← België

TJECHISCHE REPUBIEK contra DIAG HUMAN SE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 10 februari 2022

Artikel 5

.1, e)

Arbitrale uitspraak - Bindend karakter - Beoordeling Thesaurus CAS: ARBITRAGE Vrije woorden:

Artikel 5

.1, e)

Arbitrale uitspraak - Bindend karakter - Beoordeling Fiches 3 - 4 Uit het opzet van artikel 5.1, e), Verdrag van New York volgt dat de arbitrale uitspraak bindend is voor de partijen, in de zin van die bepaling, zodra daartegen geen rechtsmiddel tot wijziging ervan kan worden ingesteld. Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Vrije woorden:

Artikel 5

.1, e)

Arbitrale uitspraak - Bindend voor partijen - Voorwaarde Thesaurus CAS: ARBITRAGE Vrije woorden:

Artikel 5

.1, e)

Arbitrale uitspraak - Bindend voor partijen - Voorwaarde Fiches 5 - 6 De vraag of tegen een arbitrale uitspraak een rechtsmiddel tot wijziging ervan kan worden aangewend en welke gevolgen een beslissing, gewezen in het kader van zulk rechtsmiddel voor het bindend karakter van de arbitrale uitspraak heeft, moet worden opgelost met inachtneming, achtereenvolgens en het ene bij ontstentenis van het andere, van de arbitrageovereenkomst, van de wet die zij daartoe aanwijst en, ten slotte, van de wet van het land waar de uitspraak is gedaan

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Vrije woorden:

Artikel 5

.1, e)

Arbitrale uitspraak - Rechtsmiddel - Gevolgen - Taak van de executierechter Wettelijke bepalingen: Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, gedaan te New York op 10 juni 1958 - 10-06-1958 - Art. 5.1, e) - 30 Link Justel databank 19580610-30 Thesaurus CAS: ARBITRAGE Vrije woorden:

Artikel 5

.1, e)

Arbitrale uitspraak - Rechtsmiddel - Gevolgen - Taak van de executierechter Wettelijke bepalingen: Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, gedaan te New York op 10 juni 1958 - 10-06-1958 - Art. 5.1, e) - 30 Link Justel databank 19580610-30 Fiches 7 - 9 De executierechter moet de buitenlandse beslissing, gewezen in het kader van een rechtsmiddel, waaruit het al dan niet bindend karakter van de arbitrale uitspraak blijkt, als rechtsfeit in aanmerking nemen, zonder dat die beslissing voorafgaand erkend of ten uitvoer moet worden gelegd volgens de procedure van de artikelen 3 en 4 Verdrag van New York

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Vrije woorden:

Artikel 5

.1, e)

Vordering tot tenuitvoerlegging van een finale arbitrale uitspraak - Taak van de executierechter Wettelijke bepalingen: Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, gedaan te New York op 10 juni 1958 - 10-06-1958 - Art. 5.1, e) - 30 Link Justel databank 19580610-30 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Vordering tot tenuitvoerlegging van een finale arbitrale uitspraak -

Artikel 5

.1, e)

Taak van de executierechter Wettelijke bepalingen: Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, gedaan te New York op 10 juni 1958 - 10-06-1958 - Art. 5.1, e) - 30 Link Justel databank 19580610-30 Thesaurus CAS: ARBITRAGE Vrije woorden: Vordering tot tenuitvoerlegging van een finale arbitrale uitspraak -

Taak van de executierechter Wettelijke bepalingen: Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, gedaan te New York op 10 juni 1958 - 10-06-1958 - Art. 5.1,

  1. e)- 30 Link Justel databank 19580610-30 Tekst van de conclusie C.20.0247.N Conclusie van advocaat-generaal Els Herregodts: (…) Eerste middel 6. Het middel komt op tegen het oordeel van de appelrechter dat de finale scheidsrechterlijke uitspraak van 4 augustus 2008 bindend is geworden voor de partijen in de zin van artikel 5.1,
  2. e)Verdrag van New York en uitvoerbaar moet worden verklaard op grond van artikel 3 van dit Verdrag. Het middel voert de schending aan van: - de artikelen 1, 3 en 5.1,
  3. e)Verdrag van New York; - de artikelen 15.1, 27 en 28.2 van de wet nr. 216/1994 van de Tsjechische Republiek betreffende de arbitrageprocedure en de tenuitvoerlegging van arbitrale beslissingen; - de artikelen 1317, 1319, 1320 e, 1322 van het oud Burgerlijk Wetboek. 7. Artikel 1.1 Verdrag van New York bepaalt dat dit verdrag van toepassing is op de erkenning en tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken, gewezen op het grondgebied van een andere Staat dan die waar de erkenning en tenuitvoerlegging van zodanige uitspraken wordt verzocht, en voortvloeiende uit geschillen tussen natuurlijke of rechtspersonen. Het is eveneens van toepassing op scheidsrechterlijke uitspraken die niet beschouwd worden als nationale uitspraken in de Staat waar hun erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht. Artikel 3 van voornoemd verdrag bepaalt dat iedere verdragsluitende Staat onder de in de volgende artikelen vervatte voorwaarden scheidsrechterlijke uitspraken als bindend zal erkennen en ze ten uitvoer zal leggen overeenkomstig de regelen van rechtsvordering, geldende in het gebied waar een beroep op de uitspraak wordt gedaan. De erkenning of tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken waarop dit verdrag van toepassing is, zal niet worden onderworpen aan aanzienlijk drukkender voorwaarden of aanzienlijk hogere gerechtskosten dan die waaraan de erkenning of tenuitvoerlegging van de nationale scheidsrechterlijke uitspraken zijn onderworpen. Krachtens artikel 5.1, e), Verdrag van New York zullen de erkenning en tenuitvoerlegging van de uitspraak slechts dan, op verzoek van de partij tegen wie een beroep op de uitspraak wordt gedaan, geweigerd worden, indien die partij aan de bevoegde autoriteit van het land waar de erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht, het bewijs levert dat de uitspraak nog niet bindend is geworden voor partijen of is vernietigd of haar tenuitvoerlegging is geschorst door een bevoegde autoriteit van het land waar of krachtens welk recht die uitspraak werd gewezen. 8. Hoewel krachtens artikel 5.1,
  4. e)Verdrag van New York de vernietiging en de schorsing van de uitspraak tot de bevoegdheid behoren van de bevoegde autoriteit van het land waar of krachtens welk recht zij werd gewezen, volgt uit de bewoordingen van dit artikel niet dat het bindend karakter van de uitspraak alleen volgens de wet van het land waar zij werd gewezen kan worden beoordeeld. Inzake de toepassing van artikel 5.1, e), Verdrag van New York is de vraag gerezen op welk ogenblik een scheidsrechterlijke uitspraak als bindend voor de partijen kan worden beschouwd in de zin van die bepaling. Uit de voorbereidende werkzaamheden van het Verdrag van New York blijkt dat het eerste deel van de zin in artikel 5.1,
  5. e)“dat de uitspraak nog niet bindend is geworden voor partijen” volledig moet worden geïsoleerd van het vervolg van die bepaling, namelijk dat de uitspraak “is vernietigd of haar tenuitvoerlegging is geschorst door een bevoegde autoriteit van het land waar of krachtens welk recht die uitspraak werd gewezen”. De verwijzing naar de wet van het land waar de uitspraak is gewezen, heeft dus ook enkel betrekking op het laatste deel van die bepaling. Noch uit de wettekst van artikel 5.1, e), Verdrag van New York noch uit de voorbereidende werkzaamheden blijkt dus dat het bindend karakter van de uitspraak alleen volgens de wet van het land waar zij werd gewezen kan worden beoordeeld

(1). Uit de voorbereidende werkzaamheden bij artikel 5.1, e), Verdrag van New York blijkt dat de term “bindend” wordt verantwoord, doordat in het Verdrag van Genève van 26 september 1927 werd vereist dat de arbitrale uitspraak “definitief” (in het Engels: “final”) was geworden in het land waar zij werd gewezen, opdat deze uitvoerbaar was. Degene die om de tenuitvoerlegging van die uitspraak verzocht, droeg aldus de last om te bewijzen dat de uitspraak definitief was geworden in het land waar zij werd gewezen. Dit kwam er in de praktijk op neer dat deze partij een toelating tot uitvoering (exequatur of gelijkaardige procedure) door de rechtbank van het land van oorsprong diende voor te leggen. Nu eveneens een exequatur vereist was in het land waar de tenuitvoerlegging werd gevraagd, werd hierdoor een systeem van “dubbel exequatur” in stand gebracht. De opstellers van het Verdrag van New York vonden dit systeem te veeleisend en te rigide. Zij hebben dit afgeschaft door in plaats van een “definitieve” uitspraak een “bindende” uitspraak te vereisen
(2). Voor de beoordeling van de vraag op welk ogenblik een arbitrale uitspraak “bindend” is geworden in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York, bestaan drie strekkingen in de internationale rechtspraak en rechtsleer
(3). Volgens een eerste strekking dient het bindend karakter van de uitspraak uitsluitend te worden beoordeeld volgens de arbitrageovereenkomst, wanneer partijen hierin hebben gepreciseerd op welk ogenblik de arbitrale uitspraak bindend zal worden. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn wanneer partijen overeenkomen dat de uitspraak bindend wordt onmiddellijk nadat zij is gedaan. De wilsautonomie van partijen krijgt aldus steeds voorrang, zolang zij niet strijdig is met de openbare orde
(4). Volgens deze strekking wordt de arbitrale uitspraak in elk geval bindend voor partijen op het ogenblik dat werd bedongen in de overeenkomst (bv. onmiddellijk nadat zij is gedaan) ook al kan tegen die uitspraak nog een gewoon rechtsmiddel voor een rechtscollege worden aangewend. De mogelijkheid om tegen de arbitrale uitspraak een gewoon rechtsmiddel aan te wenden, zou dan niet beletten dat die uitspraak toch bindend wordt voor partijen onmiddellijk nadat zij is gedaan, op grond van de arbitrageovereenkomst
(5). De auteurs die deze eerste strekking voorstaan, lijken de wilsautonomie van partijen aldus voorrang te geven boven de autonome betekenis die aan de term “bindend” zou toekomen volgens de derde strekking (zie hieronder). Op grond van die autonome invulling kan een arbitrale uitspraak immers niet bindend worden voor partijen in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York, zolang hiertegen nog een gewoon rechtsmiddel kan worden aangewend voor andere arbiters of een rechtscollege. Volgens een tweede strekking dient het bindend karakter van een arbitrale beslissing daarentegen uitsluitend te worden bepaald volgens de wet die van toepassing is op die beslissing. De uitspraak wordt dan bindend in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York wanneer zij aan de voorwaarden voldoet om als “bindend” te worden beschouwd in het land van oorsprong. In bepaalde rechtssystemen wordt een uitspraak pas bindend wanneer aan bepaalde formaliteiten wordt voldaan, vereist om de uitspraak in rechte afdwingbaar te maken in het land van oorsprong (bv. nalezing (“review”) en bevestiging (“confirmation”) van de arbitrale uitspraak door de rechtbank van de plaats waar zij is gewezen; neerlegging van de uitspraak bij de rechtbank van de plaats waar zij is gewezen; registratie van de arbitrale uitspraak bij lokale instanties). Volgens deze strekking dient de arbitrale uitspraak aan die formaliteiten van het land van oorsprong te voldoen, alvorens zij als “bindend” kan worden beschouwd in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York
(6). Het principe dat de arbitrale uitspraak moet voldoen aan de vereisten van de arbitragewet van het land van oorsprong, mag echter niet leiden tot de herinvoering van een systeem van “dubbel exequatur”. Ook al vereist de wet die van toepassing is op de arbitrale uitspraak aldus een toelating tot uitvoering door de rechtbank (bv. een “leave for enforcement”), opdat die uitspraak bindend wordt tussen partijen, zal het voor de partij die de tenuitvoerlegging vraagt niet noodzakelijk zijn om zulk exequatur te verkrijgen in het land van oorsprong. De arbitrale uitspraak zal dan toch als bindend worden beschouwd in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York
(7). Ook volgens deze tweede strekking heeft de term “bindend” in het Verdrag van New York betreffende de afschaffing van het dubbele exequatur dus wel een autonome betekenis
(8). Deze tweede strekking wordt bekritiseerd, aangezien zij minder aansluiting vindt in de voorbereidende werkzaamheden. Bovendien kan de grens tussen het moeten voldoen aan de bijkomende formaliteiten van het land waar de uitspraak is gewezen opdat de uitspraak bindend wordt voor partijen (bv. bevestiging door lokale rechtbanken of registratie bij lokale administratie), en het vereiste van een daadwerkelijke toelating tot uitvoering door de rechtbank van het land van oorsprong – wat dan neerkomt op de herinvoering van een systeem van dubbel exequatur – zeer dun zijn
(9). Het lijkt volgens die kritiek dan ook meer aangewezen om de definitie van de term “bindend” in artikel 5.1, e), Verdrag van New York volledig los te koppelen van de bijkomende formaliteiten die in het land van oorsprong vereist zouden zijn opdat een arbitrale uitspraak bindend kan worden tussen partijen
(10). In de internationale rechtspraak en rechtsleer pleit een derde strekking er dan ook mijns inziens terecht voor om de term “bindend” in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York een autonome betekenis te geven. Een uitspraak is volgens die opvatting bindend in de zin van die bepaling wanneer daartegen geen rechtsmiddel tot wijziging ervan kan worden ingesteld (d.i. een gewoon rechtsmiddel), voor een scheidsgerecht of voor een rechtbank van de rechterlijke orde, dit is wanneer het geschil ten gronde definitief is beslecht. Zolang nog een gewoon beroep mogelijk is, wordt de arbitrale beslissing gewezen in eerste aanleg dus niet bindend en kan zij niet worden uitgevoerd in het buitenland, maar moet de beroepstermijn eerst verstrijken
(11). Wanneer daarentegen tegen de uitspraak nog een rechtsmiddel tot vernietiging kan worden ingesteld voor een rechtbank van de rechterlijke orde wegens procedurele onregelmatigheden (d.i. een buitengewoon rechtsmiddel), zal dit er niet aan in de weg staan dat de uitspraak bindend wordt voor partijen in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York en aldus uitvoerbaar is. Het staat aan de verwerende partij, tegen wie de uitvoerbaarheid van de arbitrale uitspraak wordt aangevoerd, om te bewijzen dat de uitspraak dit bindend karakter niet heeft
(12). Enerzijds vindt deze autonome betekenis van de term “bindend” steun in de tekst zelf van artikel 5.1, e), Verdrag van New York, waarin het concept van een buitengewoon rechtsmiddel wordt gedekt door het tweede deel van die bepaling, dat verwijst naar de vernietiging van de uitspraak. De idee van een gewoon rechtsmiddel, namelijk van een beroep ten gronde voor een scheidsgerecht of een rechtbank van de rechterlijke orde, wordt op haar beurt gedekt door het eerste deel van de bepaling, namelijk door de term “bindend”
(13). Anderzijds vindt deze autonome invulling aansluiting in de voorbereidende werkzaamheden, waaruit blijkt dat “le mot obligatoire avait été pris dans le sens que la sentence ne soit pas l’objet d’un recours ordinaire. (…) Si l’appel de la sentence arbitrale est encore possible, la sentence de première instance ne peut pas être exécutée à l’étranger, mais le délai d’appel doit être révolu d’abord. Par contre si des voies de recours extraordinaires sont encore possibles contre la sentence, tel qu’annulation de la sentence (opposition en nullité), ceci n’empêchera pas l’exécution à l’étranger. Ces cas ne sont pas prévus par les mots ‘la sentence n’est pas encore devenue obligatoire’ mais sont examinés en partie à la fin du case et en partie dans l’article VI suivant”
(14). Zo werd de vervanging van het woord definitief (“final”) door de term bindend (“binding”) in artikel 5.1, e). Verdrag van New York in het samenvattende verslag door de voorzitter van de werkgroep voorbereidende werkzaamheden als volgt uitgelegd: “the text of paragraph 1(e) of Article [V] was drafted with the aim of making the Convention acceptable to those States which considered an arbitral award to be enforceable only if it fulfilled certain formal requirements which alone made the award binding on the parties. The Working Party agreed that the award should not be enforced if under the applicable arbitral rules it was still subject to an appeal which had a suspensive effect, but at the same time felt it would be unrealistic to delay the enforcement of an award until all the time limits provided for by the statutes of limitations had expired or until all possible means of recourse, including those which normally did not have a suspensive effect, have been exhausted and the award had become ‘final’”
(15). Met andere woorden, de tekst van artikel 5.1, e), Verdrag van New York was opgesteld om het verdrag ook aanvaardbaar te maken voor de Staten die meenden dat een arbitrale uitspraak slechts uitvoerbaar was wanneer zij aan bepaalde formele vereisten voldeed, die noodzakelijk zijn om de uitspraak bindend te maken voor partijen. Er werd overeengekomen dat de arbitrale uitspraak niet ten uitvoer zou mogen worden gelegd zolang zij volgens de toepasselijke arbitragewet vatbaar was voor een beroep met een schorsende werking, maar dat het terzelfdertijd onrealistisch zou zijn om de tenuitvoerlegging uit te stellen totdat alle rechtsmiddelen, inclusief degene zonder schorsende werking, zouden zijn uitgeput en de uitspraak definitief zou zijn geworden. Ook het Hof heeft deze autonome invulling van het begrip “bindend” in artikel 5.1, e), Verdrag van New York erkend in het arrest van 5 juni 1998
(16)door te oordelen dat “uit de opzet van artikel 5.1, littera e), van het Verdrag van New York volgt dat de uitspraak bindend is voor de partijen, in de zin van die bepaling, zodra daartegen geen rechtsmiddel tot wijziging ervan kan worden ingesteld.” Ook onder deze benadering zal voor de invulling van de autonome term “bindend” onder artikel 5.1, e), Verdrag van New York, de wet die van toepassing is op de arbitrale beslissing evenwel zijn belang behouden. De rechter voor wie de uitvoerbaarheid van de arbitrale uitspraak wordt gevorderd, zal immers volgens deze wet moeten onderzoeken of tegen die uitspraak nog een gewoon rechtsmiddel tot wijziging ervan kan worden ingesteld
(17). Eens zo’n rechtsmiddel werd ingesteld, zal de rechter logischerwijze ook volgens de wet die van toepassing is op de arbitrale beslissing, moeten onderzoeken wat de gevolgen zijn van de beslissing, gewezen in het kader van dit rechtsmiddel, voor de bindende kracht van de arbitrale uitspraak. Het Hof heeft in zijn arrest van 5 juni 1998 verduidelijkt dat de rechter bij dit onderzoek “achtereenvolgens en het ene bij ontstentenis van het andere” rekening moet houden met:
(1)de arbitrageovereenkomst;
(2)de wet die zij daartoe aanwijst en, ten slotte,
(3)de wet van het land waar de uitspraak is gedaan. In dit drietrapssysteem wordt de voorrang hierbij dus gegeven aan de wilsautonomie van de partijen bij een arbitrageovereenkomst, zoals uitgedrukt in die overeenkomst
(18). Op die manier wordt de eerste strekking, op grond waarvan de partijautonomie moet primeren wanneer partijen in de overeenkomst hebben bedongen op welk ogenblik de arbitrale uitspraak bindend wordt voor partijen, ingepast in de autonome definitie van de term “bindend” in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York. Wanneer de arbitrageovereenkomst bepaalt dat de uitspraak bindend wordt voor partijen onmiddellijk nadat zij is gedaan en dat daartegen geen hoger beroep kan worden ingesteld, dient de uitspraak op dat ogenblik als bindend worden beschouwd in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York (zoals blijkt uit het arrest van het Hof van 5 juni 1998). De partijautonomie kan echter niet zover gaan dat zij de autonome invulling van de term “bindend”, zoals die blijkt uit de opzet van artikel 5.1, e), Verdrag van New York, terzijde schuift: zolang een gewoon rechtsmiddel mogelijk is tegen de uitspraak, zal die niet bindend kunnen worden voor partijen in de zin van die bepaling. 9. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, te weten de door de eiseres voorgelegde beëdigde vertaling van de Review Resolution van 23 juli 2014, die meermaals naar artikel V van de arbitrageovereenkomst verwijst (zie onder 4.2 en 4.3 van de Review Resolution), blijkt dat partijen in deze arbitrageovereenkomst van 18 september 1996 in artikel V de mogelijkheid tot herziening van de arbitrale uitspraak voor andere arbiters hebben bedongen, conform artikel 27 Tsjechische arbitragewet. De vraag of tegen de arbitrale uitspraak een rechtsmiddel openstaat, kan dus worden opgelost rekening houdend met de arbitrageovereenkomst, in overeenstemming met artikel 27 Tsjechische arbitragewet. Verder hebben partijen in artikel II van de arbitrageovereenkomst bedongen dat de arbitrageprocedure gevoerd wordt conform de wet nr. 216/1994 van de Tsjechische republiek betreffende de arbitrageprocedure en de tenuitvoerlegging van arbitrale beslissingen (d.i. de Tsjechische arbitragewet). De Final Award van 4 augustus 2008 waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, werd ook gewezen in Tsjechië. Hieruit blijkt dat, eens een rechtsmiddel werd ingesteld, de vraag wat de gevolgen zijn van een beslissing gewezen op dit rechtsmiddel voor het bindend karakter van de arbitrale uitspraak, opgelost dient te worden volgens de Tsjechische arbitragewet. Dit is immers zowel de wet die de overeenkomst daartoe aanwijst als de wet van het land waar de Final Award werd gewezen. Partijen betwisten ook niet dat het Tsjechisch recht van toepassing is op de arbitrageprocedure. 10. Uit de artikelen 27 en 28, lid 2, Tsjechische arbitragewet blijkt dat een arbitrale uitspraak waartegen een herziening wordt ingesteld, niet bindend is zolang de herzieningsprocedure loopt en dat zij, na afloop van die procedure, slechts een bindend karakter verkrijgt voor zover zij wordt bevestigd in een arbitrale uitspraak, gewezen in het kader van de herziening. Wanneer de herzieningsprocedure daarentegen resulteert in een beschikking waarin de arbiters zich zonder rechtsmacht verklaren en de procedure stopzetten, krachtens artikel 15, lid 1 Tsjechische arbitragewet, verkrijgen noch die beschikking noch de aan herziening onderworpen arbitrale uitspraak een bindend karakter en kan geen van beide worden bezegeld met de stempel ter bevestiging van de rechtskracht ervan (in uitvoering van artikel 28, lid 1 Tsjechische arbitragewet). 11. Uit de vaststellingen van het bestreden arrest blijkt dat: - partijen in de arbitrageovereenkomst de mogelijkheid tot herziening van de arbitrale uitspraak door andere arbiters hebben bedongen, conform artikel 27 Tsjechische arbitragewet; - de arbiters op 25 juni 2002 een gedeeltelijke scheidsrechterlijke uitspraak hebben gewezen (“Partial Award”), bevestigd bij de op herziening gewezen arbitrale uitspraak van 16 december 2002, waarin de eiseres werd veroordeeld om aan de verweerster een bepaald bedrag aan schadevergoeding te betalen; - de arbiters op 4 augustus 2008 een finale scheidsrechterlijke uitspraak (“Final Award”) hebben gewezen, waarmee eiseres werd veroordeeld om aan verweerster een bijkomend bedrag aan schadevergoeding te betalen; - eiseres tegen die finale scheidsrechterlijke uitspraak een verzoek tot herziening heeft ingediend krachtens artikel 27 Tsjechische arbitragewet; - het arbitragecollege bij beschikking van 23 juli 2014, gewezen op herziening (“Review Resolution”), de procedure heeft stopgezet. 12. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, inzonderheid de Review Resolution van 23 juli 2014, blijkt dat de arbiters de arbitrageprocedure bij deze beschikking hebben stopgezet, omdat (
  1. i)er een procedurele belemmering bestond, nu de zaak rechtsgeldig werd beslecht bij de gedeeltelijke scheidsrechterlijke uitspraak van 25 juni 2002, die bij gebrek aan specificatie over welk deel van de vordering zij uitspraak deed, geacht moet worden over de gehele vordering te zijn gewezen, zodat de finale scheidsrechterlijke beslissing van 4 augustus 2008 het gezag van gewijsde van die uitspraak miskent en geen rechtsgevolgen kan sorteren en omdat (
  2. ii)zij geen rechtsmacht hebben om het geschil te beslechten, aangezien na de gedeeltelijke scheidsrechterlijke uitspraak van 25 juni 2002 maar vóór het wijzen van de finale scheidsrechterlijke uitspraak van 4 augustus 2008, een procedure voor de rechtbank werd gevoerd tussen een derde partij, enerzijds, en eiseres en verweerster, anderzijds, en het niet toegelaten is om parallel een gerechtelijke en een arbitrale procedure betreffende hetzelfde geschil te voeren. 13. Uit het geheel van de artikelen 3 en 5.1, e), Verdrag van New York en de vermelde bepalingen van de Tsjechische arbitragewet volgt mijns inziens dat de finale scheidsrechterlijke uitspraak van 4 augustus 2008, waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, ten gevolge van de herzieningsprocedure die is uitgemond in een beschikking waarin de arbiters zich zonder rechtsmacht hebben verklaard en de procedure hebben stopgezet, niet bindend is geworden voor partijen in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York, zodat deze grond tot weigering van de tenuitvoerlegging vervuld is. 14. De appelrechter oordeelt dat: - de “Review Resolution” van 23 juli 2014 niet verhindert dat de “Final Award” van 4 augustus 2008 een finale en definitieve scheidsrechterlijke uitspraak vormt in de zin van artikel 3 Verdrag van New York; - de “Review Resolution” geen scheidsrechterlijke sententie is in de strikte zin van het woord, maar het sluitstuk vormt van de reviewprocedure, die volgt op de arbitrale procedure waarvan de “Final Award” de eindbeslissing uitmaakt; - de reviewprocedure een afzonderlijke fase/procedure vormt binnen het ruimer kader van de arbitrale geschillenbeslechting, die kan uitmonden in een beschikking tot beëindiging waarmee deze specifieke fase/procedure wordt beëindigd zonder te raken aan de eigenlijke arbitrale beslissing, hier de “Final Award”; - de “Review Resolution” overeenkomstig de toepasselijke Tsjechische wetgeving een procedurele beslissing vormt die niet in de plaats treedt van een uitspraak ten gronde, ongeacht de motivering die aan deze beslissing ten grondslag ligt; - de “Review Resolution” de “Final Award” van 4 augustus 2008 noch heeft vervangen noch heeft opzijgezet. Ik meen dat door aldus te oordelen dat de finale scheidsrechterlijke uitspraak van 4 augustus 2008 bindend is geworden voor partijen in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York en uitvoerbaar moet worden verklaard op grond van artikel 3 van dit verdrag, terwijl zij ten gevolge van de Tsjechische arbitrale herzieningsprocedure die is uitgemond in een beschikking tot stopzetting van de procedure nooit bindend is geworden, de appelrechter zijn beslissing niet naar recht verantwoordt en het middel mitsdien gegrond is. Tweede middel 15. Het middel komt op tegen het oordeel van de appelrechter dat hij geen rekening kan houden met de beschikking van 23 juli 2014 tot stopzetting van de procedure, gewezen op herziening van de finale scheidsrechterlijke uitspraak van 4 augustus 2008 en waaruit het al dan niet bindend karakter van die uitspraak zou blijken in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York, nu die beschikking zelf niet werd erkend of ten uitvoer gelegd in de Belgische rechtsorde volgens de vereiste procedure vervat in dit verdrag. Eiseres voert aan dat door aldus bij de beoordeling van de vraag of de arbitrale uitspraak waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, bindend is geworden voor partijen in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York, te weigeren rekening te houden met het feitelijk bestaan van een buitenlandse beslissing waaruit het al dan niet bindend karakter van die uitspraak blijkt, de appelrechter zijn beslissing niet naar recht verantwoordt. Het middel voert de schending aan van: - de artikelen 1.1 en 3, 3 en 5.1,
  3. e)Verdrag van New York; - de artikelen 1701.4; zoals van toepassing vóór de wet van 24 juni 2013, 1710n §2, zoals van toepassing vóór de wet van 24 juni 2013, 1713, §3, 1714, §9, 1719, 1721, §3 en 1723, dit laatste artikel zoals van toepassing vóór de wijziging bij wet van 24 juni 2013, Gerechtelijk Wetboek; - de artikelen 23, 25.1 en 2, 27 en 28 van de wet nr. 216/1994 van de Tsjechische Republiek betreffende de arbitrageprocedure en de tenuitvoerlegging van arbitrale beslissingen. 16. Artikel 3 Verdrag van New York bepaalt dat iedere verdragsluitende Staat onder de in de volgende artikelen van het Verdrag vervatte voorwaarden scheidsrechterlijke uitspraken als bindend zal erkennen en ze ten uitvoer zal leggen overeenkomstig de regelen van rechtsvordering, geldende in het gebied waar een beroep op de uitspraak wordt gedaan. De erkenning of tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken waarop dit verdrag van toepassing is, zal niet worden onderworpen aan aanzienlijk drukkender voorwaarden of aanzienlijk hogere gerechtskosten dan die waaraan de erkenning of tenuitvoerlegging van de nationale scheidsrechterlijke uitspraken zijn onderworpen. Krachtens artikel 5.1, e), van dit verdrag zullen de erkenning en tenuitvoerlegging van de uitspraak slechts dan, op verzoek van de partij tegen wie een beroep op de uitspraak wordt gedaan, geweigerd worden, indien die partij aan de bevoegde autoriteit van het land waar de erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht, het bewijs levert dat de uitspraak nog niet bindend is geworden voor partijen of is vernietigd of haar tenuitvoerlegging is geschorst door een bevoegde autoriteit van het land waar of krachtens welk recht die uitspraak werd gewezen. 17. Bij de beoordeling van de vraag of de arbitrale uitspraak waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, bindend is geworden voor partijen in de zin van voornoemd artikel 5.1, e), Verdrag van New York, moet de executierechter onderzoeken of zij het voorwerp van een rechtsmiddel heeft uitgemaakt in het land waar zij werd gedaan en welke gevolgen de beslissing, gewezen in het kader van dit rechtsmiddel, heeft voor het bindend karakter van deze arbitrale uitspraak, met inachtneming, achtereenvolgens en het ene bij ontstentenis van het andere, van de arbitrageovereenkomst, van de wet die zij daartoe aanwijst en, ten slotte, van de wet van het land waar de uitspraak is gedaan. In de voorliggende zaak rijst de vraag of voor de beoordeling of een arbitrale uitspraak waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, een bindend karakter heeft in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York, vereist is dat de beslissing waaruit dit (niet-) bindend karakter blijkt, geveld in het land van oorsprong, eerst via de procedure van artikel 4 van het Verdrag van New York wordt erkend – en aldus bindende kracht verwerft – in de rechtsorde waar de tenuitvoerlegging wordt gevraagd (in casu België), alvorens de executierechter er aldaar rekening mee mag houden. De appelrechter oordeelt dat geen rekening kan worden gehouden met de Tsjechische Review Resolution van 23 juli 2014, waaruit het niet-bindend karakter van de Final Award van 4 augustus 2008 zou blijken, omdat zij niet werd erkend in België via de procedure van artikel 4 Verdrag van New York. Volgens de appelrechter heeft de Review Resolution aldus geen bindende kracht verkregen in de Belgische rechtsorde, waar de tenuitvoerlegging van de Final Award wordt gevaagd, zodat partijen zich niet op de inhoud ervan mochten beroepen voor de Belgische rechter. Zij mochten met name uit de Review Resolution in de Belgische rechtsorde niet het materieelrechtelijke gevolg putten dat de Final Award niet bindend was geworden en aldus niet ten uitvoer kon worden gelegd. Het middel voert hiertegen aan dat het volstaat dat de Tsjechische Review Resolution als rechtsfeit kan worden ingeroepen in de Belgische rechtsorde. De Belgische rechter moet in de eerste plaats immers onderzoeken of de grond tot weigering van de tenuitvoerlegging krachtens artikel 5.1, e), Verdrag van New York vervuld is, namelijk dat de finale arbitrale uitspraak niet bindend is geworden voor partijen. Hierbij moet de Belgische rechter de in het land van oorsprong (Tsjechië) gevoerde herzieningsprocedure en herzieningsuitspraak als rechtsfeiten in aanmerking nemen. Deze redenering lijkt mij juist te zijn. De beslissing waaruit het al dan niet bindend karakter van de uit te voeren arbitrale uitspraak blijkt, in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York, geveld in het land van oorsprong, dient naar mijn mening als een rechtsfeit te worden gekwalificeerd waarmee de executierechter in het land waar de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, rekening moet houden bij de beoordeling van het bindend karakter van de arbitrale uitspraak. De beslissing waaruit het al dan niet bindend karakter van de arbitrale uitspraak blijkt, behoeft aldus geen erkenning of tenuitvoerlegging in de rechtsorde waar de tenuitvoerlegging van de arbitrale uitspraak wordt gevraagd (in casu België). Vooreerst moet eraan worden herinnerd dat de rechter, bij de beoordeling van de vraag of de uit te voeren arbitrale uitspraak bindend is geworden voor partijen in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York, volgens de verwijzingsregel die uit die bepaling blijkt, moet onderzoeken of de uitspraak het voorwerp van een rechtsmiddel heeft uitgemaakt en, in voorkomend geval, welke gevolgen een beslissing gewezen op zulk rechtsmiddel heeft voor het bindend karakter van de arbitrale uitspraak, op grond van
(1)de arbitrageovereenkomst,
(2)van de wet die zij daartoe aanwijst en, ten slotte,
(3)van de wet van het land waar de uitspraak is gedaan. In dit geval gebeurt dit onderzoek dus op grond van de Tsjechische arbitragewet (zie supra, eerste middel). De Belgische rechter neemt de in Tsjechië gewezen beslissing waaruit het al dan niet bindend karakter van de uit te voeren arbitrale uitspraak blijkt (Review Resolution) dus enkel in aanmerking om de gevolgen ervan te onderzoeken in de rechtsorde van het land van oorsprong (Tsjechië), namelijk om te beoordelen of de finale scheidsrechterlijke uitspraak aldaar bindend is geworden of niet, om hieruit desgevallend het gevolg te trekken dat artikel 5.1, e), Verdrag van New York hieraan verbindt, d.i. weigering van tenuitvoerlegging. De grond tot weigering van tenuitvoerlegging, vervat in artikel 5.1, e), Verdrag van New York, vereist namelijk dat de uit te voeren uitspraak nog niet bindend is geworden voor partijen in het land van oorsprong (Tsjechië). Het criterium is niet dat de uitspraak nog niet bindend is geworden in het land waar de tenuitvoerlegging wordt gevraagd (België). Het lijkt dus niet noodzakelijk dat de inhoud of rechtskracht van de beslissing gewezen in het land van oorsprong (Tsjechië), waaruit het al dan niet bindend karakter van de uit te voeren arbitrale uitspraak blijkt, rechtstreeks doorwerkt in de het land waar de tenuitvoerlegging wordt gevraagd (België), door middel van erkenning. Het volstaat dat de executierechter de in het land van oorsprong gewezen beslissingen als rechtsfeiten in aanmerking neemt om te onderzoeken of de uit te voeren uitspraak aldaar bindend is geworden voor partijen. Deze situatie kan dan ook duidelijk worden afgegrensd van de situatie waarin buitenlandse beslissingen in de Belgische rechtsorde worden ingeroepen om er een exceptie van gewijsde op te steunen. In tegenstelling tot de voorliggende situatie, dient de inhoud of rechtskracht van de buitenlandse beslissing immers daadwerkelijk door te werken in de Belgische rechtsorde via erkenning, alvorens kan worden verhinderd dat de Belgische rechter kennis neemt van een geschil dat in die buitenlandse beslissing al werd beslecht. Vervolgens lijkt het vanuit praktisch oogpunt niet wenselijk dat, voor de toepassing van artikel 5.1, e), Verdrag van New York, bij de beoordeling of een arbitrale uitspraak waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, bindend is geworden voor partijen in het land van oorsprong, eerst alle daaropvolgende beslissingen gewezen in dat land van oorsprong moeten worden erkend, alvorens de Belgische rechter er ook maar rekening mee mag houden. Deze gestrengheid lijkt in te gaan tegen de verwijzingsregel van artikel 5.1, e), Verdrag van New York zelf, op grond waarvan het bindend karakter van de uit te voeren uitspraak wordt beoordeeld volgens het recht van het land van oorsprong. Ten slotte moet voor ogen worden gehouden dat het niet is omdat de Belgische rechter rekening moet houden met de inhoud van een buitenlandse beslissing voor de oplossing van een geschil, dat de bindende kracht van die beslissing noodzakelijkerwijze erkend moet worden in de Belgische rechtsorde. Uit het bovenstaande blijkt mijns inziens dat de appelrechter zijn beslissing niet naar recht verantwoordt door, bij de beoordeling van de vraag of de uit te voeren arbitrale uitspraak bindend is geworden voor partijen in de zin van artikel 5.1, e), Verdrag van New York te weigeren rekening te houden met de buitenlandse beslissing waaruit het niet-bindend karakter van die uitspraak blijkt (de Review Resolution), op de enkele grond dat die beslissing niet werd erkend of ten uitvoer gelegd in de Belgische rechtsorde. Het middel lijkt mij gegrond. De overige grieven 18. De overige grieven lijken mij niet tot ruimere cassatie te kunnen leiden. Conclusie: Vernietiging van het bestreden arrest. ____________________________________
(1)B. HANOTIAU en B. DUQUESNE, “L’exécution en Belgique des sentences arbitrales belges et étrangères”, JT 1997, 312, nr. 49; A.J. VAN DEN BERG, The New York Arbitration Convention of 1958. Towards a Uniform Judicial Interpretation, Den Haag, T.M.C. Asser Institute, diss. 1981, 335-337; zie ook G.B. BORN, International Commercial Arbitration, III, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2014, 3610.
(2)G.B. BORN, International Commercial Arbitration, III, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2014, 3607; N. DARWAZEH, “Article V
(1)(e)” in H. KRONKE, P. NACIMIENTO et al. (eds.), Recognition and Enforcement of Foreign Arbitral Awards: A Global Commentary on the New York Convention, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2010, 307-308; B. HANOTIAU en B. DUQUESNE, “L’exécution en Belgique des sentences arbitrales belges et étrangères”, JT 1997, 312, nr. 49; A.J. VAN DEN BERG, The New York Arbitration Convention of 1958. Towards a Uniform Judicial Interpretation, Den Haag, T.M.C. Asser Institute, diss. 1981, 333.
(3)Voor een duidelijk overzicht: N. DARWAZEH, “Article V
(1)(e)” in H. KRONKE, P. NACIMIENTO et al. (eds.), Recognition and Enforcement of Foreign Arbitral Awards: A Global Commentary on the New York Convention, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2010, 303-319; LIEBSCHER, “Article V
(1)(e)” in R. WOLFF (ed.), New York Convention on the Recognition and Enforcement of Foreign Arbitral Awards. Commentary, München, C.H. Beck, 2012, 358 ev.
(4)B. HANOTIAU en B. DUQUESNE, “L’exécution en Belgique des sentences arbitrales belges et étrangères”, JT 1997, 312, nr. 51.
(5)G.B. BORN, International Commercial Arbitration, III, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2014, 3617-3619.
(6)LIEBSCHER, “Article V
(1)(e)” in R. WOLFF (ed.), New York Convention on the Recognition and Enforcement of Foreign Arbitral Awards. Commentary, München, C.H. Beck, 2012, 359, nr. 359.
(7)LIEBSCHER, 360, nr. 360.
(8)A.J. VAN DEN BERG, The New York Arbitration Convention of 1958. Towards a Uniform Judicial Interpretation, Den Haag, T.M.C. Asser Institute, diss. 1981, 341; N. DARWAZEH, “Article V
(1)(e)” in H. KRONKE, P. NACIMIENTO et al. (eds.), Recognition and Enforcement of Foreign Arbitral Awards: A Global Commentary on the New York Convention, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2010, 311.
(9)Zie B. HANOTIAU en B. DUQUESNE, “L’exécution en Belgique des sentences arbitrales belges et étrangères”, JT 1997, 313, nrs. 57-59 en vn. 118; A.J. VAN DEN BERG, The New York Arbitration Convention of 1958. Towards a Uniform Judicial Interpretation, Den Haag, T.M.C. Asser Institute, diss. 1981, 341; N. DARWAZEH, “Article V
(1)(e)” in H. KRONKE, P. NACIMIENTO et al. (eds.), Recognition and Enforcement of Foreign Arbitral Awards: A Global Commentary on the New York Convention, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2010, 312 en vn. 45; cf. L.A. MISTELIS (ed.), Concise International Arbitration, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2010, 20, nr. 13.
(10)G.B. BORN, International Commercial Arbitration, III, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2014, 3609 en 3612.
(11)Rapp. général P. SANDERS, Arbitrage international commercial, II, Den Haag, Martinus Nijhoff, 1960, 318.
(12)Zie voor deze opvatting in de Belgische rechtsleer: B. HANOTIAU en B. DUQUESNE, “L’exécution en Belgique des sentences arbitrales belges et étrangères”, JT 1997, 312, nr. 55; M. HUYS en G. KEUTGEN, L’arbitrage en droit belge et international, Brussel, Bruylant, 1981, 411, nr. 602; G. KEUTGEN en G.-A. DAL, L’arbitrage en droit belge et international, I, Brussel, Bruylant, 2015, 609, nr. 746; M. DE RUYSSCHER, “Verdrag van New York. 60 jaar ten dienste van arbitrage”, NjW 2019, 737, nr. 34; voorstanders voor een autonome invulling in de internationale rechtsleer: N. BLACKABY en C. PARTASIDES, Redfern and Hunter on International Arbitration, Oxford University Press, 2015, 634, nr. 11.87; G.B. BORN, International Commercial Arbitration, III, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2014, 3609; L.A. MISTELIS (ed.), Concise International Arbitration, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2010, 20, nr. 13.
(13)Zie A.J. VAN DEN BERG, The New York Arbitration Convention of 1958. Towards a Uniform Judicial Interpretation, Den Haag, T.M.C. Asser Institute, diss. 1981, 342.
(14)Rapp. général P. SANDERS, Arbitrage international commercial, II, Den Haag, Martinus Nijhoff, 1960, 318.
(15)N. DARWAZEH, “Article V
(1)(e)” in H. KRONKE, P. NACIMIENTO et al. (eds.), Recognition and Enforcement of Foreign Arbitral Awards: A Global Commentary on the New York Convention, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2010, 308.
(16)Cass. 5 juni 1998, AR C.97.0179.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980605.2, AC 1998, nr. 289.
(17)A.J. VAN DEN BERG, The New York Arbitration Convention of 1958. Towards a Uniform Judicial Interpretation, Den Haag, T.M.C. Asser Institute, diss. 1981, 342-343; LIEBSCHER, “Article V
(1)(e)” in R. WOLFF (ed.), New York Convention on the Recognition and Enforcement of Foreign Arbitral Awards. Commentary, München, C.H. Beck, 2012, 362, nr. 364.
(18)G. KEUTGEN en G.-A. DAL, L’arbitrage en droit belge et international, I, Brussel, Bruylant, 2015, 609-610, nr. 746. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220210.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220210.1N.1 citeert: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980605.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.