← België

D. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 06 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220106.1N.9 Rolnummer: C.21.0190.N Zaak: D. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-03-11 Raadplegingen: 724 - laatst gezien 2026-06-18 21:58 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220106.1N.9 Fiche 1 De notaris-vereffenaar kan onder omstandigheden die niet voor een andere uitleg vatbaar zijn, uit de afwezigheid of het omstandig stilzwijgen van een van de deelgenoten afleiden dat deze instemt met de afstand van een boedelbeschrijving evenals met de aanduiding van de goederen die afhangen van de te verdelen boedel; in voorkomend geval neemt de notaris-vereffenaar hiervan akte ten laatste bij de sluiting van het proces-verbaal van de opening van werkzaamheden

(1).
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: ONVERDEELDHEID Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Afstand van boedelbeschrijving - Stilzwijgend akkoord bij afwezigheid of omstandig stilzwijgen partij - Notaris - Vereffenaar - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1214, § 2, en 1218, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 Het door de notaris-vereffenaar te betekenen overzicht van hem tijdig bezorgde aanspraken strekt ertoe de partijen de mogelijkheid te bieden opmerkingen op de aanspraken van de andere partijen mee te delen maar biedt geen mogelijkheid om nieuwe aanspraken te formuleren
(1).
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: ONVERDEELDHEID Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Betekening overzicht van aanspraken - Recht van de partijen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1218, § 2 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: T.Fam.-Tijdschrift voor familierecht - 2023, nr. 5, p. 125-
  1. - VAN SINNAY, Thierry; Noot'De boedelbeschrijving in de gerechtelijke vereffening-verdeling ambtshalve of niet?' Tekst van de conclusie C.21.0190.N Conclusie van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck:
  2. Situering Het probleem dat aan uw Hof wordt voorgelegd, betreft in essentie de vraag of het opstellen van een boedelbeschrijving zoals voorzien door artikel 1214, §2, 1ste lid van het Gerechtelijk Wetboek verplicht is bij gebrek aan akkoord tussen de partijen om hiervan af te zien en meer bepaald ook wanneer een partij afwezig is. De verdere vraag is of de optredende notaris-vereffenaar hiertoe dan ambtshalve moet overgaan. Ten slotte vloeit hieruit dan nog de vraag voort wat het gevolg is op de door artikel 1218 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde termijnen en op de in artikel 1220 van het Gerechtelijk Wetboek opgenomen weringssanctie van het niet opstellen van een boedelbeschrijving hoewel er geen akkoord was om hiervan af te zien.
  3. Bespreking 2.
  4. ONTVANKELIJKHEID De verweerder voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het door de eiseres aangevoerde middel zou nieuw zijn nu de eiseres in haar syntheseconclusie nergens zou hebben aangevoerd dat de notaris-vereffenaar een boedelbeschrijving had moeten opstellen en dat de in artikel 1218, §1 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde termijnen bij ontstentenis hiervan niet zouden zijn beginnen lopen. Er is overeenkomstig vaststaande rechtspraak van uw Hof sprake van een nieuw en derhalve onontvankelijk middel wanneer dit middel wordt gebaseerd op de schending van een wetsbepaling die noch van openbare orde, noch van dwingend recht is, die niet aan de rechter ten gronde werd voorgelegd, die de rechter ten gronde evenmin ambtshalve heeft toegepast en welke de rechter ten gronde ten slotte ook niet gehouden was toe te passen
(1), dit laatste gelet op de aan de rechter voorgelegde feiten. In casu valt de aangevoerde grond van niet-ontvankelijkheid niet te onderscheiden van de grieven van het middel zelf zodat deze moet verworpen worden. Het middel is niet nieuw en derhalve ontvankelijk. 2.2. BESPREKING VAN HET MIDDEL De eiseres voert de schending aan van artikel 1220, §1 en voor zover als nodig, van de artikelen 1175, 1183, 1214, 1215, 1217, 1218 en 1223 van het Gerechtelijk Wetboek. Het middel van de eiseres komt samengevat neer op de volgende redenering: - Artikel 1214, §2, 1ste lid van het Gerechtelijk Wetboek legt de notaris-vereffenaar de verplichting op een boedelbeschrijving op te stellen tenzij alle partijen, voor zover ze bekwaam zijn, hiervan afzien en gezamenlijk aan de notaris-vereffenaar aanduiden welke goederen afhangen van de te verdelen boedel. Nu de eiseres afwezig was, kon zij niet haar akkoord verlenen om af te zien van het opstellen van een boedelbeschrijving en heeft zij evenmin aangeduid welke goederen van de te verdelen boedel afhangen; - Bij gebrek aan dergelijke in artikel 1214, §2, 1ste lid van het Gerechtelijk Wetboek voorziene verplichte boedelbeschrijving, is de termijn voorzien in artikel 1218, §1 van het Gerechtelijk Wetboek van 2 maanden te rekenen vanaf die boedelbeschrijving waarover de partijen beschikken om de notaris-vereffenaar en de overige partijen hun aanspraken en stukken mee te delen, nooit beginnen lopen; - Nu de termijn voorzien door artikel 1218, §1 van het Gerechtelijk Wetboek in casu nooit is beginnen lopen, kan de door artikel 1220, §1 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde weringssanctie die erin bestaat dat geen rekening wordt gehouden met aanspraken, opmerkingen en stukken die na die termijn worden overgemaakt
(2)onmogelijk toegepast worden. Het middel staat of valt met het antwoord op de vraag of het opstellen van een boedelbeschrijving overeenkomstig artikel 1214, §2, 1ste lid van het Gerechtelijk Wetboek verplicht is bij gebrek aan akkoord van de partijen, met inbegrip van de hypothese waarin één van de partijen afwezig blijft.
  1. Artikel 1214, §2 van het Gerechtelijk Wetboek luidt als volgt: “De notaris-vereffenaar verricht de boedelbeschrijving, tenzij alle partijen, voor zover ze bekwaam zijn, hiervan afzien en gezamenlijk aan de notaris-vereffenaar aanduiden welke goederen afhangen van de te verdelen boedel. Van de boedelbeschrijving wordt ten laatste afgezien bij de sluiting van het proces-verbaal van de opening der werkzaamheden. De notaris-vereffenaar stelt een proces-verbaal op waarin hij opneemt dat de partijen afzien van de boedelbeschrijving en akkoord gaan over de vaststelling van de te verdelen boedel, en bezorgt hiervan een afschrift aan de partijen en aan hun raadslieden in de vorm bepaald in artikel 1215, §
  2. Bij gebrek aan verzaking aan de boedelbeschrijving, bepaalt de notaris-vereffenaar, bij de sluiting van het proces-verbaal van opening der werkzaamheden, de dag en het uur van de eerste vacatie van de boedelbeschrijving, die plaats heeft, behoudens andersluidend akkoord van alle partijen en van de notaris-vereffenaar, uiterlijk twee maanden na de genoemde sluiting. Indien de boedelbeschrijving niet kan worden gesloten bij de eerste vacatie, bepaalt de notaris-vereffenaar onmiddellijk de dag en het uur van de volgende vacatie, die plaats heeft, behoudens akkoord van alle partijen en van de notaris-vereffenaar, uiterlijk twee maanden na de vorige vacatie. Mits alle partijen ermee akkoord gaan en bekwaam zijn, kan de boedelbeschrijving op verklaring worden gedaan.” Artikel 1214, §2 van het Gerechtelijk Wetboek is mijns inziens duidelijk en laat derhalve geen ruimte voor interpretatie: er kan maar afgeweken worden van de verplichting een boedelbeschrijving op te stellen wanneer alle partijen hiermee akkoord gaan. Indien een partij afwezig blijft, kan die evident geen dergelijk akkoord verlenen en is het opstellen van een boedelbeschrijving dus verplicht. Het is hierbij niet relevant te weten of de afwezige partij al dan niet schuld heeft aan diens afwezigheid. Artikel 1215, §1 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dan weer dat indien het proces-verbaal van opening van de werkzaamheden niet bij de eerste zitting kan worden gesloten, de notaris onmiddellijk dag en uur van de volgende zitting bepaalt die in principe uiterlijk 2 maanden later plaats moet vinden. Hierbij dient de notaris-vereffenaar de partijen en andere belanghebbenden evenals hun raadslieden minstens 8 dagen op voorhand aan te manen aanwezig te zijn bij het opmaken van het proces-verbaal om alle inlichtingen en stukken te bezorgen die nuttig zijn voor het vervullen van zijn opdracht en, in voorkomend geval, het ontbreken van een boedelbeschrijving te compenseren of de boedelbeschrijving aan te vullen naarmate er zich nieuwe gebeurtenissen voordoen.
  3. De verdere vraag is dan: moet de notaris-vereffenaar bij gebrek aan akkoord ambtshalve overgaan tot het opstellen van een boedelbeschrijving? Dit is mijns inziens inderdaad het geval gelet op de combinatie van het reeds aangehaalde artikel 1214, §2, 1ste lid van het Gerechtelijk Wetboek met artikel 1214, §6 van het Gerechtelijk Wetboek dat bepaalt dat de afwezigheid van één of meer partijen de voortzetting van de werkzaamheden niet verhindert alsook dat de notaris-vereffenaar in voorkomend geval in elke stand van de procedure vaststelt dat een partij afwezig is of weigert te tekenen. De notaris-vereffenaar moet dus een boedelbeschrijving opstellen. Is een partij afwezig, dan verhindert dit de boedelbeschrijving niet maar moet de notaris-vereffenaar dit wel vaststellen. Er dient te worden opgemerkt dat deze interpretatie daarenboven steun vindt in de voorbereidende werkzaamheden en de rechtsleer. In de toelichting bij het wetsvoorstel houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening – verdeling werd het volgende weerhouden inzake artikel 1214, §2, 1ste lid van het Gerechtelijk Wetboek (eigen benadrukking)
(3): “Uit de tekst van de bepaling volgt dat wanneer één van de partijen onbekwaam is of indien een van de partijen afwezig is of niet akkoord gaat met een vrijstelling van boedelbeschrijving of met een boedelbeschrijving op verklaring, de boedelbeschrijving steeds zal vereist zijn.” In de rechtsleer vindt men zowel het standpunt terug dat de notaris-vereffenaar ambtshalve tot een boedelbeschrijving kán overgaan als het standpunt dat hij hiertoe ambtshalve moet overgaan wanneer de voorwaarden daartoe zijn vervuld. C. DECLERCK en S. MOSSELMANS onderschrijven het standpunt dat de notaris-vereffenaar in principe gehouden is een boedelbeschrijving op te stellen en hiertoe ambtshalve kan overgaan
(4). T. VAN SINAY verwijst dan weer weliswaar naar de oude leer cf. dewelke de notaris-vereffenaar niet ambtshalve inventariseert maar daartoe dient te worden gevorderd om er evenwel op te laten volgen dat het ambtshalve opstellen van een boedelbeschrijving zijns inziens een toepassing uitmaakt of minstens kan uitmaken van de versterkte rol van de notaris-vereffenaar overeenkomstig de huidige procedure
(5). C. DE BOE en J.-Fr. VAN DROOGHENBROECK zijn de mening toegedaan dat de notaris-vereffenaar in geval van afwezigheid van één van de partijen ambtshalve inventaris dient op te stellen
(6). A. WYLLEMAN ten slotte vermeldt dat de notaris-vereffenaar in principe zoals artikel 1214, §2 van het Gerechtelijk Wetboek het voorschrijft als onderdeel van zijn wettelijke opdracht een boedelbeschrijving opmaakt tenzij alle partijen voor zover zij bekwaam zijn hiervan afzien en gezamenlijk aan de notaris-vereffenaar de goederen aanduiden die van de te verdelen boedel afhangen
(7). De libellering van artikel 1214, §2 van het Gerechtelijk Wetboek indachtig, dringt de conclusie zich op dat afwijken van de verplichting een boedelbeschrijving op te stellen maar mogelijk is indien alle partijen akkoord gaan
(8). Indien één of meerdere partijen afwezig blijven, is dit per definitie niet het geval en moet de notaris-vereffenaar ambtshalve overgaan tot het opstellen van een boedelbeschrijving. Vanzelfsprekend zal dit in de praktijk dikwijls verre van evident zijn maar die overweging laat niet toe van de wet af te wijken. 3. Uit het bovenstaande volgt dat een boedelbeschrijving bij afwezigheid van een partij en dus bij gebrek aan akkoord van alle partijen overeenkomstig artikel 1214, §2, 1ste lid van het Gerechtelijk Wetboek verplicht is én dat de notaris-vereffenaar hier dan ambtshalve moet toe overgaan. De appelrechter, die er gelet op het geheel van de aangevoerde feiten toe gehouden is na te gaan of de wettelijk voorgeschreven procedure werd nageleefd zoals die onder meer uit de artikelen 1214 en 1215 van het Gerechtelijk Wetboek volgt
(9), had dus moeten oordelen dat ten onrechte werd nagelaten om een boedelbeschrijving op te stellen nu er gelet op de afwezigheid van de eiseres geen akkoord voorhanden was om van die verplichting af te wijken. Volledigheidshalve kan nog worden opgemerkt dat de aard van de toepasselijke wetsartikelen – van openbare orde, van dwingend dan wel van aanvullend recht – volslagen irrelevant is zodra één of meerdere partijen feiten hebben aangevoerd die de toepassing van die artikelen met zich meebrengen
(10). Artikel 1218, §1, 2de lid van het Gerechtelijk Wetboek voorziet voorts dat de partijen te rekenen van de afsluiting van de boedelbeschrijving over een periode van 2 maanden beschikken voor de mededeling van hun aanspraken en van hun stukken aan de notaris-vereffenaar en de andere partijen. Indien geen boedelbeschrijving wordt opgesteld, kan die termijn niet beginnen lopen. Artikel 1220, §1 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt ten slotte dat de notaris-vereffenaar behoudens akkoord van alle partijen of ontdekking van nieuwe feiten of nieuwe stukken van overwegend belang geen rekening houdt met aanspraken, opmerkingen en stukken die na het verstrijken van de met toepassing van artikel 1217 overeengekomen termijnen of de in artikel 1218, §1 en §2 bepaalde termijnen zijn aangebracht. Indien de verplichte boedelbeschrijving niet wordt opgesteld, loopt de termijn voorzien in artikel 1218, §1 van het Gerechtelijk Wetboek niet zodat ook deze weringssanctie niet kan worden toegepast. De appelrechter die oordeelt dat 1) artikel 1220, §1 Gerechtelijk Wetboek onder meer inhoudt dat partijen, behoudens de vermelde uitzonderingen, geen nieuwe stukken, aanspraken of opmerkingen kunnen formuleren of laten gelden in de fase waarbij zij opmerkingen kunnen formuleren op de door de notaris-vereffenaar opgestelde (ontwerp)staat van vereffening en verdeling, 2) in deze fase de opmerkingen zich in principe dienen te beperken tot de bezwaren op de ontwerpstaat, dewelke werd opgesteld in functie van de stukken, aanspraken en opmerkingen die de partijen al dan niet (tijdig) hebben meegedeeld, en 3) de eiseres in haar schrijven van 31 oktober 2018 geen reactie geeft op de staat zelf maar zich beperkt tot het formuleren van nieuwe aanspraken dewelke zij beweerdelijk zou kunnen staven met stukken die zij nog niet heeft voorgelegd, verantwoordt diens beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Conclusie: vernietiging met verwijzing. _______________________________________
(1)Zie C. PARMENTIER, Comprendre la technique de cassation. 2ième édition, Larcier, 2018, nr. 148, ongewijzigd cf. de recentere rechtspraak van uw Hof waaronder Cass. 28 januari 2021, AR C.20.0007.F ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210128.1F.6, AC 2021, nr. 76; Cass. 22 juni 2018, AR C.17.0587.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180622.2, AC 2018, nr. 409.
(2)Behoudens akkoord van alle partijen of ontdekking van nieuwe feiten of nieuwe stukken van overwegend belang.
(3)Toelichting bij het wetsvoorstel houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening – verdeling, Parl.St. Senaat, 2010-11, nr. 405/1, p. 34.
(4)C. DECLERCK en S. MOSSELMANS, “Draaiboek van gerechtelijke vereffening – verdeling anno 2020, RW 2020-21, afl. 5, p. 179: “De notaris-vereffenaar is er in beginsel toe gehouden om een boedelbeschrijving op te stellen. Vanuit de idee dat de notaris-vereffenaar een centrale rol heeft in de gerechtelijke vereffening-verdeling, moet worden aangenomen dat de notaris-vereffenaar ambtshalve een boedelbeschrijving kan uitvoeren en de tussengeschillenprocedure daartoe niet hoeft te activeren.”
(5)T. VAN SINAY, “De boedelbeschrijving in de nieuwe gerechtelijke verdeling: een aangepast draaiboek?”, in W. PINTENS en C. DECLERCK (eds.) Patrimonium 2015, Brugge, Die Keure, 2015, nr. 11, p. 211: “De nieuwe wet heeft overigens aan de notaris-vereffenaar nog meer een centrale rol toebedeeld dan hij, zoals bleek uit de rechtspraak, al had onder het oude recht. Vandaar besluiten dat de notaris-vereffenaar ambtshalve dient te inventariseren, gaat een stap verder of is misschien slechts een toepassing van deze versterkte rol, minstens in het geval partijen hun medewerking weigeren. Deze oplossing zou een vlotte vooruitgang van de procedure van de gerechtelijke verdeling bevorderen, wat past in het kader van de nieuwe wet. Immers, de tendens in de nieuwe wet is dat, eens de notaris-vereffenaar gevorderd wordt om de procedure op te starten, doordat hem het aanstellingsvonnis ter hand wordt gesteld, hij de procedure verder leidt, volgens het pad dat de wet heeft uitgestippeld, weliswaar onder voorbehoud van akkoorden die partijen zouden kunnen sluiten.”
(6)C. DE BOE en J.-Fr. VAN DROOGHENBROECK, “L’inventaire après la réforme du partage judiciaire”, T.Vred. 2013, p. 140.
(7)A. WYLLEMAN, “Vereffening-verdeling na echtscheiding – wel en wee van de gewijzigde procedure.” In K. DE WISPELAERE (ed.), Personen- en familierecht, Brussel, Larcier, 2015, p. 243.
(8)Zie C. DE BOE en J.-Fr. VAN DROOGHENBROECK, “L’inventaire après la réforme du partage judiciaire”, T.Vred. 2013, p. 140 en volgende, waar uitgebreid ingegaan wordt op de overige voorwaarden die eveneens vervuld moeten zijn om te kunnen afwijken van de verplichting een boedelbeschrijving op te stellen. Een akkoord tussen de partijen hieromtrent is onontbeerlijk maar volstaat op zich nog niet.
(9)Zie Cass. 28 juni 2013, AR C.12.0439.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130628.3, AC 2013, nr. 404, “Het onderdeel, dat schending aanvoert van wetsbepalingen die de rechter, gelet op diens verplichting om het recht toe te passen op de in het bijzonder ter ondersteuning van de vordering aangevoerde feiten, had moeten toepassen, is niet nieuw.” Zie ook onder meer Cass. 25 mei 2012, AR C.10.0557.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120525.2, AC 2012, nr. 339: “Het middel dat de schending aanvoert van een wetsbepaling die de rechter, blijkens de door hem vastgestelde feiten, diende toe te passen om over het geschil uitspraak te doen, is niet nieuw.”
(10)Zie in dit verband Ph. GERARD, H BOULARBAH en J-F VAN DROOGHENBROECK, Pourvoi en cassation en matière civile, Bruylant, 2012, nrs. 452 ev. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220106.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220106.1N.9 citeert: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120525.2 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130628.3 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180622.2 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210128.1F.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.