← België

Live Nation contra Stad Brussel

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 775

, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiche 2 Uit het geheel van de bepalingen 748bis Gerechtelijk Wetboek en artikel 775, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, volgt dat de rechter, na de heropening van het debat, zowel moet antwoorden op het middel dat werd uiteengezet in de conclusies die werden neergelegd na de heropening van het debat als op de middelen die werden uiteengezet in de eerder ingediende syntheseconclusie. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Burgerlijke zaken (handelszaken en sociale zaken inbegrepen) Vrije woorden: Heropening van het debat - Conclusies en syntheseconclusies - Rechter - Opdracht Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 748bis

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 775

, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing F.22.0097.N LIVE NATION bv, met zetel te 2800 Mechelen, Blarenberglaan 3, bus A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0415.340.439, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest. tegen STAD BRUSSEL, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1000 Brussel, Grote Markt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.373.429, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 26 januari 2022 (repertoriumnummer 2022/792). Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel Tweede onderdeel

  1. Artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de laatste conclusies van een partij de vorm aanneemt van een syntheseconclusie, behoudens in de gevallen waarin conclusie mag worden genomen buiten de in artikel 747 bedoelde termijnen. Voor de toepassing van artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek vervangen de syntheseconclusies alle vorige conclusies en desgevallend de gedinginleidende akte van de partij die de syntheseconclusie neerlegt. Krachtens artikel 775, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek verzoekt de rechter, indien de heropening van het debat wordt bevolen, de partijen om, binnen de termijnen die hij bepaalt en op straffe van ambtshalve verwijdering uit het debat, hun conclusies over het middel of de verdediging ter rechtvaardiging ervan, uit te wisselen en hem deze te overhandigen. Uit laatstgenoemde bepaling volgt dat de partijen na de heropening van het debat conclusies uitwisselen over het onderwerp waarop de heropening betrekking heeft en dat die conclusies geen betrekking hebben op het volledige geschil maar slechts op een bepaald aspect ervan.
  2. Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat de rechter, na de heropening van het debat, zowel moet antwoorden op het middel dat werd uiteengezet in de conclusies die werden neergelegd na de heropening van het debat als op de middelen die werden uiteengezet in de eerder ingediende syntheseconclusie.
  3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat: - de eiseres in haar laatste synthesebesluiten in hoger beroep van 24 augustus 2017 diverse middelen aanvoerde, waaronder de strijdigheid van het belastingreglement met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en met artikel 464, 1°, WIB92, de inbreuk op het verbod om een gelijkaardige belasting als de belasting over de toegevoegde waarde in te voeren, de discriminatie met buitenlandse organisatoren en de strijdigheid van het belastingreglement met internationale verdragsbepalingen; - de appelrechter in een tussenarrest van 31 maart 2021 het debat ambtshalve heropende opdat partijen in conclusie standpunt zouden kunnen innemen over het door de eiseres ingeroepen middel betreffende de strijdigheid van het belastingreglement met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en dit in het licht van het arrest van het Hof van 29 januari 2021; - in het tussenarrest conclusietermijnen werden opgelegd beperkt tot het onderwerp waarover het debat werd heropend.
  4. De appelrechter die enkel antwoordt op het middel dat werd uiteengezet in de conclusies van de eiseres die na de heropening van de debatten werden genomen en geen rekening houdt met de middelen die de eiseres bijkomend had uiteengezet in de eerder ingediende syntheseconclusie, schendt artikel 149 Grondwet en artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  5. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 23 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221223.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.