id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221216.1N.5 Rolnummer: C.19.0638.N Zaak: E. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2022-12-22 Raadplegingen: 1802 - laatst gezien 2026-06-18 13:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche De familierechter die wordt aangesproken tot herziening van de verblijfsregeling die de echtgenoten in een familierechtelijke overeenkomst met het oog op echtscheiding door onderlinge toestemming over hun kinderen hebben getroffen, moet rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak en in het belang van de kinderen nagaan of nieuwe omstandigheden de toestand van de partijen of die van hun kinderen ingrijpend wijzigen; de appelrechter die de verblijfsregeling die de partijen bij overeenkomst met het oog op echtscheiding door onderlinge toestemming over hun kinderen hebben getroffen, wijzigt om de enkele reden dat de wijziging in het belang van de kinderen is zonder een nieuwe omstandigheid vast te stellen die dergelijke wijziging toelaat, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht
(1)Zie Cass. 19 december 2022, AR C.22.0104.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221219.3N.3, AC 2022, nr. 836 en Cass. 28 juni 2012, AR C.11.0069.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120628.11, AC 2012, nr. 421, met concl. van advocaat-generaal C. VANDEWAL. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de kinderen Vrije woorden: Ouderlijk gezag en recht op persoonlijk contact - Gewijzigde omstandigheden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1288, eerste lid, 2° en 3°, tweede lid, 1253ter/4 tot 1253ter/6 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 374, § 2, vierde lid, en 387bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: T.Fam.-Tijdschrift voor familierecht - 2023, nr. 2, p. 53-
- - SENAEVE, Patrick; Noot'De wijziging op eenzijdig verzoek van een overeengekomen verblijfsregeling' NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2023, nr. 484, p. 505-
- - VASSEUR, Roeland; Noot'Wijziging verblijfsregeling van de kinderen na EOT' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0638.N E. E., eiseres, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 21 augustus 2019 (nr. G.19.0114.N) vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen R. V. S., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 maart
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 1288, eerste lid 2° en 3°, Gerechtelijk Wetboek zijn echtgenoten met het oog op echtscheiding door onderlinge toestemming ertoe gehouden in een familierechtelijke overeenkomst ten behoeve van hun kinderen ten laste een regeling te treffen over het gezag over de persoon, het beheer van de goederen, het verblijf en de kosten. Krachtens artikel 1288, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek is deze regeling na de echtscheiding vatbaar door herziening door de familierechter “wanneer nieuwe omstandigheden buiten de wil van de partijen hun toestand of die van hun kinderen ingrijpend wijzigen”.
- Krachtens artikel 374, § 2, vierde lid, Oud Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing, oordeelt de rechtbank, wanneer de ouders niet samenleven en bij gebrek aan overeenstemming, in ieder geval bij een met bijzondere redenen omkleed vonnis over de huisvesting van de kinderen rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak en met het belang van de kinderen en de ouders.
- Artikel 387bis Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de familierechtbank in alle gevallen, en onverminderd de artikelen 584 en 1280 Gerechtelijk Wetboek en artikel 7/1 Jeugdbeschermingswet, op verzoek van beide ouders of van één van hen, dan wel van de procureur des Konings, in het belang van het kind, alle beschikkingen met betrekking tot het ouderlijk gezag kan opleggen of wijzigen, volgens het bepaalde in de artikelen 1253ter/4 tot 1253ter/6 Gerechtelijk Wetboek.
- Uit voormelde bepalingen, in hun onderlinge samenhang, volgt dat de familierechter, die wordt aangesproken tot herziening van de verblijfsregeling die de echtgenoten in een familierechtelijke overeenkomst met het oog op echtscheiding door onderlinge toestemming over hun kinderen hebben getroffen, rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak en in het belang van de kinderen, moet nagaan of nieuwe omstandigheden de toestand van de partijen of die van hun kinderen ingrijpend wijzigen.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - de eiseres en de verweerder uit de echt zijn gescheiden in Nederland bij beschikking van 16 februari 2017 van de rechtbank Zeeland - West-Brabant; - de eiseres en de verweerder op 9 september 2016 in een “Vaststellingsovereenkomst/Ouderschapsplan” onder andere overeenkomen dat de kinderen een weekend om de veertien dagen in de pare weken bij de verweerder verblijven van vrijdagavond, na het werk van de verweerder, tot maandagavond, een half uur voor bedtijd van de kinderen, waarbij de verweerder de kinderen vrijdag ophaalt en maandag brengt; - de eiseres in haar appelconclusie aanvoert dat het ouderschapsplan, als duidelijk equivalent van de regelingsakte voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming, slechts kan worden gewijzigd wanneer nieuwe omstandigheden buiten de wil van de partijen de bestaande situatie ingrijpend wijzigen dan wel in het belang van de kinderen; - de eiseres in haar appelconclusie aanvoert dat de wijzigingen waarnaar de verweerder vraagt enkel zijn ingegeven door eigenbelang, omwille van omstandigheden waarvoor hijzelf bewust heeft gekozen, en dat, in het bijzonder wat betreft het vervoer van de kinderen, absoluut geen sprake is van een nieuwe omstandigheid buiten de wil van de partijen die de bestaande situatie ingrijpend heeft gewijzigd, terwijl het belang van de kinderen evenmin enige aanpassing op dit punt verantwoordt; - de appelrechter vaststelt dat de eiseres en de verweerder op de zitting van 12 maart 2019 de grote lijnen van een gedeeltelijk akkoord bereiken, maar niet over de precieze uren en het vervoer; - de appelrechter oordeelt dat de kinderen tijdens het schooljaar een weekend om de veertien dagen in de pare weken, van vrijdag 17u tot zondag 20u, bij de verweerder verblijven en dat de kinderen steeds worden gebracht door de ouder waar ze zijn verbleven; - de appelrechter oordeelt dat het akkoord, zoals aangevuld, in het belang van de kinderen is en bijgevolg kan worden bijgevallen.
- De appelrechter die zodoende de verblijfsregeling die de partijen bij overeenkomst met het oog op echtscheiding door onderlinge toestemming over hun kinderen hebben getroffen, wijzigt om de enkele reden dat de wijziging in het belang van de kinderen is, zonder een nieuwe omstandigheid vast te stellen die dergelijke wijziging toelaat, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 16 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221216.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120628.11 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221219.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div