← België

A.K.C. bvba contra A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 10 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220210.1N.4 Rolnummer: C.19.0594.N Zaak: A.K.C. bvba contra A. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-04-21 Raadplegingen: 942 - laatst gezien 2026-06-19 03:56 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220210.1N.4 Fiches 1 - 2 De bijzondere aansprakelijkheid van architect en aannemer voor ernstige gebreken die de stevigheid van het gebouw of van een van zijn bestanddelen aantasten of in gevaar brengen, raakt de openbare orde en kan bijgevolg contractueel niet worden uitgesloten of beperkt

(1).
(1)Zie concl. OM; zie Cass. 12 februari 2021, AR C.20.0066.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210212.1N.1, AC 2021, nr. 112, met concl. van eerste advocaat-generaal R. Mortier. Thesaurus CAS: AANNEMING VAN WERK Vrije woorden: Tienjarige aansprakelijkheid aannemer en architect - Aard - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1792 en 2270 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: HUUR VAN DIENSTEN Vrije woorden: Tienjarige aansprakelijkheid aannemer en architect - Aard - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1792 en 2270 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 3 - 4 Een beding tot beperking van de bijzondere aansprakelijkheid van architect en aannemer voor ernstige gebreken die de stevigheid van het gebouw of van een van de bestanddelen aantasten of in gevaar brengen, in geval van samenlopende fouten van architect en aannemer, tot hun aandeel in de totstandkoming van de schade, is nietig, ongeacht de al dan niet aanvaarding van de werken. Thesaurus CAS: AANNEMING VAN WERK Vrije woorden: Samenlopende fouten aannemer en architect - Exoneratiebeding tot beperking van de aansprakelijkheid van aannemer of architect - Tienjarige aansprakelijkheid - Aard - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1792 en 2270 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: HUUR VAN DIENSTEN Vrije woorden: Samenlopende fouten aannemer en architect - Exoneratiebeding tot beperking van de aansprakelijkheid van aannemer of architect - Tienjarige aansprakelijkheid - Aard - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1792 en 2270 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: T.Aann.-Tijdschrift voor aannemingsrecht - 2022, nr. 2, p. 104-
  1. - DE KONINCK, Constant; Noot'Ook bij niet-aanvaarding van de werken kan een architect zijn in solidum aansprakelijkheid voor de 10-jarige aansprakelijkheid niet uitsluiten' TBBR-Tijdschrift voor Belgisch burgerlijk recht - 2023, nr. 1, p. 22-
  2. - VERBEKE, Jan-Willem; Noot'De verbintenis van aannemer en architect tot het bouwen en ontwerpen van stabiele en veilige gebouwen. Zowel een contractuele als een (tienjarige) postcontractuele verplichting' For.Immo.-Forum de l'immobilier - 2023, n° 50, p. 71-
  3. - VANDERMEERSCH, François; Note'La clause dérogatoire à la responsabilité in solidum de l'architecte: commentaire de l'arrêt de la Cour de cassation du 10 février 2022' For.ass.-Forum de l'assurance - 2023, n° 238, p. 173-
  4. - VANDERMEERSCH, François; Note'La clause dérogatoire à la responsabilité in solidum de l'architecte' Tekst van de conclusie C.19.0594.N Conclusie van advocaat-generaal Els Herregodts: (…) Eerste onderdeel
  5. Eiseressen voeren aan dat het oordeel van de appelrechters dat het regime van de tienjarige aansprakelijkheid van architecten en aannemers een aanvang neemt vanaf het ogenblik dat de gebreken ontstaan, en niet vanaf het ogenblik van de aanvaarding van de werken, derwijze dat partijen ook vóór de aanvaarding geen beding in hun overeenkomst kunnen inlassen dat de aansprakelijkheid van de architect in geval van samenlopende fouten beperkt tot zijn eigen aandeel, de artikelen 1134, 1146 tot en met 1151, 1184, 1792 en 2270 Oud Burgerlijk Wetboek schendt.
  6. Artikel 1792 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat indien een gebouw dat tegen vaste prijs is opgericht, geheel of gedeeltelijk teniet gaat door een gebrek in de bouw, zelfs door de ongeschiktheid van de grond, de architect en de aannemer daarvoor gedurende tien jaren aansprakelijk zijn. Artikel 2270 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat architecten en aannemers na verloop van tien jaren zijn ontslagen van hun aansprakelijkheid met betrekking tot de grote werken die zij hebben uitgevoerd of geleid. De artikelen 1792 en 2270 Oud Burgerlijk Wetboek houden de aannemer en architect gedurende tien jaren aansprakelijk voor gebreken die de stevigheid van het gebouw in gevaar brengen
(1). De tienjarige aansprakelijkheid die uit deze artikelen voortvloeit, in zijn “minimumaansprakelijkheidsregeling”, waaronder de termijn van tien jaar is gerekend
(2), belangt de openbare orde aan
(3)omdat ze de openbare veiligheid beschermt tegen het gevaar dat aannemers en architecten straffeloos gebouwen met gebreken die de stevigheid ervan aantasten, zouden oprichten respectievelijk ontwerpen
(4)-
(5). De vervaltermijn
(6)van tien jaren vangt aan vanaf de aanvaarding van de werken door de bouwheer, doorgaans bij de definitieve oplevering
(7). De vordering ten gronde tegen de aannemer en/of de architect moet de bouwheer binnen de vervaltermijn instellen
(8), doch niet binnen een redelijke termijn nadat het (verborgen) gebrek is vastgesteld
(9). Zowel in de rechtsleer als in de rechtspraak is sterk ingeburgerd dat de tienjarige aansprakelijkheid loopt vanaf de aanvaarding van het werk
(10). Die tienjarige aansprakelijkheid vormt dan als het ware een figuurlijk “blok aansprakelijkheid” dat volgt op het “blok aansprakelijkheid” van vóór de aanvaarding van het werk
(11). Zo oordeelt ook het Hof in een arrest van 18 november 1983, na te hebben beslist dat de aannemer na de oplevering van de werken, waarmee een goedkeuring van de werken gepaard gaat, geen aansprakelijkheid meer moet dragen voor het vervaardigde werk, dat “echter, in de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek, een voor de aanneming van constructie van gebouwen eigen bepaling is neergelegd, die de aansprakelijkheid van de aannemer en de architect voor een termijn van tien jaar na de aanvaarding van het werk regelt ten aanzien van al dan niet zichtbare gebreken die ernstig genoeg zijn om de stevigheid van het gebouw in gevaar te brengen; dat deze eigen regeling meebrengt dat de vordering tegen de aannemer en de architect slechts binnen de tienjarige termijn van die artikelen kan worden ingesteld in het geval dat een gebouw geheel of gedeeltelijk tenietgaat door een gebrek in de bouw, zelfs door de ongeschiktheid van de grond”
(12). In diezelfde zin gaat een recent arrest
(13)van 11 januari 2019 waarin het Hof aangeeft dat het voor de tienjarige aansprakelijkheid volstaat dat binnen de termijn van tien jaar een gebrek aan het licht komt dat de stevigheid van het gebouw of van één van zijn belangrijke onderdelen op korte of lange termijn in het gedrang brengt of kan brengen. Het Hof lijkt aldus de tienjarige aansprakelijkheid af te bakenen tussen de aanvaarding en het verstrijken van tien jaar erop volgend, om die vervolgens af te zetten tegen de gemeenrechtelijke aansprakelijkheid van vóór die aanvaarding. Vóór de aanvaarding van het werk spelen aldus niet de artikelen 1792 en 2270 oud Burgerlijk Wetboek, die de grondslag voor de tienjarige aansprakelijkheid vormen. Van tienjarige aansprakelijkheid lijkt geen sprake te zijn vóór de aanvaarding. Het gevaar voor de openbare veiligheid waaraan die tienjarige aansprakelijkheid zijn openbare orde-karakter ontleent, bestaat echter reeds vóór de aanvaarding, vóór de artikelen 1792 en 2270 BW aan zet zijn. Het gevaar voor de openbare veiligheid ontstaat immers vanaf het gebrek en niet slechts plots vanaf de aanvaarding. Er anders over beslissen door de aansprakelijkheid van gedaante te laten veranderen bij de aanvaarding van de werken (voordien niet in het algemeen belang, erna wel), brengt mijns inziens met zich mee dat het gevaar voor de openbare veiligheid zonder invloed blijft als er nooit een aanvaarding van de werken is. Een toegelaten aansprakelijkheidsbeperking vóór de aanvang van de tienjarige vervaltermijn kan de bouwheer ertoe aanzetten om zijn vordering op grond van een gebrek dat de stevigheid van het gebouw aantast, pas in te stellen op een ogenblik na de oplevering. Bijgevolg zou de bouwheer bij oplevering de werken moeten goedkeuren met kennis van een gebrek dat de stevigheid ervan aantast. Het is niet aangewezen dit aan te moedigen of in de hand te werken. Het lijkt mij dan ook dat de redenen waarom de tienjarige aansprakelijkheid als van openbare orde wordt geacht, dienen doorgetrokken te worden naar de aansprakelijkheid van vóór de aanvaarding van het werk voor dezelfde gebreken die onder de tienjarige aansprakelijkheid vallen. 5. Gelet op hetgeen voorafgaat, meen ik dat het aangewezen is aangaande het eerste onderdeel te oordelen dat de in de plaats gestelde reden dat het principe van de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer en de architect de bescherming nastreeft van zowel de meester van het werk als de openbare veiligheid welke stevige gebouwen vergt, zodat het principe van de tienjarige aansprakelijkheid van openbare orde is en bijgevolg, noch voor, noch na de aanvaarding van het werk contractueel kan worden uitgesloten of beperkt de beslissing van de appelrechters dat de architect zich, ook in het geval dat het werk niet is aanvaard, niet kan vrijwaren voor gebreken die de stabiliteit van het gebouw in het gedrang brengen, naar recht verantwoordt. Het onderdeel dat aanvoert dat de appelrechters onwettig oordelen dat het regime van de tienjarige aansprakelijkheid een aanvang neemt vanaf het ogenblik dat de gebreken ontstaan, en niet vanaf het moment van aanvaarding, zodat de partijen ook vóór de aanvaarding geen beding kunnen inlassen dat de aansprakelijkheid van de architect in geval van samenlopende fouten beperkt tot zijn aandeel, kan, gelet op de voormelde substitutie van motieven, niet tot cassatie leiden en is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. (…) Conclusie: Vernietiging van het bestreden arrest voor zover het vergoedende intrest toekent vanaf 1 januari 2013. ________________________________________________
(1)A. VAN OEVELEN, Beginselen van Belgisch privaatrecht, X, Overeenkomsten, 2, Bijzondere overeenkomsten, E., Aanneming van werk – Lastgeving, Mechelen, Kluwer, 2017, 236.
(2)Zie ook: F. BURSSENS, Handboek aannemingsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2019, 239; K. UYTTERHOEVEN, N. CARETTE, M. SCHOUPS, A. LAURENT VERBEKE, K. DEKETELAERE, K. VANHOVE en B. DELVAUX, Handboek bouwrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, 625.
(3)Het Hof sprak zich uit over de tienjarige aansprakelijkheid die uit artikel 1792 BW voortvloeit in Cass. 5 september 2014, AR C.13.0395.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140905.4, AC 2014, nr. 495, met concl. van advocaat-generaal C. VANDEWAL, JT 2015, 381, JLMB 2015, 1627, noot T. HAILLOT en A. DELVAUX, NJW 2015, 108, noot S. GUILIAMS, TBO 2015, 128, concl. C. VANDEWAL, noot F. BURSSENS en L. DE SMIJTER.
(4)De bescherming van de bouwheer die de tienjarige aansprakelijkheid ook nastreeft, belangt niet de openbare orde aan. Zie Cass. 5 mei 1967, Pas. 1967, 1046, RW 1967-68, 75 (“Overwegende dat de tienjarige aansprakelijkheid van architecten en aannemers een dubbele bescherming nastreeft: deze van de meester van het werk en deze van de openbare veiligheid welke stevige gebouwen vergt; Overwegende dat die bescherming van de meester van het werk ook ten overstaan van een hoofdaannemer gerechtvaardigd is vermits deze de onderaanneming veelal toevertrouwt aan specialisten in bepaalde technieken; waarmede hij zelf minder vertrouwd is, terwijl de bescherming van de openbare veiligheid vergt dat ook de onderaannemer aansprakelijk weze in geval een gebouw geheel of gedeeltelijk te niet gaat ingevolge een gebrek in de bouw dat aan de onderaannemer te wijten is”); B. KOHL, Responsabilité contractuelle de l’entrepreneur après réception in Guide de droit immobilier, Luik, Kluwer, 2016, losbl., 21.
(5)Cass. 5 mei 1967, RW 1967-68, 75; C. BARNICH, “Prescription des garanties dans le droit de la construction” in L. BARNICH en M. VAN MOLLE (eds.), La prescription en droit immobilier. Principes généraux et aspects pratiques, Limal, Anthemis, 2017, 146; M. DAMBRE, “Enkele recente ontwikkelingen met betrekking tot de tienjarige aansprakelijkheid van architect en aannemer” in N. CARETTE en B. WEYTS (eds.), Verantwoord aansprakelijkheidsrecht, Liber amicorum Aloïs Van Oevelen, Antwerpen, Intersentia, 2017, 184-186; K. UYTTERHOEVEN, N. CARETTE, M. SCHOUPS, A. LAURENT VERBEKE, K. DEKETELAERE, K. VANHOVE en B. DELVAUX, Handboek bouwrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, 620; A. VAN OEVELEN, Beginselen van Belgisch privaatrecht, X, Overeenkomsten, 2, Bijzondere overeenkomsten, E., Aanneming van werk – Lastgeving, Mechelen, Kluwer, 2017, 237.
(6)Cass. 27 oktober 2006, AR C.04.0380.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061027.5, AC 2006, nr. 522, RABG 2007, 591, RW 2006-07, 1435, noot K. VANHOVE, TBO 2007, 34, noot; Cass. 22 december 2006, AR C.05.0210.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061222.3, AC 2006, nr. 670, RW 2006-07, 1439, noot A. VAN OEVELEN, TBO 2007, 40, noot (“De termijn in die artikelen bepaald, is een fatale termijn die niet geschorst noch gestuit kan worden”).
(7)Cass. 4 maart 1977, JT 1978, 206, Pas. 1977, 721, noot.
(8)Cass. 4 april 2003, AR C.02.0139.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030404.13, AC 2003, nr. 226, RGAR 2004, nr. 13826, TBO 2004, 43, noot W. GOOSSENS.
(9)Cass. 2 februari 2006, AR C.04.0529.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060202.5, AC 2006, nr. 69, NJW 2006, 218, RW 2005-06, 1590, noot S. MOSSELMANS.
(10)Cass. 4 maart 1977, JT 1978, 206, Pas. 1977, 721, noot. Zie ook Cass. 4 april 2003, AR C.02.0206.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030404.14, AC 2003, nr. 227, RGAR 2004, nr. 13826, TBO 2004, 43, noot W. GOOSSENS; Luik 21 september 2017, zoals geciteerd bij B. LOUVEAUX, “Inédits du droit de la construction (2018-2019)”, JLMB 2019, 120 (“Il importe peu que l’on se trouve avant ou après réception des travaux. Admettre une limitation de la responsabilité de l’architecte pour des vices qui sont susceptibles, après réception provisoire, d’engager la responsabilité décennale de l’architecte équivaudrait à accepter une limitation de sa responsabilité décennale, laquelle est d’ordre public et ne peut encourir pareille restriction”). Zie voor auteurs: C. BARNICH, “Prescription des garanties dans le droit de la construction” in L. BARNICH en M. VAN MOLLE (eds.), La prescription en droit immobilier. Principes généraux et aspects pratiques, Limal, Anthemis, 2017, 151-152; F. BURSSENS, Handboek aannemingsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2019, 240; M. DAMBRE, “Enkele recente ontwikkelingen met betrekking tot de tienjarige aansprakelijkheid van architect en aannemer” in N. CARETTE en B. WEYTS (eds.), Verantwoord aansprakelijkheidsrecht, Liber amicorum Aloïs Van Oevelen, Antwerpen, Intersentia, 2017, 187; J. EMBRECHTS, S. BEYAERT en K. VER BERNE, Aansprakelijkheid van de architect in Het onroerend goed in de praktijk, Mechelen, Kluwer, 2012, losbl., IV.H.3-7; W. GOOSSENS, Aanneming van werk, Brugge, die Keure, 2003, 993 (“de tienjarige aansprakelijkheid die vanaf de aanvaarding loopt (is) van openbare orde (…)”); B. KOHL, Responsabilité contractuelle de l’entrepreneur après réception in Guide de droit immobilier, Luik, Kluwer, 2016, losbl., 18-19; K. UYTTERHOEVEN, N. CARETTE, M. SCHOUPS, A. LAURENT VERBEKE, K. DEKETELAERE, K. VANHOVE en B. DELVAUX, Handboek bouwrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, 624.
(11)Zo acht VAN OEVELEN de “minimumaansprakelijkheidsregeling” van de tienjarige verjaring, waaronder de vervaltermijn van tien jaar, als van openbare orde. Die “minimumaansprakelijkheidsregeling” vormt als het ware één geheel, dat aanvangt bij de aanvaarding (A. VAN OEVELEN, Beginselen van Belgisch privaatrecht, X, Overeenkomsten, 2, Bijzondere overeenkomsten, E., Aanneming van werk – Lastgeving, Mechelen, Kluwer, 2017, 271-272). BURSSENS schrijft dat “de architecten en aannemers […] enkel [kunnen] worden aangesproken voor de gebreken die zich manifesteren binnen deze termijn van tien jaar. Na de tienjarige termijn zijn de architect en de aannemer dus bevrijd van hun aansprakelijkheid op grond van artikel 1792 BW” (F. BURSSENS, Handboek aannemingsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2019, 238). Zie ook: K. UYTTERHOEVEN, N. CARETTE, M. SCHOUPS, A. LAURENT VERBEKE, K. DEKETELAERE, K. VANHOVE en B. DELVAUX, Handboek bouwrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, 614-615 (“Zolang de werken of diensten niet werden aanvaard, gelden de gemeenrechtelijke regels inzake de contractuele aansprakelijkheid”, doch deze auteurs vermelden omtrent de aansprakelijkheid “voor de aanvaarding van het werk” dat een exoneratiebeding niet kan voor de tienjarige aansprakelijkheid (die naar hun zeggen pas speelt na de aanvaarding van het werk (pag. 619)).
(12)Cass. 18 november 1983, AC 1983, 323, JT 1984, 549, Pas. 1984, 303, RW 1984-85, 47, noot G. BAERT.
(13)Daaraan voorafgaand: Cass. 4 april 2003, AR C.02.0139.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030404.13, AC 2003, nr. 226, RGAR 2004, nr. 13826, TBO 2004, 43, noot W. GOOSSENS (“Overwegende dat krachtens [de artikelen 1792 en 2270 oud BW] de vordering tegen de aannemer en de architect binnen de tienjarige termijn kan worden ingesteld in het geval een gebouw geheel of gedeeltelijk tenietgaat door een gebrek in de bouw, zelfs door de ongeschiktheid van de grond”). PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220210.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220210.1N.4 citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030404.13 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030404.14 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060202.5 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061027.5 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061222.3 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140905.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210212.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.