← België

B. contra L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 07 maart 2022 EC

) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220307.3N.5 Fiches 1 - 2 De familierechter moet, met het oog op een akkoordvonnis tot vaststelling van kinderalimentatie in de zin van artikel 203, § 1, Oud Burgerlijk Wetboek, nagaan

aangeven hoe de in artikel 1321, § 1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalde parameters in acht werden genomen; hij kan daarbij verwijzen naar de overeenkomst waarvan de partijen hem vragen akte te verlenen, voor zover die overeenkomst beantwoordt aan artikel 1321, § 1, tweede lid,

§ 2, 1°, Gerechtelijk Wetboek

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: LEVENSONDERHOUD Vrije woorden: Familierechter - Kinderalimentatie - Overeenkomst tussen ouders - Akkoordvonnis - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 203, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1321, § 1, eerste

tweede lid,

§ 2

, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VONNISSEN

ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Familierechten - Kinderalimentatie - Overeenkomst tussen ouders - Akkoordvonnis - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 203, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1321, § 1, eerste

tweede lid,

§ 2

, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 Een vonnis waarin akte wordt verleend van een overeenkomst die niet beantwoordt aan artikel 1321, § 1, tweede lid,

§ 2

, 1°, Gerechtelijk Wetboek

bijgevolg niet wettelijk is tot stand gekomen, vatbaar is voor hoger beroep

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VONNISSEN

ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Akkoordvonnis - Kinderalimentatie - Overeenkomst tussen ouders - Hoger beroep - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1043

1321, § 1, tweede lid,

§ 2

, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN

SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen

partijen Vrije woorden: Akkoordvonnis - Kinderalimentatie - Overeenkomst tussen ouders - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1043

1321, § 1, tweede lid,

§ 2

, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: BJS-Bulletin juridique social - 2022, n° 704, p. 8. - GHEUR, Elise; Note'La motivation des décisions et des conventions

matière alimentaire' Tekst van de conclusie C.21.0430.N Conclusie van de Advocaat-generaal Vanderlinden :

  1. Eiser tot cassatie komt op tegen een arrest van het Hof van Beroep Antwerpen, gewezen op 23 maart
  2. Door eiseres wordt er één middel aangevoerd.
  3. Het derde onderdeel. a. Probleemstelling De problematiek in huidig geschil betreft de vraag wat de taak is van de rechter, in het kader van de vaststelling van een onderhoudsbijdrage door een ouder voor een minderjarig of studerend meerderjarig kind, wanneer hij een akkoord tussen partijen acteert. Kan hij zich beperken tot het acteren zonder meer of dient hij het akkoord te toetsen aan de verplichtingen die op de ouders rusten ingevolge artikel 1321, §1, tweede lid Gerechtelijk Wetboek? c. Beoordeling. Er is een onderscheid tussen de verantwoordings-

motiveringsplicht die rust op rechters wanneer zij overgaan tot het vaststellen van onderhoudsbijdragen

deze die van toepassing is voor een conventionele overeenkomst ter zake tussen ouders

(1). Op een rechter rust desbetreffend de verplichting om alle parameters die aan te treffen zijn in artikel 1321, §1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek in aanmerking te nemen. Voor de ouders, in het kader van een overeenkomst, is deze verplichting niet zo uitgestrekt. In het kader van de vaststelling van het onderhoudsgeld in een overeenkomst bepaalt artikel 1321, §1, tweede lid Gerechtelijk Wetboek dat de partijen gehouden zijn om, op basis van de door hun afgelegde verklaringen, opgave te doen van alle elementen waartoe tevens een rechter gehouden zou zijn of een deel ervan. Gelet op dit laatste is de verantwoordings-

motiveringsplicht van de partijen beperkt. De wet legt desbetreffend zelfs geen minimum aantal op

(2). Echter, de bepalingen zijn van dwingend recht. De partijen kunnen dus hier niet conventioneel van afwijken
(3). In het kader van vaststelling van de onderhoudsbijdrage, moeten zij dus elementen opnemen in het akkoord waardoor kan nagegaan worden op grond waarvan de minnelijke onderhoudsbijdrage werd bepaald
(4). Zij kunnen zich derhalve niet vergenoegen met

kel de opgave te doen van een bedrag zonder meer. De parameters van artikel 1321, §1, eerste lid Gerechtelijk Wetboek die door de ouders in de overeenkomst in aanmerking worden genomen, moeten bovendien van dien aard zijn dat de rechter, in een gebeurlijke latere fase zo wanneer bij hem een vordering wordt gesteld tot aanpassing van het onderhoudsgeld, kan nagaan welke elementen partijen gehanteerd hebben om het conventioneel onderhoudsgeld vast te stellen

(5). Een overeenkomst waarin geen van de in artikel 1321, §1, eerste lid Gerechtelijk Wetboek bepaalde componenten wordt opgenomen, is derhalve niet rechtsgeldig
(6). De rechter dient ambtshalve na te gaan of het akkoord voldoet aan de voorschriften van artikel 1321, §1, tweede lid Gerechtelijk Wetboek bij gebreke waaraan geen rechtsgeldig akkoordvonnis kan worden verleend. Dit heeft tot gevolg dat bij een hoger beroep de appelrechter, die geconfronteerd wordt met een akkoordvonnis

waarbij opgeworpen wordt dat dit akkoord niet voldoet aan artikel 1321 Gerechtelijk Wetboek, gehouden is om, voor hij het beroep niet-ontvankelijk verklaart op grond van artikel 1043 Gerechtelijk Wetboek, na te gaan of het akkoord voldoet aan de wettelijk bepaalde vereisten van artikel 1321, §1, tweede lid Gerechtelijk Wetboek. In casu heeft de appelrechter, niettegenstaande desbetreffend verweer werd gevoerd, geen dergelijke controle uitgevoerd. Hij verantwoordt dan ook niet naar recht zijn oordeel. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Het onderdeel is gegrond. Conclusie: Cassatie. ______________________________

(1)P. SENAEVE, Wijzigingen aangaande de onderhoudsbijdragen

bijdragen in de buitengewone kosten voor -kinderen, Commentaar bij titel 6 van de wet van 21 december 2018, T. Fam., 2019, p. 84.

(2)P. SENAEVE, De rechtspleging inzake kinderalimentatie, in Handboek familieprocesrecht, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2020, p. 1063.
(3)P. SENAEVE, Wijzigingen aangaande de onderhoudsbijdragen

bijdragen in de buitengewone kosten voor -kinderen, Commentaar bij titel 6 van de wet van 21 december 2018, oc, p. 84.

(4)P. SENAEVE, Wijzigingen aangaande de onderhoudsbijdragen

bijdragen in de buitengewone kosten voor -kinderen, Commentaar bij titel 6 van de wet van 21 december 2018, oc, p. 84.

(5)P. SENAEVE, Wijzigingen aangaande de onderhoudsbijdragen

bijdragen in de buitengewone kosten voor -kinderen, Commentaar bij titel 6 van de wet van 21 december 2018, oc, p. 84.

(6)P. SENAEVE, Wijzigingen aangaande de onderhoudsbijdragen

bijdragen in de buitengewone kosten voor -kinderen, Commentaar bij titel 6 van de wet van 21 december 2018, oc, p. 85. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220307.3N.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220307.3N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.