← België

J. contra J.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 10 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.8 Rolnummer: C.21.0149.N Zaak: J. contra J. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-05-03 Raadplegingen: 742 - laatst gezien 2026-06-19 04:31 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.8 Fiches 1 - 2 Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling kunnen in de regel enkel in het raam van de gerechtelijke vereffening-verdeling worden aangebracht en kunnen enkel door de notaris-vereffenaar door de neerlegging van een proces-verbaal van bezwaren bij de vereffeningsrechter worden aanhangig gemaakt, zodat deelgenoten bijgevolg, in de regel, geen geschillen met betrekking tot de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling rechtstreeks bij de vereffeningsrechter aanhangig kunnen maken

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: NOTARIS Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Aanhangigmaking bij de vereffeningsrechter - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1207 tot 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Aanhangigmaking bij de vereffeningsrechter - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1207 tot 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 5 Deelgenoten die een onderzoeksmaatregel zoals een deskundigenonderzoek wensen, dienen hun verzoek daartoe tot de notaris-vereffenaar te richten en slechts wanneer de notaris-vereffenaar ontijdig dan wel geen passend gevolg hieraan geeft, kunnen de deelgenoten zich krachtens van artikel 19, derde lid, Gerechtelijk Wetboek rechtstreeks tot de vereffeningsrechter wenden; de deelgenoten kunnen verder bezwaren uiten ten aanzien van de notariële werkzaamheden die de notaris-vereffenaar, bij gebrek aan akkoord, bij de vereffeningsrechter moet aanbrengen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Deelgenoten - Aan de notaris-vereffenaar gevraagd deskundigenonderzoek - Ontijdige of niet passende reactie - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 19, derde lid, 1207 tot 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: NOTARIS Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Deelgenoten - Aan de notaris-vereffenaar gevraagd deskundigenonderzoek - Ontijdige of niet passende reactie - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 19, derde lid, 1207 tot 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: Deelgenoten - Aan de notaris-vereffenaar gevraagd deskundigenonderzoek - Ontijdige of niet passende reactie - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 19, derde lid, 1207 tot 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Nota: Artt. 1207 tot en met 1224 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vóór de wijziging ervan bij de wet van 13 augustus
  1. Annotaties Publicaties: Rev.not.b.-Revue du notariat belge (bij voorkeur RNB) - 2022, n° 11, p. 699-
  2. - DE LEVAL, Georges; VAN COMPERNOLLE, Jacques; Note'A propos de deux récents arrêts de la Cour de cassation relatifs à l'application de l'article 19, alinéa 3, du Code judiciaire...' Tekst van de conclusie C.21.0149.N Conclusie van eerste advocaat-generaal Ria Mortier:
  3. Feiten en procedure Uit de stukken waarop mag worden acht geslagen blijkt dat zowel eisers als verweerder de kinderen zijn van M.J. en zijn echtgenote M.T. Op vordering van M.T. en derde en vierde eiser wordt bij vonnis van 20 december 2005 van de rechtbank van eerste aanleg te Gent de gerechtelijke vereffening-verdeling bevolen van het huwelijksvermogen M.J./M.T. alsook van de nalatenschap van M.J., overleden op 3 december 1992, met aanstelling van een notaris-vereffenaar. De werkzaamheden worden aangevat en tot 2008 verdergezet waarna de notaris -vereffenaar een akte van sluiting van werkzaamheden opstelt. Er was op dat ogenblik nog geen aanvang genomen met de vereffening-verdeling van de huwgemeenschap. Nadat ook M.T. overlijdt initieert verweerder in 2016 een procedure voor de rechtbank van eerste aanleg te Gent waarbij hij de gerechtelijke verdeling vraagt van alle roerende goederen uit de nalatenschap van zijn vader, zowel eigen als gemeenschappelijk, die onverdeeld zijn gebleven tussen partijen, de aanstelling van een notaris en te horen zeggen voor recht dat indien de te verdelen goederen moeten worden onderworpen aan een schatting deze zal worden gedaan door een deskundige of college van deskundigen hetzij in onderling overleg hetzij door de rechtbank op verzoek van de meest gerede partij. Bij vonnis van 29 november 2016 wordt de vordering tot gerechtelijke verdeling ontoelaatbaar verklaard gelet op het gezag van gewijsde van het vonnis van 20 december 2005 maar wordt voor recht gezegd dat indien de te verdelen goederen moeten onderworpen worden aan een schatting dit zal worden gedaan door een (college van) deskundige(n) aangeduid door partijen in onderling overleg hetzij door de rechtbank op verzoek van de meest gerede partij. In 2017 zet de destijds aangestelde notaris de vereffeningswerkzaamheden verder waarbij hij er op wijst dat verweerder wenst over te gaan tot verdeling van de nog onverdeelde roerende goederen en hij een werkmethode voorstelt met minnelijke aanwijzing van verschillende deskundigen voor het schatten van de verschillende goederen. Eisers vragen dat eerst de huwgemeenschap van de ouders en de nalatenschap van de vader zou vereffend en verdeeld worden. Verweerder vindt dit dilatoir en meent dat de roerende goederen reeds kunnen geschat worden. Hij verzoekt de rechtbank een deskundige aan te stellen. De eerste rechter verklaart die vordering bij vonnis van 25 juni 2019 toelaatbaar, ontvankelijk en gegrond en stelt vijf deskundigen aan om de roerende goederen, afhangende van de huwgemeenschap en/of de nalatenschap van Michel die thans nog in onverdeeldheid zijn tussen de zes kinderen, te schatten. Eisers stellen tegen dit vonnis hoger beroep in waarbij zij enerzijds aanvoeren dat er nog geen aanvang werd genomen met de vereffening - verdeling van de huwgemeenschap en er derhalve geen opsomming bestaat van de roerende goederen die nog in onverdeeldheid zijn en anderzijds dat verweerder de rechtbank niet kon adiëren gezien dit enkel aan de notaris toekwam. De appelrechters oordelen dat artikel 19, derde lid Gerechtelijk wetboek een uitzondering is op de regel dat alleen de notaris-vereffenaar bevoegd is om zich tijdens de gerechtelijke vereffening-verdeling tot de rechtbank te wenden en dit in iedere stand van de procedure toepassing kan krijgen, en dat artikel 19, derde lid Gerechtelijk wetboek een belangrijke aanvulling is op de procedure van het tussentijds proces verbaal en een algemene draagwijdte heeft waardoor niet vereist is dat men zijn verzoek tot voorlopige maatregel aan de notaris-vereffenaar zou richten en dit des te meer omdat de notaris over geen enkel dwangmiddel beschikt indien hij het verzoek gerechtvaardigd zou vinden. Zij oordelen dat, zoals eisers terecht stellen, zonder die vereffening verdeling van de huwgemeenschap niet kan overgegaan worden tot vereffening-verdeling van de nalatenschap van M.J., maar dit niet belet dat thans reeds overgegaan zou worden tot schatting van de nog te verdelen roerende goederen. Zij bevestigen het vonnis van de eerste rechter. Tegen dit arrest van 25 februari 2021 van het hof van beroep te Gent voeren eisers twee middelen aan. In het eerste middel voeren zij aan dat de bepalingen van het Gerechtelijk wetboek met betrekking tot de gerechtelijke vereffening-verdeling uitsluiten dat partijen zich tijdens de notariële werkzaamheden rechtstreeks richten tot de rechtbank in toepassing van artikel 19, derde lid Gerechtelijk wetboek met een verzoek tot het nemen van een onderzoeksmaatregel, minstens dat zij dit pas kunnen doen indien zij zich eerst tot de notaris hebben gewend en deze geen gevolg geeft aan dit verzoek. Met het tweede middel voeren eisers aan dat indien moet worden aanvaard dat partijen lopende de gerechtelijke vereffening-verdeling de rechter kunnen vatten tot het nemen van een onderzoeksmaatregel, de rechter hierbij geen uitspraak ten gronde kan doen en dus geen betwistingen kan beslechten inzake de samenstelling of de omvang van de massa. Nu er tussen partijen betwisting bestond over de vraag of er al dan niet nog te verdelen roerende goederen waren, houdt het oordeel “dat het standpunt van eisers dat er geen onverdeelde goederen meer zijn niet kan worden bijgetreden”, een uitspraak ten gronde in zodat de appelrechters artikel 19, derde lid Gerechtelijk wetboek schenden.
  4. Bespreking 2.
  5. Te dezen wordt niet betwist dat de regels van het Gerechtelijk wetboek betreffende gerechtelijke vereffening-verdeling van voor de wetswijziging van 13 augustus 2011
(1)van toepassing zijn. Niet alleen sedert voormelde wetswijziging, maar ook voordien reeds beschouwde de wetgever de notaris als spilfiguur in de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling. Er werd hem voor wat betreft de geschilpunten die behoren tot de gerechtelijke vereffening-verdeling
(2)ruim vertrouwen gegeven, welk vertrouwen evident beschaamd wordt indien de partijen de mogelijkheid hebben de notaris in zijn werkzaamheden te omzeilen. Een algemene toepassing van het principe dat partijen hangende de gerechtelijke vereffening-verdeling via artikel 19, derde lid Gerechtelijk wetboek vorderingen bij de rechter kunnen aanhangig maken, strijdt in die zin met de filosofie en de bijzondere aard van de procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling die uitgaat van een onderliggende proceseconomisch gestuurde idee dat de notaris de rechter enkel vat bij moeilijkheden die de voortzetting van de vereffening en verdeling daadwerkelijk in de weg staan. Ook Uw Hof oordeelt dat
(3)uit de artikelen 1209-1223 (oud) Gerechtelijk Wetboek volgt dat, van zodra er is gedagvaard in gerechtelijke vereffening en verdeling, betwistingen die verband houden met de vereffening en verdeling in beginsel slechts in het kader van deze procedure kunnen worden aangebracht en dat deze betwistingen op uitsluitend initiatief van de boedelnotaris bij de rechtbank aanhangig kunnen worden gemaakt door neerlegging van een proces-verbaal van beweringen en zwarigheden. Betwistingen die verband houden met de vereffening en verdeling kunnen vanaf dan, in beginsel, niet meer door de partijen in een afzonderlijke procedure voor de rechter aanhangig worden gemaakt. Vorderingen die geen verband houden met de vereffening-verdeling omdat zij geen invloed hebben op de omvang van de onverdeeldheid of de wijze van verdeling ervan, kunnen daarentegen ten allen tijde in een afzonderlijke procedure worden ingesteld, ook al werd dezelfde vordering reeds in het kader van de vereffening-verdeling ingesteld”. Voor het beantwoorden van de vraag aan wie het initiatiefrecht om de rechtbank te vatten toekomt, is het aldus van belang een onderscheid te maken tussen betwistingen die verband houden met de vereffening en verdeling en betwistingen die daarvan losstaan
(4). Aangenomen wordt dat een betwisting geen verband houdt met de vereffening en verdeling als ze de omvang van de onverdeeldheid of de wijze van verdeling niet beïnvloedt
(5)of als ze niet kadert binnen de eigenlijke taak of bevoegdheid van de notaris-vereffenaar als gerechtelijk mandataris, die evenwel geen gedingbeslissende bevoegdheid heeft
(6)of niet interfereert met de werkzaamheden van de notaris-vereffenaar
(7). Geschilpunten die zich buiten die vereffening en verdeling situeren, horen dus (normaliter) niet tot de taak van de notaris en kunnen daarom wel rechtstreeks door partijen voor de rechter worden gebracht. Maar eenmaal een betwisting wel in verband staat met de gerechtelijke vereffening verdeling is het, in beginsel, enkel aan de notaris om aan de hand van een proces-verbaal van beweringen en zwarigheden de vereffeningsrechter te vatten. Ook in de rechtsleer is dit de meerderheidsvisie
(8). Niet alleen de door de wetgever gewilde centrale rol van de notaris -vereffenaar en de proceseconomie van de gerechtelijke verdeling die niet toelaat dat de rechtbank te pas en te onpas door (vertragingslustige) partijen wordt geadieerd, maar ook de ondeelbaarheid van de vordering tot vereffening-verdeling vormt de ratio van de bevoegdheid van de notaris voor de beslechting van geschillen die rijzen na het instellen van de vordering in gerechtelijke verdeling en die een weerslag kunnen hebben op de omvang van de te vereffenen en verdelen boedel
(9). De notaris is “eerste rechter” voor die moeilijkheden en hij oordeelt of de moeilijkheid ernstig genoeg is om onmiddellijk dan wel later bij het proces-verbaal van vereffening en verdeling aan de rechter voor te leggen. Die door de wetgever gewilde en benadrukte centrale rol van de notaris-vereffenaar impliceert dat hij binnen de vereffeningsprocedure de leidende figuur is. Die centrale rol impliceert in het licht van de nagestreefde proceseconomie evenzeer dat de notaris-vereffenaar hierbij geen passieve houding aanneemt, maar hij integendeel verantwoordelijkheid opneemt, de procedure leidt
(10)en diligent optreedt. De notaris-vereffenaar oefent een gerechtelijk mandaat
(11)uit waaraan hij zich niet kan onttrekken zodat partijen in theorie geen inertie van de notaris hoeven te vrezen
(12). Maar wat indien zich in de praktijk wel dergelijke inertie voordoet? Hoewel voormeld arrest van Uw Hof
(13)stelt dat betwistingen die verband houden met de vereffening en verdeling “uitsluitend” door de notaris bij de rechter aanhangig zijn te maken en in beginsel niet door de partijen, en het dus op zich geen ruimte laat voor een veralgemeend standpunt dat partijen, eens ze hun twistpunten bij de notaris hebben aangekaart, zich tot de rechter kunnen wenden wanneer de notaris hieraan niet het nodige gevolg geeft
(14)kan evenwel niet worden aanvaard dat een mogelijke ongerechtvaardigde inertie van de notaris de rechten van partijen aantast. Wanneer de notaris-vereffenaar zonder gewettigde reden nalaat initiatief te nemen ten aanzien van een binnen het kader van de vereffening-verdeling relevant verzoek van een partij of wanneer de notaris-vereffenaar nalaat deze betwisting zelf voor te leggen aan de rechter, moet het voor partijen, onverminderd hun recht om bezwaren te uiten ten aanzien van de notariële staat van vereffening-verdeling die de notaris-vereffenaar bij gebrek aan akkoord aan de vereffeningsrechter moet voorleggen, mogelijk zijn bij toepassing van artikel 19, derde lid Ger.W. hun vordering zelf aanhangig te maken bij de rechter. In dat geval leidt het initiatief van de partij immers niet tot een ongerechtvaardigde vertraging van de rechtsgang maar integendeel tot het beschermen van hun rechten en het bevorderen van de proceseconomie
(15). 2.2. Het organiseren van een deskundigenonderzoek ter waardering van nog onverdeelde goederen is een essentieel onderdeel van de vereffening-verdeling
(16)gezien het van invloed is op de omvang van de nog te verdelen goederen. Dit kadert dus manifest binnen de eigenlijke taak of bevoegdheid van de notaris-vereffenaar als gerechtelijk mandataris en de deelgenoten die dergelijk deskundig onderzoek beogen dienen hun verzoek daartoe tot de notaris-vereffenaar te richten. Mogelijke betwistingen hierover interfereren met diens werkzaamheden en kunnen in beginsel enkel door de notaris -vereffenaar aan de rechtbank worden voorgelegd. De appelrechters die het verzoek van verweerder tot het bekomen van een schatting van de te verdelen roerende goederen door een deskundige, ontvankelijk verklaren zonder in hun beoordeling te betrekken of dit verzoek eerst aan de notaris-vereffenaar werd gericht, dan wel of de notaris-vereffenaar zonder gewettigde reden heeft nagelaten aan dit verzoek gevolg te geven, verantwoorden hun beslissing bijgevolg niet naar recht. Het tweede onderdeel van het eerste middel komt gegrond voor. De overige middelen kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Conclusie : vernietiging met verwijzing. __________________________________________
(1)Van kracht sedert 1 april 2012.
(2)Wetsvoorstel houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 405/1, 3 (“De rol van de actieve notaris-vereffenaar te versterken, door nog meer de nadruk te leggen op zijn taak als medewerker van het gerecht, op de noodzaak van onpartijdigheid, door hem nieuwe voorrechten toe te kennen en door hem de middelen te geven om met spoed de verrichtingen af te wikkelen, zelfs bij stilzitten van de partijen” en “door een wetgevend kader te maken voor sommige pretoriaanse constructies zoals bijvoorbeeld de praktijk van een tussentijds proces-verbaal”)
(3)Cass. 9 maart 2020, AR C.19.0200.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.8, AC 2020, nr. 171.
(4)Geschilpunten die buiten de vereffening en verdeling staan zijn deze die beogen om de situatie van de partijen voorlopig te regelen. Te denken valt aan het verkrijgen van een (verrekenbaar) voorschot (C. DECLERCK en S. MOSSELMANS, “Draaiboek van gerechtelijke vereffening en verdeling anno 2020”, RW 2020-21, 171-172) als voorlopige maatregel binnen de grenzen van de ogenschijnlijke rechten van de deelgenoot.” Ook een vordering tot herroeping of vernietiging van een schenking, die binnen of aan de vordering tegen een deelgenoot tot betaling van een prijs van de aandelen die deze door optielichting van de nalatenschap heeft verkregen, kan in een afzonderlijke procedure worden ingesteld, zelfs al heeft een dergelijke vordering wel een weerslag op de omvang van de te vereffenen en verdelen boedel.(Cass. 9 september 2021, AR C.20.0308.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210909.1N.4, AC 2021, nr. 535)
(5)Cass. 9 maart 2020, AR C.19.0200.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.8, AC 2020, nr. 171.
(6)R. ELSERMANS, “De bevoegdheidsverdeling tussen de rechtbank en de notaris-vereffenaar in de gerechtelijke verdeling” in R. BARBAIX en N. CARETTE (eds.), Tendensen Vermogensrecht 2017, Antwerpen, Intersentia, 2017, 275-276.
(7)B. VAN DEN BERGH, “Tussengeschillen in de procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling”, BN 2019, 11.
(8)In die zin bijvoorbeeld: U. CERULUS, “Wat is een tussengeschil?” in Patrimonium 2012, Antwerpen, Intersentia, 2012, 178 (“De wet [van 13 augustus 2011] is dus een bevestiging van de heersende rechtspraak en rechtsleer en sluit duidelijk alle andere saisinemogelijkheden uit”) en 180 (“De partijen kunnen dus geenszins zelf naar de rechter stappen. De rechtbank is evenmin geldig gevat wanneer het tussengeschil bij dagvaarding of conclusie wordt aanhangig gemaakt. Ook op dit punt heeft de wet van 13 augustus 2011 geen wijzigingen aangebracht”); P. DE PAGE, “La saisine du tribunal pendant la phase notariale de liquidation et de partage” (noot onder Cass. 5 november 1993), RTDF 1995, 134-135 (“durant la phase notariale, le notaire est seul habilité – à l’exclusion des parties – à ressaisir le tribunal pour trancher une difficulté surgie durant les opérations de liquidation et de partage ou, comme le dit l’arrêt annoté de manière très large, “dans le cadre du partage judiciaire””); R. ELSERMANS, “De bevoegdheidsverdeling tussen de rechtbank en de notaris-vereffenaar in de gerechtelijke verdeling” in R. BARBAIX en N. CARETTE (eds.), Tendensen Vermogensrecht 2017, Antwerpen, Intersentia, 2017, 274 e.v.; B. VAN DEN BERGH, “Tussengeschillen in de procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling”, BN 2019, 11-13 (zie vooral: “De rechter blijft ook bevoegd om uitspraak te doen over voorlopige maatregelen, maar dit is eigenlijk geen echte uitzondering op het monopolierecht van de notaris-vereffenaar om de rechter tussentijds te vatten, omdat deze materie als zodanig vreemd is aan de vereffening-verdeling, c.q. niet interfereert met de notariële werkzaamheden”).
(9)B. VERLOOY, “Gerechtelijke verdeling en het recht op toegang tot de rechter”, RABG 2018, p. 436.
(10)U. CERULUS, “Wat is een tussengeschil?” in Patrimonium 2012, Antwerpen, Intersentia, 2012, 176 (met verwijzingen naar bronnen vóór de wetswijziging in 2011).
(11)Cass. 10 januari 2003, AR C.01.0546.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030110.8, AC 2003, nr. 24.
(12)P. DE PAGE, “La saisine du tribunal pendant la phase notariale de liquidation et de partage” (noot onder Cass. 5 november 1993), RTDF 1995, 135.
(13)Cass. 9 maart 2020, AR C.19.0200.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.8, AC 2020, nr. 171.
(14)In die zin: F. BALOT, “L’applicabilité de l’article 19, alinéa 2, du Code judiciaire aux nouvelles procédures de liquidation partage”, Act.dr.fam. 2013, 156; K. RAETS, “Tussengeschillen tijdens de gerechtelijke vereffening-verdeling”, TEP 2016, 74-75.
(15)Uw Hof aanvaardt trouwens ter bescherming van de rechten van partijen een uitzondering op het monopolie van de notaris-vereffenaar wanneer een vordering, zelfs al heeft die een weerslag op de omvang van de te vereffenen en verdelen boedel, termijngebonden is: Cass. 1 februari 2018, AR C.17.0130.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180201.4, AC 2018, nr. 69; Cass. 26 oktober 2017, AR C.16.0322.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171026.2, AC 2017, nr. 597.
(16)Zie ook Wetsvoorstel houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, Parl.St. Senaat, 2010-11, nr. 405/1, 10. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.8 citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030110.8 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171026.2 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180201.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.8 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210909.1N.4 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.