id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 195
, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 2 - 3 Volgens artikel 195, zevende lid, Wetboek van Strafvordering is de in het tweede lid opgenomen verplichting evenwel niet van toepassing wanneer de rechtbank uitspraak doet in hoger beroep, behalve wanneer zij een verval van het recht tot het besturen van een voertuig, een luchtschip en het geleiden van een rijdier uitspreekt; daaruit volgt dat de bijzondere motiveringsverplichting voor de correctionele rechtbank die in hoger beroep uitspraak doet enkel betrekking heeft op de vervallenverklaring en niet op de andere uitgesproken straffen. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiche 4 Een appelrechter moet, behoudens daartoe strekkende conclusie, niet motiveren waarom hij anders straft dan de eerste rechter. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Fiches 5 - 6 Indien de correctionele rechtbank in hoger beroep de aan een beklaagde opgelegde bestraffing verantwoordt met een globale motivering, dan gelden die redenen ook ter verantwoording van de keuze voor een vervallenverklaring en de duur van dat verval. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1332.N E G W, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Louis Carlier, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 9 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering: niettegenstaande uit de motivering van het beroepen vonnis blijkt dat de schuldigverklaring aan de telastlegging D heeft doorgewogen bij het opleggen van het rijverbod en de geldboete, laat het bestreden vonnis na te motiveren waarom het rijverbod en de geldboete, niettegenstaande de vrijspraak voor de telastlegging D, behouden blijven, terwijl bovendien het opleggen van een rijverbod uitdrukkelijk moet worden gemotiveerd.
- Krachtens artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering vermeldt het vonnis nauwkeurig, maar op een wijze die beknopt mag zijn, de redenen waarom de rechter, als de wet hem daartoe vrije beoordeling overlaat, dergelijke straf of dergelijke maatregel uitspreekt. Het rechtvaardigt bovendien de maat voor elke uitgesproken straf of maatregel. Artikel 6.1 EVRM en artikel 149 Grondwet bevatten geen verdergaande motiveringsverplichting voor wat betreft de straftoemetingsbeslissing, behoudens wat betreft de verplichting conclusies te beantwoorden.
- Volgens artikel 195, zevende lid, Wetboek van Strafvordering is de in het tweede lid opgenomen verplichting evenwel niet van toepassing wanneer de rechtbank uitspraak doet in hoger beroep, behalve wanneer zij een verval van het recht tot het besturen van een voertuig, een luchtschip en het geleiden van een rijdier uitspreekt. Daaruit volgt dat de bijzondere motiveringsverplichting voor de correctionele rechtbank die in hoger beroep uitspraak doet enkel betrekking heeft op de vervallenverklaring en niet op de andere uitgesproken straffen.
- Een appelrechter moet, behoudens daartoe strekkende conclusie, niet motiveren waarom hij anders straft dan de eerste rechter.
- Indien de correctionele rechtbank in hoger beroep de aan een beklaagde opgelegde bestraffing verantwoordt met een globale motivering, dan gelden die redenen ook ter verantwoording van de keuze voor een vervallenverklaring en de duur van dat verval.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis (p. 6-7) verwijst bij de beslissing over de straftoemeting voor de bewezenverklaarde feiten van de telastleggingen A, B en C naar de sociale toestand van de eiser, zijn strafrechtelijk verleden, de feitelijke omstandigheden, de bijzonder zware gevolgen voor het slachtoffer, zijn echtgenote en zijn familieleden en de noodzaak om de eiser duidelijk te wijzen op zijn gebrek aan voorzorg en op de ernst van de gepleegde fouten.
- Na de eiser schuldig te hebben verklaard aan de telastleggingen A tot C en hem te hebben vrijgesproken voor de telastlegging D, geeft het bestreden vonnis de redenen aan voor de straffen die het oplegt en oordeelt het verder nog dat de geldboete en het rijverbod te bevestigen zijn teneinde de eiser duidelijk te wijzen op zijn gebrek aan voorzorg en op de ernst van de gepleegde fouten. Aldus vermeldt het bestreden vonnis en dit ongeacht de voor het feit van de telastlegging D verleende vrijspraak nauwkeurig de redenen voor het opleggen van een vervallenverklaring en de duur van dit verval. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 20 december 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.26 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250408.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div