← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.35 Rolnummer: P.22.1663.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-12-29 Raadplegingen: 782 - laatst gezien 2026-06-16 13:48 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De beoordeling van de noodzakelijkheid van de voorlopige hechtenis na een bij toepassing van artikel 27, § 2, Voorlopige Hechteniswet ingediend verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling kan niet op dezelfde wijze geschieden zoals de beoordeling van de noodzakelijkheid van de voorlopige hechtenis ten tijde van het gerechtelijk onderzoek; bij een voorlopige hechtenis als gevolg van een bevel tot onmiddellijke aanhouding is er immers geen gerechtelijk onderzoek meer of is er geen gerechtelijk onderzoek geweest. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VONNISGERECHT Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, § 2 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONMIDDELLIJKE AANHOUDING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, § 2 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiche 3 De rechter kan zijn beslissing om een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling te verwerpen, baseren op dezelfde redenen als deze op grond waarvan hij een vorig gelijkaardig verzoek van de betrokkene heeft verworpen; het is noodzakelijk maar voldoende dat de rechter onderzoekt of er op het ogenblik van zijn beslissing nog voldoende redenen zijn om de vrijheidsberoving te handhaven en of de duur ervan nog steeds redelijk is; hij kan daarbij oordelen dat redenen die in aanmerking zijn genomen om een vorig verzoek van de betrokkene te verwerpen, nog steeds actueel zijn en die redenen hernemen

(1); uit het enkele feit dat de rechter in zijn beslissing niet alle in een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling aangevoerde feitelijke omstandigheden vermeldt, volgt niet dat hij voor het nemen van die beslissing geen rekening heeft gehouden met het in dat verzoekschrift opgenomen verweer.
(1)Cass. 3 mei 2022, AR P.22.0548.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.16, AC 2022, nr. 312 met concl. OM; Cass. 2 december 2020, AR P.20.1153.F ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201202.2F.6, AC 2020, nr. 742 met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH op datum, in Pas.; Cass. 13 oktober 2020, AR P.20.0980.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201013.2N.14, AC 2020, nr. 632; EHRM 9 februari 2021, Maassen t/Nederland, www.echr.coe.int. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VONNISGERECHT Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiches 4 - 5 De rechter die bij de beoordeling van een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling moet beslissen binnen een korte termijn, moet niet tot in de bijzonderheden het verweer van de verzoeker beantwoorden; hij moet evenmin antwoorden op alle tot staving van dat verweer aangevoerde argumenten die geen zelfstandig verweer uitmaken
(1).
(1)Cass. 11 februari 2020, AR P.20.0126.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200211.2N.13, AC 2020, nr.
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VONNISGERECHT Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiche 6 De rechter kan de in een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling met feitelijke gegevens gestaafde betwistingen betreffende het gevaar voor recidive en onttrekking beantwoorden en verwerpen door met verwijzing naar de dossiergegevens vast te stellen dat die gevaren wel degelijk bestaan. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VONNISGERECHT Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1663.N F D, beklaagde, verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Sven De Baere, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 8 december
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 16, § 1, eerste lid, § 5, eerste en tweede lid, en 27, § 1, § 2 en § 3, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet: het arrest wijst eisers verzoek tot voorlopige invrijheidstelling af met stereotiepe en onvoldoende geïndividualiseerde overwegingen die van automatisme getuigen en die niet antwoorden op de met feitelijke gegevens gestaafde betwistingen in eisers verzoekschrift betreffende het gevaar op recidive en onttrekking; die betwistingen slaan op de gewijzigde omstandigheden doordat het hof van beroep bij tussenarrest van 1 december 2022 bijkomende onderzoeksmaatregelen heeft bevolen; het arrest herneemt echter dezelfde motivering van het arrest van 27 oktober 2022 dat het vorig verzoek van de eiser heeft afgewezen; bijgevolg laat het arrest niet enkel na eisers verweer te beantwoorden, maar geeft het evenmin blijk van een voldoende geactualiseerd onderzoek van de noodzaak tot handhaving van eisers voorlopige hechtenis.
  4. Volgens artikel 27, § 3, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet moet de beslissing tot verwerping van een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling worden gemotiveerd overeenkomstig datgene wat met betrekking tot het bevel tot aanhouding is bepaald in artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, Voorlopige Hechteniswet. Die redenen moeten het oordeel van de rechter dragen over de noodzaak van het laten voortbestaan van de vrijheidsberoving na een geactualiseerd, precies en individueel onderzoek van de elementen van de zaak.
  5. De beoordeling van de noodzakelijkheid van de voorlopige hechtenis na een bij toepassing van artikel 27, § 2, Voorlopige Hechteniswet ingediend verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling kan niet op dezelfde wijze geschieden zoals de beoordeling van de noodzakelijkheid van de voorlopige hechtenis ten tijde van het gerechtelijk onderzoek. Bij een voorlopige hechtenis als gevolg van een bevel tot onmiddellijke aanhouding is er immers geen gerechtelijk onderzoek meer of is er geen gerechtelijk onderzoek geweest.
  6. De rechter kan zijn beslissing om een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling te verwerpen, baseren op dezelfde redenen als deze op grond waarvan hij een vorig gelijkaardig verzoek van de betrokkene heeft verworpen. Het is noodzakelijk maar voldoende dat de rechter onderzoekt of er op het ogenblik van zijn beslissing nog voldoende redenen zijn om de vrijheidsberoving te handhaven en of de duur ervan nog steeds redelijk is. Hij kan daarbij oordelen dat redenen die in aanmerking zijn genomen om een vorig verzoek van de betrokkene te verwerpen, nog steeds actueel zijn en die redenen hernemen.
  7. Uit het enkele feit dat de rechter in zijn beslissing niet alle in een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling aangevoerde feitelijke omstandigheden vermeldt, volgt niet dat hij voor het nemen van die beslissing geen rekening heeft gehouden met het in dat verzoekschrift opgenomen verweer.
  8. De rechter die bij de beoordeling van een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling moet beslissen binnen een korte termijn, moet niet tot in de bijzonderheden het verweer van de verzoeker beantwoorden. Hij moet evenmin antwoorden op alle tot staving van dat verweer aangevoerde argumenten die geen zelfstandig verweer uitmaken.
  9. De rechter kan de in een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling met feitelijke gegevens gestaafde betwistingen betreffende het gevaar voor recidive en onttrekking beantwoorden en verwerpen door met verwijzing naar de dossiergegevens vast te stellen dat die gevaren wel degelijk bestaan.
  10. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  11. Het arrest oordeelt dat er een actueel recidive- en onttrekkingsgevaar is. Het leidt het recidivegevaar af uit de mogelijk perverse ingesteldheid van de eiser, de ten laste gelegde feiten en de voorgaande klachten over eventueel grensoverschrijdend gedrag en het kennelijk misbruik dat de eiser maakte van zijn functie. Met betrekking tot het gevaar voor onttrekking wijst het arrest op de mogelijke zware bestraffing en op eisers uitwijkmogelijkheden naar het buitenland.
  12. Aldus schuift het arrest concrete en aan het strafdossier ontleende gegevens naar voor die geïndividualiseerd en niet stereotiep zijn. Uit het in aanmerking neme van die gegevens volgt dat de appelrechters een afdoend, nauwkeurig en geactualiseerd onderzoek hebben verricht van de feitelijke gegevens van de zaak. Met die redenen, die geen blijk geven van enig automatisme, wordt bovendien het door de eiser in zijn verzoekschrift ontwikkelde verweer beantwoord en verworpen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten Bepaalt de kosten op 84,21euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 20 december 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.35 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200211.2N.13 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201013.2N.14 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201202.2F.6 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.