← België

C. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221216.1N.11 Rolnummer: C.21.0448.N Zaak: C. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Strafrecht Invoerdatum: 2022-12-22 Raadplegingen: 1438 - laatst gezien 2026-06-19 02:52 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221216.1N.11 Fiche 1 Artikel 58 Grondwet houdt geen beperking of uitzondering in op het recht op vrijheid van meningsuiting dat gewaarborgd wordt door artikel 10 EVRM en artikel 19 Grondwet, maar bekrachtigt integendeel het recht op vrijheid van meningsuiting van parlementsleden. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 58 Vrije woorden: Parlementaire onschendbaarheid - Vrijheid van meningsuiting - Artikel 10 EVRM en artikel 19 Grondwet - Gevolg Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 19 en 58 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 2 - 3 Het komt de rechter toe te beoordelen of de beweringen die een parlementslid uit over een persoon, alsook de beweringen die geen verband houden met problemen van algemene draagwijdte of deel uitmaken van het politieke debat, zijn uitgebracht in de uitoefening van zijn functie en derhalve onder het toepassingsgebied van artikel 58 Grondwet vallen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 58 Vrije woorden: Parlementaire onschendbaarheid - Parlementslid - Beweringen - Toepassingsgebied van artikel 58 - Beoordeling - Rechter - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 58 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: MACHTEN - RECHTERLIJKE MACHT Vrije woorden: Grondwet 1994 (art. 1 tot 99) - Artikel 58 - Parlementaire onschendbaarheid - Parlementslid - Beweringen - Toepassingsgebied van artikel 58 - Beoordeling - Rechter - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 58 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiche 4 De artikelen 10.2 en 10.3 van het Reglement van orde voor de parlementaire onderzoekscommissies staan er niet aan in de weg dat de voorzitter van de onderzoekscommissie in zijn hoedanigheid van voorzitter of in naam van de commissie verklaringen aflegt die verder reiken dan het verstrekken van objectieve informatie aangaande de werking en de agenda
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: IMMUNITEIT Vrije woorden: Parlementaire onderzoekscommissie - Reglement van orde voor de parlementaire onderzoekscommissies - Voorzitter - Verklaringen - Inhoud Wettelijke bepalingen: Reglement van orde voor de parlementaire onderzoekscommissies - 23-10-1997 - Artt. 10.2 en 10.3 Fiche 5 Artikel 10.3 van het Reglement van orde voor de parlementaire onderzoekscommissies op grond waarvan de voorzitter meteen na de vergadering een verklaring aan de pers aflegt, sluit niet uit dat hij op een later tijdstip ook nog verklaringen kan afleggen in zijn hoedanigheid van voorzitter, dan wel in naam van de commissie
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: IMMUNITEIT Vrije woorden: Parlementaire onderzoekscommissie - Reglement van orde voor de parlementaire onderzoekscommissies - Vergadering - Voorzitter - Verklaringen - Tijdstip Wettelijke bepalingen: Reglement van orde voor de parlementaire onderzoekscommissies - 23-10-1997 - Art. 10.3 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2023/24, nr. 8, p. 311-
  1. - LEMMENS, Koen; Noot'Parlementaire onverantwoordelijkheid: spreken met gespleten tong?' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0448.N P. C., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiser woonplaats kiest, tegen D. V. D. M., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 17 december
  2. Procureur-generaal André Henkes heeft op 3 november 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  3. Krachtens artikel 58 Grondwet kan geen lid van een van beide Kamers worden vervolgd of aan enig onderzoek onderworpen naar aanleiding van een mening of een stem, in de uitoefening van zijn functie uitgebracht. Deze bepaling houdt geen beperking of uitzondering in op het recht op vrijheid van meningsuiting dat gewaarborgd wordt door artikel 10 EVRM en artikel 19 Grondwet, maar bekrachtigt integendeel het recht op vrijheid van meningsuiting van parlementsleden.
  4. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 10 EVRM en artikel 19 Grondwet, gaat het ervan uit dat artikel 58 Grondwet het door artikel 10 EVRM en artikel 19 Grondwet gewaarborgde recht op vrije meningsuiting aan een beperking of uitzondering onderwerpt en berust het bijgevolg op een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel faalt in zoverre naar recht.
  5. Uit de enkele omstandigheid dat een parlementslid feitelijke beweringen uit over een persoon, alsook beweringen die geen verband houden met problemen van algemene draagwijdte of deel uitmaken van het politieke debat, kan niet worden afgeleid dat die beweringen door het parlementslid niet zijn uitgebracht in de uitoefening van zijn functie. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat voormelde beweringen steeds uitgesloten zijn van het toepassingsgebied van artikel 58 Grondwet, en het de rechter aldus niet toekomt te beoordelen of die beweringen door het parlementslid zijn uitgebracht in de uitoefening van zijn functie, faalt het onderdeel eveneens naar recht. Tweede onderdeel Eerste subonderdeel
  6. Artikel 10.2 van het Reglement van orde voor de parlementaire onderzoekscommissies bepaalt dat, behoudens andersluidende beslissing van de commissie, alleen de voorzitter het woord in haar naam voert. Artikel 10.3 van het Reglement van orde voor de parlementaire onderzoekscommissies bepaalt dat na afloop van iedere vergadering met gesloten deuren de onderzoekscommissie in gezamenlijk overleg beslist welke gegevens aan de pers kunnen worden meegedeeld. Meteen na de vergadering legt de voorzitter een verklaring aan de pers af.
  7. Anders dan waarvan het subonderdeel uitgaat, volgt uit deze bepalingen niet dat de voorzitter in zijn hoedanigheid van voorzitter of in naam van de commissie geen verklaringen mag afleggen die verder reiken dan het verstrekken van objectieve informatie aangaande de werking en de agenda. Het subonderdeel faalt in zoverre naar recht.
  8. Voor het overige is het subonderdeel afgeleid en bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede subonderdeel
  9. Artikel 10.3 van het Reglement van orde voor de parlementaire onderzoekscommissies bepaalt dat na afloop van iedere vergadering met gesloten deuren de onderzoekscommissie in gezamenlijk overleg beslist welke gegevens aan de pers kunnen worden meegedeeld. Meteen na de vergadering legt de voorzitter een verklaring aan de pers af.
  10. Anders dan waarvan het subonderdeel uitgaat, volgt uit deze bepaling niet dat de voorzitter niet in zijn hoedanigheid van voorzitter of in naam van de commissie mag optreden wat betreft verklaringen die niet onmiddellijk na de vergadering van de commissie zijn afgelegd. Het subonderdeel faalt naar recht. Derde onderdeel
  11. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 10 EVRM, faalt het, om de reden vermeld in het antwoord op het eerste onderdeel, naar recht.
  12. De aangevoerde schending van artikel 17 EVRM is afgeleid van de vergeefs aangevoerde schending van artikel 10 EVRM. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Vierde onderdeel
  13. Het Hof ontwaart de aangevoerde tegenstrijdigheid niet. Het onderdeel mist bijgevolg feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 525,76 euro en om de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 16 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221216.1N.11 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221216.1N.11 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221124.1F.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.