← België

D. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 10 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.6 Rolnummer: C.20.0173.N Zaak: D. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Familierecht - Overige Invoerdatum: 2022-05-03 Raadplegingen: 968 - laatst gezien 2026-06-19 04:05 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.6 Fiches 1 - 3 Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling kunnen in de regel enkel in het raam van de gerechtelijke vereffening-verdeling worden aangebracht en kunnen enkel door de notaris-vereffenaar door de neerlegging van een proces-verbaal van bezwaren bij de vereffeningsrechter worden aanhangig gemaakt, zodat deelgenoten, in de regel, geen geschillen met betrekking tot de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling rechtstreeks bij de vereffeningsrechter kunnen aanhangig maken

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE GOEDEREN Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Aanhangigmaking bij de vereffeningsrechter - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1207 tot 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: NOTARIS Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Aanhangigmaking bij de vereffeningsrechter - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1207 tot 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Aanhangigmaking bij de vereffeningsrechter - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1207 tot 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 4 - 6 Deelgenoten die een onderzoeksmaatregel zoals een overlegging van stukken wensen, dienen hun verzoek daartoe tot de notaris-vereffenaar te richten en slechts wanneer de notaris-vereffenaar ontijdig dan wel geen passend gevolg hieraan geeft, kunnen de deelgenoten zich krachtens van artikel 19, derde lid, Gerechtelijk Wetboek rechtstreeks tot de vereffeningsrechter wenden; zij kunnen verder bezwaren uiten ten aanzien van de notariële werkzaamheden die de notaris-vereffenaar, bij gebrek aan akkoord, bij de vereffeningsrechter moet aanbrengen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE GOEDEREN Vrije woorden: Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Deelgenoten - Aan de notaris-vereffenaar gevraagde onderzoeksmaatregel - Geen passende reactie - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 19, derde lid, 1207 tot 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: NOTARIS Vrije woorden: Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Deelgenoten - Aan de notaris-vereffenaar gevraagde onderzoeksmaatregel - Geen passende reactie - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 19, derde lid, 1207 tot 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Deelgenoten - Aan de notaris-vereffenaar gevraagde onderzoeksmaatregel - Geen passende reactie - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 19, derde lid, 1207 tot 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Nota: Artt. 1207 tot en met 1224 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vóór de wijziging ervan bij de wet van 13 augustus
  1. Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 11-12, p. 809-
  2. - MELIS, Sara; Noot'De (on)mogelijkheid voor deelgenoten om de rechter rechtstreeks te vatten tijdens een gerechtelijke vereffening-verdeling' Rev.not.b.-Revue du notariat belge (bij voorkeur RNB) - 2022, n° 11, p. 699-
  3. - DE LEVAL, Georges; VAN COMPERNOLLE, Jacques; Note'A propos de deux récents arrêts de la Cour de cassation relatifs à l'application de l'article 19, alinéa 3, du Code judiciaire...' Tekst van de conclusie C.20.0173.N Conclusie van eerste advocaat-generaal Ria Mortier:
  4. Feiten en procedure Uit de stukken waarop mag worden acht geslagen blijkt dat partijen bij vonnis van 15 september 2009 uit de echt zijn gescheiden en het echtscheidingsvonnis de gerechtelijke vereffening-verdeling van het gewezen huwelijksvermogen beval. In het licht van een geplande vacatie van boedelbeschrijving verzocht de notaris-vereffenaar bij schrijven van 12 juni 2017 aan verweerder om opgave te doen van de inhoud van verschillende kluizen dan wel mee te delen waar de goederen die er zich in bevonden thans naar toe zijn. Eiseres beweert dat verweerder niet wenst mee te werken aan de inventarisatie en dringt er bij de notaris op aan hiertoe de nodige initiatieven te nemen, waarop de notaris op 5 juli 2017 het standpunt inneemt dat hij geen rechtsmiddelen heeft om verweerder daartoe te dwingen. Daarop neemt eiseres het initiatief om op 10 augustus 2017 met toepassing van artikel 19, derde lid Gerechtelijk wetboek een verzoekschrift neer te leggen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg waarin zij vordert dat verweerder wordt verplicht onder verbeurte van een dwangsom precieze opgave te doen van de inhoud van de kluis en mee te delen waar de goederen zich bevinden, de naam en coördinaten mee te delen van de persoon die was aangesteld om na zijn overlijden het beheer van de kluis op zich te nemen, een kopie van een schattingsverslag betreffende een in bewaring gegeven diamant mee te delen, juwelen of een bedrag van 800.000 euro af te geven of te storten op een rekening bij de notaris-vereffenaar en in subsidiaire orde het aanwijzen van een sekwester, het opmaken van een beheers rekening en het afleggen van rekening en verantwoording over het beheer van de onverdeeldheid, en rekeninguittreksels mee te delen. Verweerder beweert dat hij heeft geantwoord op de destijds gesteld vragen van de notaris-vereffenaar. De geplande vacatie gaat uiteindelijk door, zij het op een latere datum. De eerste rechter verklaart de vorderingen van eiseres ontvankelijk en gegrond. Op het hoger beroep van verweerder oordelen de appelrechters dat de vorderingen van eiseres een geschil binnen de gerechtelijke vereffening-verdeling betreffen en de rechter hierbij in de regel enkel via de notaris-vereffenaar kan geadieerd worden, maar niet rechtstreeks door partijen. Partijen kunnen, eens de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling is opgestart, enkel de rechtbank adiëren met toepassing van artikel 19, derde lid Gerechtelijk wetboek voor het vorderen van voorlopige maatregelen die volledig los staan van de gerechtelijke vereffening-verdeling. De appelrechters verklaren het hoger beroep gegrond en wijzen de vordering van eiseres af. Het incidenteel beroep van eiseres met betrekking tot een door haar gevorderde onderzoeksmaatregel, los van de gerechtelijke vereffening-verdeling, wordt door de appelrechters wegens de niet-opportuniteit van de maatregel, niet gegrond verklaard. Tegen dit arrest van 14 november 2019 van het hof van beroep te Gent voert eiseres twee middelen aan. In het eerste middel voert eiseres aan dat artikel 19, derde lid Gerechtelijk wetboek een algemene draagwijdte heeft en van toepassing is op alle procedures tenzij hiervan bij bijzondere wet wordt afgeweken en dus ook van toepassing is in het kader van een procedure vereffening-verdeling zoals van toepassing, dit is voor de wijziging bij wet van 13 augustus
  5. In het tweede middel voert eiseres aan dat de appelrechters hebben nagelaten te antwoorden op een punt van de vordering in het kader van het door haar ingesteld incidenteel beroep.
  6. Bespreking 2.
  7. Eerste middel 2.1.
  8. De boedelbeschrijving die wordt opgesteld met het oog op de vereffening-verdeling van een gemeenschap heeft tot doel de inventaris van de boedel vast te stellen. De partijen bij de boedelbeschrijving hebben de verplichting elk goed aan te geven waarvan het bestaan onbekend zou kunnen blijven en dat een invloed kan hebben op de samenstelling van de boedel
(1). Er dient dus opgave te gebeuren van alle roerende goederen en waarden die deel uitmaken van de boedel, alsook van verklaringen ten bate of ten laste van de boedel. De partijen hebben de plicht hierbij actief waarheidsgetrouwe en volledige informatie te verstrekken. De mogelijkheid voor de notaris om zelf ook bepaalde opzoekingen te doen impliceert immers niet dat partijen van die actieve medewerking vrijgesteld zijn
(2). Een boedelbeschrijving is in essentie een bewarende maatregel
(3). Omwille van de eedaflegging aan het einde van de boedelbeschrijving door de personen die in bezit zijn geweest van de voorwerpen of die de plaatsen hebben bewoond, is hieraan ook een bijzondere bewijsfunctie verbonden
(4). In het kader van de gerechtelijke vereffening-verdeling kunnen allerlei geschillen rijzen die een weerslag kunnen hebben op de omvang van de te vereffenen en verdelen boedel. Als verantwoording voor het laten beslechten van die geschillen door de notaris-vereffenaar, wordt doorgaans verwezen naar de ondeelbaarheid van de vordering tot vereffening-verdeling
(5)en naar de door de wetgever gewilde centrale rol van de notaris-vereffenaar
(6). Deze betwistingen worden daarom in beginsel enkel door de notaris-vereffenaar bij de rechtbank aanhangig gemaakt hetzij bij een tussentijds proces-verbaal hetzij bij een proces-verbaal van geschillen of moeilijkheden (voordien beweringen en zwarigheden) om te vermijden dat partijen de procedure nodeloos vertragen door telkens de rechtbank te vatten bij de minste betwisting die ontstaat naar aanleiding van de vereffening-verdeling
(7). Het eerste middel betreft evenwel de vraag of en in welke mate de partijen betrokken in een gerechtelijke vereffening en verdeling van vòòr de inwerkingtreding van de wet van 13 augustus 2011, op eigen initiatief en krachtens artikel 19, derde lid, Ger. W. de vereffeningsrechter kunnen vatten voor het bevelen van voorlopige maatregelen, zoals een onderzoeksmaatregel tot het overleggen van stukken, die de notaris zelf niet bij machte is te bevelen of af te dwingen, dan wel of dit initiatief ook in dit geval enkel toekomt aan de notaris-vereffenaar via het tussentijds proces-verbaal van beweringen en zwarigheden. 2.1.2. Met de wetswijziging van 13 augustus 2011
(8)wenste de wetgever
(9)enerzijds de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling te versnellen, onder andere door het vermijden van nutteloze tussenkomsten van de rechtbank tijdens de notariële fase van de procedure, en anderzijds de rol van de actieve notaris-vereffenaar verder te versterken. Hiertoe werden bepaalde vernieuwingen ingevoerd, maar werden ook sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de gerechtelijke verdeling beter omschreven waardoor een einde kwam aan aarzelingen in rechtspraak en rechtsleer, en werd voor sommige pretoriaanse constructies, zoals bijvoorbeeld de praktijk van een tussentijds proces-verbaal, een wetgevend kader gecreëerd. De bestaande aarzelingen waarvan sprake hadden onder andere betrekking op de situatie waarin de notaris -vereffenaar bij het uitvoeren van zijn opdracht wordt geconfronteerd met geschillen en moeilijkheden die al dan niet worden opgeworpen door de partijen, maar die hem soms verhinderen tot het voortzetten van de werkzaamheden of waardoor hij wordt gedwongen die werkzaamheden verder te zetten op basis van te onzekere elementen. Kon de rechtbank in dat geval voor die geschillen en moeilijkheden worden gevat voordat een staat van vereffening werd opgesteld? Hoe moest de rechtbank worden gevat? En kwam het initiatiefrecht daarbij toe aan de meest gerede partij of aan de notaris-vereffenaar? De wetgever oordeelde dat Uw Hof in een princiepsarrest van 5 november 1993
(10)de eerste en de tweede vraag beantwoordde door te stellen dat de neerlegging van het door de notaris opgemaakte proces-verbaal van beweringen en zwarigheden de tussen partijen in het kader van een gerechtelijke vereffening-verdeling gerezen en in een proces-verbaal opgenomen betwistingen bij de rechtbank rechtsgeldig aanhangig maakt. In lijn daarmee werd ook in de rechtsleer geoordeeld dat deze methode moest voorbehouden blijven voor essentiële geschillen of zwarigheden die in de loop van de procedure rijzen en die de redactie van een staat van vereffening en verdeling beletten. Met het nieuw artikel 1216 Gerechtelijk wetboek verleende de wetgever een wettelijke basis aan die beginselen, waarbij de benaming van het tussentijds proces-verbaal van beweringen en zwarigheden werd vereenvoudigd tot “tussentijds proces-verbaal”, en werd aan de notaris-vereffenaar de mogelijkheid gegeven de rechtbank te vatten in elke fase van de procedure betreffende de moeilijkheden en zwarigheden die volgens hem dermate essentieel zijn dat zij het opstellen van de eindstaat beletten
(11). Wat de derde vraag betreft behield de wetgever het initiatiefrecht om de rechtbank te adiëren enkel voor aan de notaris-vereffenaar
(12). Een amendement dat ertoe strekte niet enkel de notaris dit initiatiefrecht te geven maar een systeem in te voeren van een quasi permanente adiëring van de rechter, waarbij zodra een van de partijen of de notaris-vereffenaar het nodig achten, partijen opnieuw voor de rechter kunnen verschijnen door middel van een gewone, met redenen omklede brief, werd niet aangenomen
(13). 2.1.3. In de zaak die thans voorligt zijn -niet betwist- nog de oude regels inzake gerechtelijke vereffening en verdeling, dus van vòòr de inwerkingtreding van de wet van 13 augustus 2011, van toepassing. In verband met het initiatiefrecht tot het adiëren van de vereffeningsrechter oordeelde Uw Hof vrij recent nog dat
(14)uit de artikelen 1209-1223 (oud) Gerechtelijk Wetboek volgt dat, van zodra er is gedagvaard in gerechtelijke vereffening en verdeling, betwistingen die verband houden met de vereffening en verdeling in beginsel slechts in het kader van deze procedure kunnen worden aangebracht en dat deze betwistingen op uitsluitend initiatief van de boedelnotaris bij de rechtbank aanhangig kunnen worden gemaakt door neerlegging van een proces-verbaal van beweringen en zwarigheden. Betwistingen die verband houden met de vereffening en verdeling kunnen vanaf dan, in beginsel, niet meer door de partijen in een afzonderlijke procedure voor de rechter aanhangig worden gemaakt. Vorderingen die geen verband houden met de vereffening-verdeling omdat zij geen invloed hebben op de omvang van de onverdeeldheid of de wijze van verdeling ervan, kunnen daarentegen ten allen tijde in een afzonderlijke procedure worden ingesteld, ook al werd dezelfde vordering reeds in het kader van de vereffening-verdeling ingesteld”. Het zijn slechts de betwistingen die uitgedrukt in of voortvloeiend uit de beweringen en zwarigheden opgenomen in het proces-verbaal van de boedelnotaris, die door de neerlegging ter griffie van de uitgifte van dit proces-verbaal bij de rechtbank aanhangig worden gemaakt
(15). Hoewel de zaak die aanleiding gaf tot voormeld arrest een vordering betrof wegens vermeend misbruik van een volmacht op een persoonlijke en op een onverdeelde bankrekening door een persoon, die toevallig ook deelgenoot was in de onverdeeldheid, wat volledig los te koppelen was van de vereffening en verdeling zodat die vordering bij dagvaarding, los van de notaris-vereffenaar, voor de rechtbank aanhangig kon worden gemaakt en het dus toen geen toepassing betrof van artikel 19, derde lid, Ger. W., volgt uit dit arrest wel dat er voor het beantwoorden van de vraag aan wie het initiatiefrecht toekomt vooreerst een onderscheid dient te worden gemaakt tussen betwistingen die verband houden met de vereffening en verdeling en betwistingen die daarvan losstaan
(16). Aangenomen wordt dat een betwisting geen verband houdt met de vereffening en verdeling als ze de omvang van de onverdeeldheid of de wijze van verdeling niet beïnvloedt
(17)of als ze niet kadert binnen de eigenlijke taak of bevoegdheid van de notaris-vereffenaar, als gerechtelijk mandataris die evenwel geen gedingbeslissende bevoegdheid heeft
(18)of niet interfereert met de werkzaamheden van de notaris-vereffenaar
(19). Geschilpunten die zich buiten die vereffening en verdeling situeren, horen dus normaliter niet tot de taak van de notaris en kunnen door partijen zelf rechtstreeks voor de rechter worden gebracht. Echter eenmaal een betwisting in verband staat met de vereffening en verdeling is het, in principe, enkel aan de notaris om aan de hand van een proces-verbaal van beweringen en zwarigheden de vereffeningsrechter te vatten. Op dit principe wordt door Uw Hof wel uitzondering gemaakt als de vordering, zelfs al heeft die een weerslag op de omvang van de te vereffenen en verdelen boedel, termijngebonden is. In dat geval kan de partij deze vordering zelf, buiten de notaris-vereffenaar om, instellen
(20). Ook in de rechtsleer is de meerderheidsvisie dat de notaris de enige persoon is die de rechter lopende de vereffening en verdeling kan vatten voor zaken die met de vereffening en verdeling te maken hebben
(21). De onderliggende proceseconomisch gestuurde idee is dat de notaris de rechter enkel vat bij moeilijkheden die de voortzetting van de vereffening en verdeling daadwerkelijk in de weg staan. De notaris is “eerste rechter” voor die moeilijkheden en hij oordeelt of de moeilijkheid ernstig genoeg is om onmiddellijk dan wel later bij het proces-verbaal van vereffening en verdeling aan de rechter voor te leggen. Deze visie strookt met het vertrouwen dat de wetgever, ook onder de oude regelgeving, heeft willen geven aan de notaris voor wat betreft de geschilpunten die behoren tot de gerechtelijke vereffening-verdeling
(22), welk vertrouwen wordt beschaamd indien de partijen de mogelijkheid zouden hebben om de notaris in zijn werkzaamheden te omzeilen. Een veralgemeende toepassing om partijen via artikel 19, derde lid Gerechtelijk wetboek lopende de vereffening-verdeling toe te laten vorderingen bij de rechter aanhangig te maken, strijdt daarom met de filosofie en de bijzondere aard van de procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling. In dezelfde lijn laat voormeld arrest van 9 maart 2020 van uw Hof evenmin ruimte voor het (te algemene) standpunt dat partijen zich, eens ze hun twistpunten bij de notaris hebben aangekaart, tot de rechter kunnen wenden wanneer de notaris hieraan niet het nodige gevolg geeft
(23). Uw Hof stelt immers duidelijk dat betwistingen die verband houden met de vereffening en verdeling “uitsluitend” door de notaris bij de rechter aanhangig zijn te maken en in beginsel niet door de partijen. 2.1.4. De overlegging van stukken door partijen wordt onder de oude regels van vereffening en verdeling niet uitdrukkelijk geregeld. Er wordt bijgevolg evenmin expliciet in de mogelijkheid voorzien voor de notaris om zich te wenden tot de rechter teneinde de overlegging van stukken te horen bevelen. Die mogelijkheid is thans in het nieuw artikel 1214, §4 Gerechtelijk wetboek wel voorzien, waar het bepaalt dat zonder afbreuk te doen aan de regels betreffende de bewijslast en de bewijsvoering de notaris-vereffenaar aan partijen of derden alle relevante informatie en stukken kan vragen en indien zij de door de notaris-vereffenaar gevraagde informatie niet meedelen, de rechtbank, geadieerd overeenkomstig artikel 1216 hun overlegging kan bevelen
(24). Evenwel komt het evident voor dat, gelet op voormelde plicht van partijen tot het actief verstrekken van waarheidsgetrouwe en volledige informatie, het opvragen van stukken of informatie relevant voor de verdere werkzaamheden van vereffening en verdeling, ook onder de oude regelgeving kadert binnen de eigenlijke taak of bevoegdheid van de notaris-vereffenaar als gerechtelijk mandataris en de betwisting hierover interfereert met diens werkzaamheden zodat moeilijkheden in dit verband in beginsel enkel door de notaris aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De door de wetgever benadrukte centrale rol van de notaris-vereffenaar impliceert dat hij binnen de vereffeningsprocedure, en dus ook wat betreft het opvragen van stukken, de leidende figuur is en hij hierbij, in het licht van de door de wetgever nagestreefde proceseconomie, geen passieve houding aanneemt, maar hij integendeel verantwoordelijkheid opneemt, de procedure leidt
(25)en diligent optreedt. De notaris-vereffenaar oefent een gerechtelijk mandaat
(26)uit waaraan hij zich niet kan onttrekken zodat partijen in theorie geen inertie van de notaris hoeven te vrezen
(27). Dit staat er evenwel niet aan in de weg dat wanneer een mogelijke ongerechtvaardigde inertie van de notaris – vereffenaar het recht op bewijs van partijen zou (dreigen) aantasten, of wanneer de notaris-vereffenaar zonder gewettigde reden nalaat initiatief te nemen ten aanzien van een binnen de vereffening-verdeling relevant verzoek van een partij tot overlegging van stukken of het meedelen van informatie of nalaat dergelijke betwisting voor te leggen aan de rechter, het voor partijen mogelijk zou moeten zijn bij toepassing van artikel 19, derde lid Ger. W. hun vordering zelf aanhangig te maken bij de rechter. Het risico bestaat immers dat wanneer partijen slechts in het kader van de zwarigheden tegen de staat van vereffening en verdeling de overlegging van stukken kunnen vorderen deze stukken mogelijk niet meer voorhanden zijn. 2.1.
  1. De appelrechters oordelen dat de door eiseres met toepassing van artikel 19, derde lid Gerechtelijk wetboek gevorderde maatregelen de gerechtelijke vereffening-verdeling betreffen, het enkel aan de notaris-vereffenaar toekomt de rechtbank middels een tussentijds proces-verbaal van beweringen en zwarigheden te vatten ingeval hij van partijen de door hem opgevraagde informatie die hij relevant acht niet bekomt, eiseres de centrale rol van de notaris-vereffenaar en de specifieke procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling niet mag doorkruisen door middel van een verzoek conform artikel 19, derde lid Gerechtelijk wetboek waarin in wezen analoge informatie wordt gevraagd als deze die de notaris-vereffenaar zelf reeds opvroeg aan verweerder bij brief van 12 juni 2017, en eiseres het antwoord van verweerder op deze brief niet eens heeft afgewacht door reeds op 10 augustus 2017 dit verzoek in te dienen. Met deze redenen oordelen de appelrechters dat de vordering van eiseres tot het overleggen van stukken en het opvragen van informatie de gerechtelijke vereffening-verdeling betreft, welke betwisting enkel door de notaris-vereffenaar, in wiens hoofde er geen ongerechtvaardigde inertie of nalatigheid kan weerhouden worden, middels een proces-verbaal van beweringen en zwarigheden kan worden voorgelegd aan de rechtbank. Met deze redenen verantwoorden zij hun beslissing tot afwijzing van de vordering van eiseres naar recht. Het eerste middel kan bijgevolg niet worden aangenomen. 2.1.
  2. Het is verder niet tegenstrijdig enerzijds te oordelen dat wanneer het een geschil betreft binnen de vereffening-verdeling er door een partij geen beroep kan gedaan worden op artikel 19, derde lid Gerechtelijk wetboek en anderzijds dat een voorlopige maatregel die hiervan losstaat wel op die manier voor de rechter kan aangebracht worden. In zoverre mist het eerste middel feitelijke grondslag. (…) Conclusie : verwerping. ____________________________________
(1)Cass. 21 maart 2017, AR P.15.1077.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170321.3, AC 2017, nr. 197.
(2)A. RENIERS, “Over de actieve informatie-en meldingsplicht van iedere deelgenoot in een procedure van vereffening en verdeling”, RABG, Larcier, 2017, 14-15, p. 1137.
(3)A. RENIERS, “Over de actieve informatie-en meldingsplicht van iedere deelgenoot in een procedure van vereffening en verdeling”, RABG, Larcier, 2017, 14-15, p. 1136.
(4)TH. VAN SINAY en J. VERSTAPPEN, “Boedelbeschrijvingen inzake familiaal vermogensrecht en faillissementen”, Gent, MYS en BREESCH, 1993, p. 3-8.
(5)Cass. 3 april 1986, nr. 4845, AC 1985-1986, 1042.
(6)Verslag VAN REEPINGHEN, Senaat, 1963-64, nr. 60, 273 en volgende.
(7)Cass. 1 februari 2018, AR C.17.0130.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180201.4, AC 2018, nr. 69, met concl. van advocaat-generaal VANDEWAL.
(8)Van kracht sedert 1 april 2012.
(9)Senaat, wetsontwerp houdende de hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening verdeling, Parl.St. Senaat, 2010-11, nr.405/1; Kamer van volksvertegenwoordigers, Verslag namens de commissie van de justitie, Doc 53-1513/004, p. 4.
(10)Cass. 5 november 1993, AR nr. 8330, AC 1993, nr. 448.
(11)Senaat, wetsontwerp houdende de hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening verdeling, Parl.St. Senaat, 2010-11, nr. 405/1.
(12)Senaat, wetsontwerp houdende de hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening verdeling, Parl.St. Senaat, 2010-11, nr. 405/1; Kamer van volksvertegenwoordigers, Verslag namens de commissie van de justitie, Doc 53-1513/004, p. 7.
(13)Senaat, Verslag van de commissie voor de justitie, 2010-11, 5-405/6; Amendement (C. DEFRAIGNE) op het wetsvoorstel houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, Parl.St. Senaat 2010-11, 5-405/3, later vervangen door amendement (C. DEFRAIGNE) op het wetsvoorstel houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, Parl.St. Senaat 2010-11, 5-405/6.
(14)Cass. 9 maart 2020, AR C.19.0200.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.8, AC 2020, nr. 171.
(15)Cass. 30 september 2016, AR C.16.0015.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160930.3, AC 2016, nr. 536.
(16)Geschilpunten die buiten de vereffening en verdeling staan zijn deze die beogen om de situatie van de partijen voorlopig te regelen. Te denken valt aan het verkrijgen van een (verrekenbaar) voorschot ( zie C. DECLERCK en S. MOSSELMANS, “Draaiboek van gerechtelijke vereffening en verdeling anno 2020”, RW 2020-21, 171-172) als voorlopige maatregel binnen de grenzen van de ogenschijnlijke rechten van de deelgenoot. Ook een vordering tot herroeping of vernietiging van een schenking, die binnen of aan de vordering tegen een deelgenoot tot betaling van een prijs van de aandelen die deze door optielichting van de nalatenschap heeft verkregen, kan in een afzonderlijke procedure worden ingesteld, zelfs al heeft een dergelijke vordering wel een weerslag op de omvang van de te vereffenen en verdelen boedel.(Cass. 9 september 2021, AR C.20.0308.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210909.1N.4, AC 2021, nr. 535)
(17)Zie Cass. 9 maart 2020, AR C.19.0200.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.8, AC 2020, nr. 171.
(18)R. ELSERMANS, “De bevoegdheidsverdeling tussen de rechtbank en de notaris-vereffenaar in de gerechtelijke verdeling” in R. BARBAIX en N. CARETTE (eds.), Tendensen Vermogensrecht 2017, Antwerpen, Intersentia, 2017, 275-276.
(19)B. VAN DEN BERGH, “Tussengeschillen in de procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling”, BN 2019, 11.
(20)Cass. 1 februari 2018, AR C.17.0130.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180201.4, AC 2018, nr. 69; Cass. 26 oktober 2017, AR C.16.0322.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171026.2, AC 2017, nr. 597.
(21)In die zin bijvoorbeeld: U. CERULUS, “Wat is een tussengeschil?” in Patrimonium 2012, Antwerpen, Intersentia, 2012, 178 (“De wet [van 13 augustus 2011] is dus een bevestiging van de heersende rechtspraak en rechtsleer en sluit duidelijk alle andere saisinemogelijkheden uit”) en 180 (“De partijen kunnen dus geenszins zelf naar de rechter stappen. De rechtbank is evenmin geldig gevat wanneer het tussengeschil bij dagvaarding of conclusie wordt aanhangig gemaakt. Ook op dit punt heeft de wet van 13 augustus 2011 geen wijzigingen aangebracht”); P. DE PAGE, “La saisine du tribunal pendant la phase notariale de liquidation et de partage” (noot onder Cass. 5 november 1993), RTDF 1995, 134-135 (“durant la phase notariale, le notaire est seul habilité – à l’exclusion des parties – à ressaisir le tribunal pour trancher une difficulté surgie durant les opérations de liquidation et de partage ou, comme le dit l’arrêt annoté de manière très large, “dans le cadre du partage judiciaire””); R. ELSERMANS, “De bevoegdheidsverdeling tussen de rechtbank en de notaris-vereffenaar in de gerechtelijke verdeling” in R. BARBAIX en N. CARETTE (eds.), Tendensen Vermogensrecht 2017, Antwerpen, Intersentia, 2017, 274 e.v.; B. VAN DEN BERGH, “Tussengeschillen in de procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling”, BN 2019, 11-13 (zie vooral: “De rechter blijft ook bevoegd om uitspraak te doen over voorlopige maatregelen, maar dit is eigenlijk geen echte uitzondering op het monopolierecht van de notaris-vereffenaar om de rechter tussentijds te vatten, omdat deze materie als zodanig vreemd is aan de vereffening-verdeling, c.q. niet interfereert met de notariële werkzaamheden”).
(22)Wetsvoorstel houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 405/1, 3 (“De rol van de actieve notaris-vereffenaar te versterken, door nog meer de nadruk te leggen op zijn taak als medewerker van het gerecht, op de noodzaak van onpartijdigheid, door hem nieuwe voorrechten toe te kennen en door hem de middelen te geven om met spoed de verrichtingen af te wikkelen, zelfs bij stilzitten van de partijen” en “door een wetgevend kader te maken voor sommige pretoriaanse constructies zoals bijvoorbeeld de praktijk van een tussentijds proces-verbaal”)
(23)In die zin: F. BALOT, “L’applicabilité de l’article 19, alinéa 2, du Code judiciaire aux nouvelles procédures de liquidation partage”, Act.dr.fam. 2013, 156; K. RAETS, “Tussengeschillen tijdens de gerechtelijke vereffening-verdeling”, TEP 2016, 74-75.
(24)Over de mogelijkheid voor partijen om de rechtbank te adiëren voorziet deze nieuwe bepaling niets.
(25)U. CERULUS, “Wat is een tussengeschil?” in Patrimonium 2012, Antwerpen, Intersentia, 2012, 176 (met verwijzingen naar bronnen vóór de wetswijziging in 2011).
(26)Cass. 10 januari 2003, AR C.01.0546.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030110.8, AC 2003, nr. 24.
(27)P. DE PAGE, “La saisine du tribunal pendant la phase notariale de liquidation et de partage” (noot onder Cass. 5 november 1993), RTDF 1995, 135. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.6 citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030110.8 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160930.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170321.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171026.2 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180201.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.8 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210909.1N.4 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.3 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250213.1F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.