 54 Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 en naar de doelstellingen van de decreetgever oordeelt dat derdenverzet tegen de beslissing over de wettigheid van de onteigening niet mogelijk is, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 1122, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, kan ieder die niet behoorlijk is opgeroepen of niet in dezelfde hoedanigheid in de zaak is tussengekomen, derdenverzet instellen tegen een, zij het voorlopige, beslissing die zijn rechten benadeelt en die is gewezen door hetzij een burgerlijk rechtscollege hetzij een strafrechtscollege dat zich over burgerlijke belangen heeft uitgesproken. Artikel 1122, tweede lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek sluit dit rechtsmiddel evenwel uit voor schuldeisers, behalve wanneer hun schuldenaar bedrog heeft gepleegd of wanneer zij zich kunnen beroepen op een hypotheek, een voorrecht of enig ander recht dat buiten hun schuldvordering ligt.
- Uit vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volgt dat onder eigendom in de zin van artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM niet alleen bestaande eigendom wordt begrepen, maar ook vermogensrechten, met inbegrip van vorderingen waaromtrent de betrokkene kan laten gelden dat hij of zij minstens een legitieme verwachting heeft om het daadwerkelijke genot van een eigendomsrecht te verwerven. Hieruit volgt dat de vordering van de begunstigde van een verkoopbelofte kan bogen op deze eigendomsbescherming en dat de begunstigde dus beschikt over een ander recht dat buiten zijn schuldvordering ligt.
- De appelrechters stellen vast dat de eiseres krachtens een wederzijdse verkoop- en aankoopbelofte van 19 februari 2020 schuldeiser is van de tweede tot en met de vierde verweersters, meer bepaald dat zij de begunstigde is van een verkoopbelofte en dat zij derdenverzet heeft ingesteld tegen het vonnis van 29 september 2020 van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge waarbij de onteigening door de eerste verweerster van de betrokken gronden rechtsgeldig werd verklaard.
- Door te oordelen dat het derdenverzet van de eiseres niet ontvankelijk is krachtens artikel 1122, tweede lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek omdat zij niet beschikt over enig recht dat buiten haar schuldvordering ligt, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans en in openbare terechtzitting van 9 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221209.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221209.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div