← België

A. contra M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.14 Rolnummer: P.22.1251.N Zaak: A. contra M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2022-12-29 Raadplegingen: 986 - laatst gezien 2026-06-19 03:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek volgt dat wanneer schade wordt veroorzaakt door de samenlopende fouten van een dader en een slachtoffer, de dader in de regel niet kan worden veroordeeld tot de volledige vergoeding van de schade; het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit staat eraan in de weg dat bedrog of oneerlijkheid de dader een voordeel verschaft; het sluit dan ook uit dat de dader van een opzettelijk misdrijf aanspraak kan maken op een verdeling van aansprakelijkheid omwille van een niet-opzettelijke fout van het slachtoffer

(1).
(1)Cass. 9 oktober 2007, AR P.07.0604.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.4, AC 2007, nr. 465, NC 2008, 195, RW 2007-08, 1716 noot C. IDOMON Cass. 6 november 2002, AR P.01.1108.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021106.16, AC 2002, nr. 584 met concl. van advocaat-generaal J. SPREUTELS op datum in Pas., RW 2002-03, 1629 noot B. WEYTS, JT 2003, 579 noot J. KIRKPATRICK, RCJB 2004, 267 noot F. GLANSDORFF. Zie alg. S. GUILLIAMS, “De verdeling van de schadelast bij samenloop van een opzettelijke en een onopzettelijke fout”, RW 2010, 474-
  1. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1251.N F A L’A, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Omar Souidi, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen N M, beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 8 september
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Volgens artikel 416 Wetboek van Strafvordering kan een partij slechts cassatieberoep instellen indien zij daartoe hoedanigheid heeft. De eiser heeft als burgerlijke partij geen hoedanigheid om cassatieberoep aan te tekenen tegen de beslissing op de strafvordering. De omstandigheid dat de beslissing op de strafvordering een probatiemaatregel omvat bestaande in een contactverbod voor de verweerster ten opzichte van de eiser doet daaraan geen afbreuk. In zoverre ook gericht tegen de beslissing op de strafvordering, is het cassatieberoep bij gebrek aan hoedanigheid niet ontvankelijk. Eerste middel
  4. Het middel dat is gericht tegen de aan de verweerster opgelegde straf en dus tegen een beslissing waartegen eisers cassatieberoep niet ontvankelijk is, behoeft geen antwoord. Tweede middel
  5. Het middel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek en miskenning van de het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit en het algemeen rechtsbeginsel dat niemand voordeel mag halen uit een opzettelijke fout: het arrest had de verweerster moeten veroordelen tot een volledige vergoeding van eisers schade; het stelt een opzettelijke fout bij de verweerster vast en bij de eiser louter een onvoorzichtigheid of een nalatigheid en zeker geen opzettelijke fout; aldus haalt de verweerster een voordeel uit haar opzettelijk begane fout.
  6. Uit de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek volgt dat wanneer schade wordt veroorzaakt door de samenlopende fouten van een dader en een slachtoffer, de dader in de regel niet kan worden veroordeeld tot de volledige vergoeding van de schade.
  7. Het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit staat eraan in de weg dat bedrog of oneerlijkheid de dader een voordeel verschaft. Het sluit dan ook uit dat de dader van een opzettelijk misdrijf aanspraak kan maken op een verdeling van aansprakelijkheid omwille van een niet-opzettelijke fout van het slachtoffer.
  8. Het arrest (randnr. 4.2.2.2, r), p. 34-35) oordeelt met betrekking tot het gedrag van de eiser als volgt: “Het gedrag van [de eiser] heeft niet ervoor gezorgd dat de vrije wil van [de verweerster] was uitgeschakeld. Het gedrag van [de eiser] vormt wel een fout in hoofde van [de eiser], waardoor er op burgerlijk vlak sprake is van verdeling van aansprakelijkheid (…). [De eiser] had er immers rekening mee moeten houden dat, gelet op de jonge leeftijd van [de verweerster], haar beperkte seksuele ervaring, de culturele context waarin ze is opgegroeid en de harde seks waarvan [de eiser] fan is, de seksuele betrekkingen met [de eiser] voor haar een traumatische ervaring vormden. Nadien stuurde en drong [de eiser] weer aan op seksuele betrekkingen, terwijl [de verweerster] had aangegeven dat ze dit niet meer wenste. Dit geheel vormt een foutief gedrag van [de eiser] en heeft de feiten mee veroorzaakt”. Aldus oordeelt het arrest niet dat de eiser een opzettelijke fout heeft begaan.
  9. Het arrest (randnr. 4.2.3, d), p. 37) kan dan ook niet wettig oordelen dat aangezien de eiser een fout heeft begaan in causaal verband met de veroorzaakte schade hij een deel van zijn eigen schade moet dragen. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
  10. De vernietiging van de beslissing over de verdeling van aansprakelijkheid leidt ook tot de vernietiging van de overige beslissingen op de burgerlijke rechtsvordering van de eiser tegen de verweerster, gelet op het nauw verband tussen die beslissingen, ook al is het cassatieberoep van de eiser tegen die laatste beslissingen voorbarig. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de eiser tegen de verweerster. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 468,94 euro, waarvan 218,46 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 20 december 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.14 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021106.16 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.