id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221209.1N.9 Rolnummer: C.22.0153.N Zaak: ALPHA CLASSICAL CLEANING contra KBC BANK Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-12-22 Raadplegingen: 1485 - laatst gezien 2026-06-18 19:22 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221209.1N.9 Fiches 1 - 2 De aansteller van de dader van een opzettelijke fout kan zich ten aanzien van de mededader niet beroepen op diens nalatigheid of onvoorzichtigheid en is gehouden tot integraal herstel van de schade van de mededader
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382, 1383 en 1384, eerste en derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Algemeen rechtsbeginsel 'fraus omnia corrumpit' Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Meesters. Aangestelden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382, 1383 en 1384, eerste en derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Algemeen rechtsbeginsel 'fraus omnia corrumpit' Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2022-23, nr. 40, p. 1580-
- - LENAERTS, Annekatrien; Noot'Invloed van de opzettelijke fout van de aangestelde op de verdeling van de schadelast in de contributoire verhouding tussen de aansteller en een nalatige mededader' Tekst van de beslissing Nr. C.22.0153.N ALPHA CLASSICAL CLEANING nv, met zetel te 9080 Lochristi, Rivierstraat 54, bus B, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0472.706.041, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen KBC BANK nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0462.920.226, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 24 november
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 17 november 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. FEITEN
- Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat: - de eiseres een professionele schoonmaakonderneming is die onder meer de kantoren van Thomas Cook behandelt; - een werkneemster van de eiseres tijdens de uitvoering van haar taak een aantal cheques heeft ontvreemd uit de kantoren van Thomas Cook, de begunstigde heeft aangepast en de cheques bij een filiaal van de verweerster te gelde heeft gemaakt ten belope van 12.803,31 euro; - de correctionele rechtbank te Gent de werkneemster bij vonnis van 7 mei 2008 strafrechtelijk heeft veroordeeld wegens valsheid in geschrifte, gebruikmaking van vervalste stukken, ontvreemding van cheques en het zich bedrieglijk toe-eigenen van gelden; - de verweerster de benadeelde, Thomas Cook, volledig heeft vergoed voor het voornoemde bedrag; - de verweerster vanwege de eiseres terugbetaling vordert van de volledige schadevergoeding die zij aan Thomas Cook heeft betaald. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Wanneer de schade is veroorzaakt door de samenlopende fouten van verschillende personen, staat het, in de regel, aan de rechter om, in de verhouding tussen degenen die deze fouten hebben begaan, te oordelen in welke mate de fout van ieder van hen heeft bijgedragen tot de schade en op basis daarvan het aandeel in de schade te bepalen dat een van de daders die de schadelijder heeft vergoed, van de anderen kan terugvorderen.
- Het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit, dat eraan in de weg staat dat het bedrog de dader voordeel verschaft, sluit evenwel uit dat de dader van een opzettelijke fout ten aanzien van de mededader, die een nalatigheid of onvoorzichtigheid heeft begaan, aanspraak kan maken op diens aandeel in de schade.
- Artikel 1384, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek houdt een objectieve aansprakelijkheid in van de aansteller voor de schade die door de fout van de aangestelde veroorzaakt werd in de bediening waartoe de aansteller hem gebezigd heeft. Hieruit volgt dat de aansteller van de dader van een opzettelijke fout zich ten aanzien van de mededader niet kan beroepen op diens nalatigheid of onvoorzichtigheid en gehouden is tot integraal herstel van de schade van de mededader.
- De appelrechter oordeelt dat: - de eiseres en de verweerster ten aanzien van Thomas Cook in solidum hadden kunnen worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de werkneemster van de eiseres heeft veroorzaakt; - de verweerster ten aanzien van Thomas Cook aansprakelijk is op grond van artikel 35 Chequewet, nu haar aangestelde bij het verwerken van de cheques had kunnen vaststellen dat deze vervalst waren en zij zich, door alsnog over te gaan tot uitbetaling van de cheques aan de werkneemster, schuldig heeft gemaakt aan een grove fout waardoor Thomas Cook schade heeft geleden; - de eiseres voor dezelfde schade aansprakelijk is ten aanzien van Thomas Cook aangezien zij, als aansteller, krachtens artikel 1384, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek, jegens derden aansprakelijk is voor de opzettelijke strafrechtelijke fouten van de werkneemster, haar aangestelde, gepleegd met de bedoeling voor eigen gewin schade aan derden te veroorzaken, en de schade is veroorzaakt in de bediening waartoe de eiseres de aangestelde heeft gebezigd; - deze aansprakelijkheid van de eiseres onweerlegbaar is, zodat zij zich hiervan niet kan bevrijden door overmacht aan te tonen; - het Hof in een arrest van 6 november 2002 heeft geoordeeld dat, wanneer de schade veroorzaakt is door de samenloop van een onopzettelijke, zelfs zware fout van de schadelijder en een opzettelijk misdrijf van een derde, de schadelijder uitzonderlijk aanspraak kan maken op een volledige schadevergoeding, ondanks zijn eigen nalatigheid, op basis van het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit dat verhindert dat de dader van een opzettelijk misdrijf voordeel kan halen uit zijn oneerlijkheid; - er geen reden is om anders te oordelen in het kader van het verhaal van een partij, die omwille van een onopzettelijke fout aansprakelijk is ten aanzien van de schadelijder en deze volledig heeft vergoed, tegen de medeaansprakelijke, die zich schuldig heeft gemaakt aan een opzettelijk misdrijf, waardoor de schade ook veroorzaakt werd; - ten gevolge van het onweerlegbaar vermoeden van aansprakelijkheid van de aansteller voor de schade die door de fout van de aangestelde veroorzaakt werd in de bediening waartoe de aansteller hem gebezigd heeft, vervat in artikel 1384, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek, de aansteller van de dader van een opzettelijk misdrijf evenmin aanspraak kan maken op een vermindering van de vergoedingen.
- Door aldus te oordelen dat de dader van een opzettelijke fout, evenals zijn aansteller, in de onderlinge verhouding met de mededader die een onopzettelijke fout heeft begaan, de volledige schadelast moet dragen, zodat hij geen enkel voordeel kan halen uit zijn bedrog, en op die grond de vordering van de verweerster tegen de eiseres tot terugbetaling van de volledige schadevergoeding gegrond te verklaren, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 277,73 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221209.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221209.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div