← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 01 februari 2022

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 47bis, § 6 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht op een eerlijk proces - Verwittiging van het zwijgrecht - Recht op bijstand van een advocaat tijdens elk verhoor - Verdachte die zich tijdens het verhoor bevindt in een bijzonder kwetsbare positie - Verhoren van de verdachte afgenomen vóór de inwerkingtreding van artikel 47bis, §6 Wetboek van Strafvordering - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 47bis, § 6 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 Het recht van toegang tot de advocaat houdt in dat vanaf het ogenblik van de vrijheidsberoving de verdachte contact kan hebben met een advocaat en er vertrouwelijke aanwijzingen kunnen worden gegeven, alsook dat de advocaat bij de verhoren tijdens het vooronderzoek fysiek mag aanwezig zijn, wat moet toelaten een effectieve en concrete bijstand te verlenen en erop toe te zien dat het recht van verdediging niet wordt miskend; dit recht van toegang tot de advocaat kan een verdachte enkel worden ontzegd indien daartoe dwingende redenen zijn; dat zal slechts uitzonderlijk het geval zijn, die redenen hebben noodzakelijk een tijdelijk karakter en ze kunnen slechts worden aangenomen op grond van een specifieke beoordeling van de omstandigheden van de zaak, zoals de dringende noodzaak om in een bepaalde zaak een ernstige aantasting van het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit te voorkomen; een beperking van het recht van toegang op een wettelijke en dus algemene, verplichte en systematische basis vormt als dusdanig geen dwingende reden

(1).
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Recht op bijstand van een advocaat tijdens elk verhoor - Inhoud en doel van deze waarborg - Beperking van de waarborg wegens dwingende redenen - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht op een eerlijk proces - Recht op bijstand van een advocaat tijdens elk verhoor - Inhoud en doel van deze waarborg - Beperking van de waarborg wegens dwingende redenen - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 5 - 6 Een beperking van het recht van toegang tot de advocaat leidt bij afwezigheid van dwingende redenen niet automatisch tot een schending van artikel 6 EVRM; het staat aan de rechter te onderzoeken of in het licht van de omstandigheden van de zaak de beperking van het recht van toegang tot de raadsman de eerlijkheid van het proces in zijn geheel beschouwd al dan niet onherstelbaar heeft aangetast; bij die beoordeling kan onder meer rekening worden gehouden met de volgende elementen, voor zover die van toepassing zijn op de te beoordelen zaak: de bijzondere kwetsbaarheid van de verdachte in het licht van bijvoorbeeld zijn leeftijd of geestelijke mogelijkheden, de wettelijke regeling van het vooronderzoek en de toelaatbaarheid van de bewijzen, de mogelijkheid voor de betrokkene om de authenticiteit van het verzamelde bewijs te betwisten en zich te verzetten tegen het gebruik ervan, de kwaliteit van het bewijs en het al dan niet bestaan van twijfel over de betrouwbaarheid en de juistheid ervan in het licht van de omstandigheden waarin het werd verkregen, de aard van de onwettigheid waarmee het bewijs desgevallend werd verkregen en de aard van een eventuele verdragsrechtelijke schending, de aard van verklaringen en het gegeven of ze dadelijk werden ingetrokken of verbeterd, het gebruik van de bewijzen en in het bijzonder of die een overwegend of belangrijk deel van de bewijslast uitmaken waarop de veroordeling is gesteund, alsook het belang van de andere dossierelementen, het belang dat het onderzoek van het misdrijf en de bestraffing van de dader heeft voor de publieke opinie en het bestaan in het interne recht van andere procedurele garanties; tegen een beklaagde kan geen veroordeling worden uitgesproken die geheel of gedeeltelijk is gegrond op verklaringen die hij heeft afgelegd in strijd met de voormelde vereisten

(1).
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Recht op bijstand van een advocaat tijdens elk verhoor - Criteria vooropgesteld in het arrest Beuze van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 9 november 2018 - Toepassing van de criteria op verhoren afgenomen vóór het arrest Beuze - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht op een eerlijk proces - Recht op bijstand van een advocaat tijdens elk verhoor - Criteria vooropgesteld in het arrest Beuze van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 9 november 2018 - Toepassing van de criteria op verhoren afgenomen vóór het arrest Beuze - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de conclusie P.21.1190.N-P.21.1222.N Advocaat-generaal Bart DE SMET heeft in hoofdzaak gezegd: “De heropening van de rechtspleging ingevolge een beslissing van het Europees Hof te Straatsburg over verhoren van een verdachte die tijdens het vooronderzoek zijn afgenomen zonder verwittiging van het zwijgrecht en zonder bijstand van een advocaat, in strijd met de waarborgen die voortvloeien uit artikel 6.3.c EVRM”.

  1. Het Hof kan akte verlenen van de eerste twee verzoeken tot heropening van de rechtspleging. Het derde verzoekschrift is ondertekend door een advocaat die meer dan 10 jaar is ingeschreven op het tableau van de orde van advocaten en is ontvankelijk (art. 422quater Sv.).
  2. Uit de stukken blijkt dat verzoeker B. op 22 december 2011 is veroordeeld tot effectieve straffen en de appelrechters rekening hielden met verklaringen die eiser heeft afgelegd zonder bijstand van een advocaat en zonder verwittiging van het zwijgrecht, waarbij die verklaringen dateren van vóór de Salduz-wetten van 13 augustus 2011 (BS 5 september 2011) en 21 november 2016 (BS 24 november 2016)

(1).
  1. Het Hof verwierp een middel over schending van art. 6 EVRM op 19 juni 2012 (P.12.0162.N), omdat het gebrek aan bijstand van een advocaat tijdens verhoren in het vooronderzoek het recht op een eerlijk proces in zijn geheel niet onherstelbaar heeft aangetast.
  2. Daarna wendde verzoeker zich tot het Europees Hof te Straatsburg, dat op 23 maart 2021 de beslissing nam om de zaak van de rol te schrappen, na een unilaterale verklaring van de Belgische Staat dat de gevoerde strafprocedure tegen verzoeker in strijd is met de artikelen 6.1 en 6.3.c EVRM en dat een heropening van de procedure een gepaste remedie is
(2). 5. Er lijkt mij reden om de heropening toe te staan, naar het voorbeeld van het arrest van het Hof van 24 februari 2021 (P.20.1180.F ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210224.2F.1)
(3), gelet op de beginselen aanvaard in het arrest Beuze tegen België van 9 november 2018, nadien bevestigd in de arresten De Veirman en Amnad en het arrest Brus
(4). 6. Uit het arrest Beuze volgt dat de strafrechter geen rekening mag houden met verklaringen van verdachten afgelegd tijdens het vooronderzoek zonder verwittiging van het zwijgrecht (het recht geen verklaringen af te leggen en zichzelf niet te beschuldigen
(5)) en zonder bijstand van een advocaat, zelfs als deze verklaringen steun vinden in voldoende ander bewijs. Het recht op bijstand van een advocaat voor en tijdens verhoren in het vooronderzoek kan alleen om dwingende redenen worden ontzegd
(6), te beoordelen volgens concrete omstandigheden eigen aan de zaak, behoudens vrijwillige en weloverwogen afstand van deze proceswaarborg. Een beperking op basis van een algemene procedurewet volstaat niet
(7). 7. Niettemin levert een verhoor van de verdachte zonder bijstand van een advocaat niet steeds een schending op van het recht op een eerlijk proces (art. 6.1 EVRM). De rechter dient hierbij rekening te houden met het proces in zijn geheel en verschillende criteria die daarmee verbonden zijn. Deze criteria zijn aangehaald in het arrest Beuze, zoals de bijzonder kwetsbare positie van de verdachte, de kwaliteit van het bewijs en mogelijkheid de betrouwbaarheid daarvan aan te vechten, het intrekken of aanpassen van belastende verklaringen kort na het verhoor en andere procedurele waarborgen
(8).
  1. De appelrechters en het Hof hadden kunnen aannemen, in functie van die Beuze-criteria (hoewel deze van daarna dateren), dat de verhoren van verzoeker zonder verwittiging van het zwijgrecht en zonder bijstand van een advocaat het recht op een eerlijk proces onherstelbaar hebben aangetast en bijgevolg niet in aanmerking komen als bewijs, zelfs niet ter ondersteuning van voldoende ander bewijsmateriaal.
  2. In deze zaak hebben de appelrechters niet of onvoldoende onderzocht of er concrete, dwingende redenen bestonden, eigen aan de zaak, om verzoeker tijdens het vooronderzoek te verhoren zonder bijstand van een advocaat en zonder verwittiging van het zwijgrecht. Ook hebben zij niet of onvoldoende nagegaan of het ontbreken van bijstand van een advocaat tijdens verhoren werd gecompenseerd door (voldoende) andere proceswaarborgen, zodat de begane procedurefout geen onherstelbaar nadeel vormt voor de eerlijkheid van het proces in zijn geheel.
  3. De schending van artikel 6 EVRM, zoals erkend door de Belgische regering, is dermate ernstig dat er twijfel bestaat over de uitkomst van de strafprocedure. Verzoeker ondervindt ook nu nog ernstige nadelige gevolgen van de strafrechtspleging
(9). Er is dan ook grond tot heropening van de strafrechtspleging, gelet op de voorwaarden van artikel 442quinquies Sv.
(10).
  1. Het middel is dan ook gegrond. Mijn advies is de heropening van de rechtspleging, met intrekking van het arrest van het Hof van 19 juni 2012 (P.12.0162.N), en cassatie met verwijzing van het veroordelend arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 22 december
  2. ________________________________
(1)Voor het hof van beroep te Antwerpen had verzoeker B. aangevoerd dat hij meer dan twintig maal is verhoord tijdens het gerechtelijk onderzoek, tussen 25 juni 2004 en 11 september 2007, zonder bijstand van een advocaat en zonder verwittiging van het zwijgrecht, overeenkomstig oud art. 47bis Sv., in de versie vóór de Wet van 13 augustus 2011. Daarbij zijn er verhoren afgenomen tijdens de termijn van arrestatie (23 november 2005) en na het bevel tot aanhouding. Het hof van beroep te Antwerpen nam aan dat 1°verzoeker geen precieze en concrete elementen aanvoerde waaruit zou blijken dat de afwezigheid van een advocaat tijdens de verhoren zou kunnen leiden tot een schending van de rechten van verdediging, 2°uit niets blijkt dat verzoeker door zijn ondervragers werd misleid of onder druk gezet, 3°er niet blijkt dat verzoeker zich bij zijn verhoren in een kwetsbare positie heeft bevonden, 4°de verklaringen van verzoeker afgelegd door verzoeker geen doorslaggevend bewijs vormen, 5°verzoeker vrijwel onmiddellijk na het opstarten van het onderzoek ruimschoots de gelegenheid had om met zijn raadsman te overleggen en 6°verzoeker tijdens het debat ten gronde alle bezwaren en opmerkingen kon formuleren over de bewijsvoering. Het hof van beroep besloot op 22 december 2011 dat verzoeker zijn rechten van verdediging ten volle kon uitoefenen en zijn verklaringen afgelegd zonder bijstand van een advocaat zijn recht van verdediging geenszins onherstelbaar heeft aangetast.
(2)Over de procedure voor het Europees Hof te Straatsburg, in het bijzonder de schrapping van de zaak van de rol, zonder minnelijke schikking (art. 37.1.c EVRM), zie J. VANDE LANOTTE en Y. HAECK, Handboek EVRM. Deel 1. Algemene beginselen, Intersentia, 2004, 381-390; M.-A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021, 1887-1894.
(3)Cass. 24 februari 2021, AR P.20.1180.F ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210224.2F.1, AC 2021, nr.
  1. Artikel 442bis Wetboek van Strafvordering laat aan de veroordeelde toe een verzoekschrift tot heropening van de rechtspleging in te dienen, wanneer de schending van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is vastgesteld in een unilaterale verklaring van de Belgische Staat, op basis waarvan het Europees Hof te Straatsburg de zaak van de rol heeft geschrapt, overeenkomstig artikel 37.1 EVRM (Cass. 2 oktober 2018, AR P.18.
  2. N, AC 2018, nr. 521, NC 2019, 58, RABG 2019, 14 en Cass. 7 november 2018, AR P.18.0949.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181107.12-P.18.0950.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181107.12, AC 2018, nr. 616, met concl. van advocaat-generaal M. NOLET DE BRAUWERE op datum in Pas., JT, 2020, 123 noot C. JADOT, “La reconnaissance unilatérale de violation de la Convention européenne des droits de l'homme: fait générateur de réouverture de la procédure?”.
(4)EHRM 9 november 2018, Beuze t/België; EHRM 11 mei 2021, De Veirman en Amnad t/België en EHRM 14 september 2021, Brus t/België, www.echr.coe.int, NC 2021, 495.
(5)Zie J. MEESE, “The sound of silence. Het zwijgrecht en het nemo tenetur-beginsel in strafzaken. Een historisch en rechtsvergelijkend overzicht”, in Zwijgrecht versus spreekplicht, Intersentia, 2013, 37-72 en M. COLETTE, “Legitieme horizontale strafvordering en het verhoor als dwangcommunicatie. Over het strafprocesrechtelijke vrijheidsbegrip en participatie in het licht van de Salduz-rechtspraak”, NC 2019, 218-219.
(6)EHRM 9 november 2018, Beuze t/België, §137, www.echr.coe.int Over de dwingende reden als uitzondering op het recht op bijstand van een advocaat tijdens verhoren zie ook EHRM 13 september 2016, Ibrahim e.a. t/Verenigd Koninkrijk, §258-259, NC 2019, 418, noot M. COLETTE en G. GOOSSENS, “Het recht op bijstand door een advocaat bij het verhoor; subjectivering in geval van terreurdaden (en daarbuiten)” (420-427).
(7)EHRM 9 november 2018, Beuze t/België, §137-142, www.echr.coe.int; Cass. 21 mei 2019, AR P.19.0045.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190521.3, AC 2019, nr. 304.
(8)EHRM 9 november 2018, Beuze t/België, §150 en 166, www.echr.coe.int. Zie ook EHRM 13 december 2016, Ibrahim ea. t/Verenigd Koninkrijk, §274, NC 2019, 417; EHRM 12 mei 2017, Simeonovi t/Bulgarije; EHRM Farrugia t/Malta, www.echr.coe.int; Cass. 21 mei 2019, AR P.19.0045.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190521.3, AC 2019, nr.
  1. Zie ook C. VAN DE HEYNING, „Het verhoor van kwetsbare personen na de Salduz-bis Wet: context, controverse en uitsluiting van het bewijs, T. Strafr. 2018, 71-91; M.-A BEERNAERT, “Droit d’accès à un avocat et relativité toujours plus grande des garanties du droit à un procès équitable », Rev. Trim. Dr. Homme 2019, 519-526; M. COLETTE en G. GOOSSENS, “Het recht op bijstand door een advocaat bij het verhoor; subjectivering in geval van terreurdaden (en daarbuiten)”, NC 2019, 420-427 en O. MICHIELS, “L’arrêt Beuze c. Belgique, une regrettable conte-révolution?”, JT 2019, 283-
  2. Over de actuele regeling van het recht op bijstand van een advocaat bij elk verhoor van een verdachte (art. 47bis Sv. en art. 2bis Wet Voorlopige Hechtenis, gewijzigd door de Wet van 21 november 2016), zie Y. LIEGEOIS, “De Salduz+ wet van 21 november 2016: een nieuw hoogtepunt in het recht van toegang tot een advocaat onder dictaat van Europa”, NC 2017, 105-129.
(9)De appelrechters hadden verzoeker veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van vier jaar, een geldboete van 82.500€ (inclusief opdeciemen), een verbod van 10 jaar om bepaalde bestuursfuncties in vennootschappen uit te oefenen en een bijzondere verbeurdverklaring van geldsommen van een bedrag van 711.388€. Op burgerlijk vlak werd verzoeker veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding aan meerdere burgerlijke partijen. Het Hof nam eerder aan dat de veroordeelde zeer ernstige gevolgen ondervindt door de vermelding van de veroordeling op het strafregister en de opvolging van de voorwaardelijke invrijheidstelling door de strafuitvoeringsrechtbank, waarbij die nadelen een heropening van de rechtspleging rechtvaardigen (Cass. 24 februari 2021, AR P.20.1180.F ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210224.2F.1, AC 2021, nr. 138).
(10)Over de voorwaarden tot de heropening van de rechtspleging, na een definitief arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens of schrapping van de zaak wegens een unilaterale verklaring van de Belgische Staat, waarbij een schending van het EVRM werd vastgesteld (art. 442bis, 442ter, 442quater en 442quinquies Sv.) zie Cass.24 februari 2021, AR P.20.1180.F ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210224.2F.1, AC 2021, nr. 138; Cass. 24 november 2015, AR P.15.1175.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151124.7, AC 2015, nr. 695; Cass. 19 maart 2014, AR P.14.0157.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140319.1, AC 2014, nr. 216; Cass. 11 december 2013, AR P.13.1150.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131211.5-13.1153.F, AC 2013, nr. 676, met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH op datum in Pas.; Cass. 11 februari 2009, AR P.08.1472.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090211.7, AC 2009, nr. 114 met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, op datum in Pas;. Cass. 9 april 2008, AR P.08.0051.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080409.5, AC 2008, nr. 214, met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, op datum in Pas. en verder J. ROZIE, “Nieuwe ontwikkelingen in Straatsburg. De uitspraken gewezen in 2006 door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tegen België en de procedure tot heropening van de rechtspleging in strafzaken onder de loep genomen”, NC 2007, 407-410; N. COLPAERT, “De nieuwe procedure van heropening van een strafzaak na een veroordelend arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens”, RW 2007-08, 53-61; J. VAN MEERBEECK, “La réouverture des procédures pénales après un arrêt de Strasbourg. Commentaire de la loi du 1er avril 2007”, JT 2007, 733-737; A. VERHEYLESONNE en O. KLEES, “La loi belge du 1er avril 2007 relative à la réouverture de la procédure pénale à la suite d’un arrêt de la Cour européenne des droits de l’homme”, Rev. Trim. Dr. Homme. 2008, 773-800; K. LEMMENS en P. LEMMENS, “De herziening of heropening van de strafprocedure: een passend middel tot herstel van een schending van fundamentele rechten”, in Het strafrecht bedreven. Liber amicorum Alain De Nauw, Die Keure, 2011, 571-590; R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Maklu, 2012, 1301-1305; R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer, 2014, 1852-1853; T. DECAIGNY, “De gevolgen van een arrest van het Hof van Cassatie en de relatie tot andere hoge rechtscolleges”, in Cassatie in strafzaken, Intersentia, 2014, 251-261; S. GROETAERS, “De heropening van de rechtspleging na een veroordeling van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens: een rechtsvergelijkend overzicht”, NC 2018, 258-271; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel Svacina, 2019, 1436-1438; M.-A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021, 1887-1906. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220201.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220201.2N.8 citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080409.5 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090211.7 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131211.5 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140319.1 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151124.7 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181107.12 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190521.3 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210224.2F.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.