← België

H. contra BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221216.1N.3 Rolnummer: D.21.0024.N Zaak: H. contra BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2022-12-22 Raadplegingen: 690 - laatst gezien 2026-06-16 03:58 Versie(s): Vertaling FR Fiche De rechter kan bij de motivering van de tuchtstraf elk feitelijk gegeven in aanmerking nemen waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren en dat de ernst van de tuchtrechtelijke inbreuk aantoont of hem duidelijkheid verschaft over de persoonlijkheid van de tuchtbeklaagde; de rechter kan daarbij rekening houden met tuchtrechtelijke voorgaanden en uitspraken betreffende een derde waarbij de tuchtbeklaagde weliswaar geen partij maar wel betrokken was, mits hij daarbij geen uitspraak doet over het strafbaar karakter van die eerdere feiten in hoofde van de tuchtbeklaagde. Thesaurus CAS: MAKELAAR Vrije woorden: Tucht - Sanctie - Gegevens die in aanmerking kunnen genomen worden Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. D.21.0024.N

  1. R. H.,
  2. C. S., eisers, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS, met zetel te 1000 Brussel, Luxemburgstraat 16, bus B, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0267.300.821, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige kamer van beroep van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars van 15 juli 2021 (nr. 1545). Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede middel (…) Vijfde onderdeel
  3. Om de keuze van de tuchtstraf en de tuchtstrafmaat die hij wil opleggen met redenen te omkleden, kan de rechter elk feitelijk gegeven in aanmerking nemen waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren en dat de ernst van de tuchtrechtelijke inbreuk aantoont of hem duidelijkheid verschaft over de persoonlijkheid van de tuchtbeklaagde. De rechter kan daarbij rekening houden met tuchtrechtelijke voorgaanden en uitspraken betreffende een derde waarbij de tuchtbeklaagde weliswaar geen partij, maar wel betrokken was, mits hij daarbij geen uitspraak doet over het strafbaar karakter van die eerdere feiten in hoofde van de tuchtbeklaagde.
  4. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat de juridisch assessor in zijn verzoekschrift tot hoger beroep aanvoerde: “Wat betreft [de eiseres] kan niet anders dan te worden vastgesteld dat zij in het verleden reeds een bepalende rol speelde bij het organiseren van een samenwerking met een niet-erkende door [de eiser]. Zij werd immers herhaaldelijk aangeduid als de niet-erkende waarvan sprake. Nu [de eiseres] zelf een erkenning heeft behaald ([de eiseres] werd op 22 juli 2020 opgenomen op de kolom van de erkende vastgoedmakelaars-syndici) is het eerste wat ze doet haar BIV-nummer ten dienste stellen van [de eiser] om diens lopende schorsing te verhullen. Beiden zijn spilfiguren in een reeds lang lopende poging tot het omzeilen van aan [de eiser] opgelegde tuchtsancties. Ik nodig u uit kennis te nemen van de eerdere beslissingen van de Uitvoerende Kamer en de Kamer van Beroep in deze.”
  5. De bestreden beslissing bepaalt de strafmaat rekening houdend met de vrijspraak voor de tweede tenlastelegging en met de tuchtrechtelijke voorgaanden en uitspraken betreffende de eiser waarbij de eiseres mede betrokken was.
  6. De appelrechters die deze omstandigheid in aanmerking nemen waardoor de ernst van het gedrag van de eiseres wordt aangetoond, zonder daarbij uitspraak te doen over het strafbaar karakter van de vroegere betrokkenheid van de eiseres, verantwoorden naar recht hun beslissing om de eiseres de tuchtsanctie op te leggen die in het dictum is bepaald. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 521,96 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 16 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221216.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.