← België

V. contra BELGISCHE STAAT, MIN FINANCIEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 21 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220421.1N.8 Rolnummer: F.21.0001.N Zaak: V. contra BELGISCHE STAAT, MIN FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Belastingrecht Invoerdatum: 2022-06-02 Raadplegingen: 416 - laatst gezien 2026-06-15 05:22 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220421.1N.8 Fiches 1 - 2 Uit de samenhang van de artikelen 17, § 1, en 20 WIB92 en artikel 1968 Oud Burgerlijk Wetboek volgt dat onder lijfrente in de zin van artikel 17, § 1, 4°, WIB92 eveneens kan worden begrepen de lijfrente die in een koopovereenkomst is bedongen als betaling van de koopprijs

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: LIJFRENTE Vrije woorden: Verkoopovereenkomst - Eigendomsoverdracht tegen betaling lijfrente - Belastbaarheid rentecomponent als roerend inkomen Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Artt. 17 en 20 - 32 Link Justel databank 19920612-32 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1968 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Inkomsten uit roerende goederen Vrije woorden: Verkoopovereenkomst - Eigendomsoverdracht tegen betaling lijfrente - Belastbaarheid rentecomponent Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Artt. 17 en 20 - 32 Link Justel databank 19920612-32 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1968 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: T.Not.-Tijdschrift voor notarissen - 2022, nr. 10, p. 915-
  1. - WEYTS, Luc; Noot'De verkoop op lijfrente: de gouden handdruk' Tekst van de conclusie F.21.0001.N Conclusie van advocaat-generaal J. Van der Fraenen:
  2. Situering De betwisting heeft betrekking op een aanslag in de personenbelasting die in hoofde van eiser werd gevestigd voor het aanslagjaar
  3. Eiser sloot dd. 20 april 2000 een aandeelhoudersovereenkomst af waarbij hij 5000 aandelen in Ecoform NV verkocht aan Fabulous BVBA. Voor de voldoening van de koopprijs werd een lijfrente overeengekomen van 45.000 BEF (1.115,52 EUR) geïndexeerd. Met ingang van april 2020 wordt dit bedrag, aldus de overeenkomst, herleid tot 10.000 BEF (247,89 EUR). Middels overeenkomst van overdracht van schuldvordering werd de schuld lastens de BVBA Fabulous, met ingang van 25 juni 2007, overgenomen door BVBA Media Mania. Voor het aanslagjaar 2015 en de voorafgaande aanslagjaren werd deze rente ten belope van 3.750 EUR, zijnde 3 procent van het afgestane kapitaal, aangegeven onder code 1159 van de aangifte. Op basis van de gegevens van de aangifte werd de aanslag gevestigd. Achteraf diende eiser bezwaar in, stellende dat hij in rechte had gedwaald omtrent de toepasselijke wetsbepalingen. De gerechtelijke betwisting van de aanslag leidde tot een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, waarin werd geoordeeld dat de litigieuze overeenkomst te kwalificeren valt als een koop-verkoopovereenkomst waarbij de prijs bepaalbaar is en wordt voldaan bij middel van lijfrente. De eerste rechter oordeelde tevens dat het toepassingsgebied van artikel 17, §1, 4° WIB92 zich beperkt tot contracten van lijfrente en tijdelijke renten. Een koopcontract op lijfrente valt volgens de rechtbank niet onder dit toepassingsgebied. Het hof van beroep te Gent oordeelde bij arrest dd. 10 november 2020 daarentegen dat het toepassingsgebied van artikel 17, §1, 4° WIB92 niet beperkt is tot contracten van lijfrente en tijdelijke renten, maar zich ook kan uitstrekken tot een koopcontract op lijfrente. Eiser komt op tegen dit arrest met één middel tot cassatie.
  4. Bespreking van het enig middel 2.
  5. Eiser voert in het enig middel de schending aan van artikelen 170 Gw. en 17, §1, 4° WIB
  6. De appelrechter wordt verweten geen rekening te houden met de kwalificatie die de partijen aan de overeenkomst hebben gegeven, met name een koopovereenkomst waarbij de lijfrente als betalingsmodaliteit werd bedongen. Volgens eiser kan een dergelijke overeenkomst niet worden gelijkgesteld met een lijfrentecontract in de zin van artikel 17, §1, 4° WIB92 nu het niet toegelaten is de betaalmodaliteit bij de verkoopovereenkomst een eigen juridische kwalificatie toe te schrijven. 2.
  7. Krachtens artikel 17, §1, WIB92 zijn inkomsten uit roerende goederen en kapitalen alle opbrengsten van roerend vermogen aangewend uit welken hoofde ook, namelijk: 4° inkomsten die begrepen zijn in lijfrenten of tijdelijke renten die geen pensioenen zijn en na 1 januari 1962 onder bezwarende titel zijn aangelegd ten laste van enige rechtspersoon of onderneming. De toepassing van die bepaling veronderstelt de totstandkoming van een lijfrente onder bezwarende titel. Een lijfrente wordt in de rechtsleer omschreven als een rechtsverhouding krachtens welke een persoon aan een andere persoon verplicht is tot een periodieke uitkering van een geldbedrag, gedurende het leven van één of meer personen. Een lijfrente kan ontstaan uit een contract, maar ook op grond van een testament, een rechterlijke beslissing of de wet
(1). Een lijfrente is gevestigd onder bezwarende titel wanneer ze geschiedt tegen betaling van een som geld of tegen afstand van een geldswaardig roerend goed of van een onroerend goed (art. 1968 oud BW). Een overeenkomst waarbij een persoon zich tegenover een andere persoon ertoe verbindt hem periodiek en gedurende zijn ganse leven een geldbedrag te betalen tegen afstand van een goed, doet aldus een lijfrente onder bezwarende titel ontstaan. Een verkoop op lijfrente vormt daarvan een voorbeeld. De verkoper verbindt zich ertoe (de eigendom van) een goed over te dragen aan de koper. Hij doet daardoor afstand van zijn goed. De koper verbindt er zich toe een prijs te betalen, meer bepaald een periodieke uitkering van een geldbedrag gedurende het ganse leven van de verkoper. Bij een verkoop op lijfrente geschiedt de lijfrente aldus tegen de overdracht van een goed. De koopovereenkomst doet m.a.w. een lijfrente onder bezwarende titel ontstaan
(2). Dat de lijfrente is ontstaan uit een koopovereenkomst staat er m.i. niet aan in de weg dat die lijfrente onder de toepassing van artikel 17, §1, 4° WIB92 valt wanneer voldaan is aan de voorwaarden van die bepaling. Die bepaling maakt immers geen onderscheid naargelang de overeenkomst waaruit de lijfrente onder bezwarende titel is ontstaan. Uit artikel 20 WIB92 kan zelfs worden afgeleid dat een lijfrente die ontstaat uit een eigendomsoverdragende overeenkomst, zoals een koopovereenkomst, wel degelijk onder de toepassing van artikel 17, §1, 4° WIB92 kan vallen. Met de in artikel 17, §1, 4°, vermelde lijfrenten worden immers eveneens bedoeld de renten die voortvloeien uit de overdracht van de eigendom, de blote eigendom of het vruchtgebruik van onroerende goederen
(3). De titel waaruit de eigendomsoverdracht voortvloeit, lijkt ter zake niet relevant. De tekst van de artikelen 17, §1, 4°, en 20 WIB92 laat aldus niet toe de lijfrente die ontstaat uit een koopovereenkomst uit te sluiten van het toepassingsgebied van artikel 17, §1, 4°. 2.
  1. Uw Hof lijkt in een arrest van 3 maart 2006 te bevestigen dat een overeenkomst waarbij de eigendom van een goed wordt overgedragen tegen betaling van een lijfrente onder de toepassing van artikel 17, §1, 4° WIB92 kan vallen. Een belastingplichtige had zijn cliënteel overgedragen aan een vennootschap tegen betaling van een geïndexeerde lijfrente per jaar. De administratie meende de lijfrente te kunnen belasten op grond van artikel 17, §1, 4° WIB
  2. De belastingplichtige ging daar niet mee akkoord vermits hij geen afstand van een kapitaal heeft gedaan. Zowel de eerste rechter als de beroepsrechter zijn hem daarin gevolgd
(4). Uw Hof heeft het bestreden arrest vernietigd omdat het, gelet op de vaststelling dat de verweerder zijn cliënteel had overgedragen aan een vennootschap tegen betaling van een geïndexeerde lijfrente per jaar, niet wettig kon beslissen dat artikel 17, §1, 4° WIB92 niet van toepassing is op die overeenkomst
(5). De verwijzingsrechter heeft vervolgens beslist dat de overdracht van cliënteel tegen betaling van een lijfrente wel degelijk valt binnen de toepassing van artikel 17, §1, 4° WIB92
(6). 2.
  1. In diezelfde zin kan verwezen worden naar een ruling van 10 september
  2. In casu ging het om een verkoop van aandelen waarbij overeengekomen werd een deel van de koopprijs middels een maandelijkse lijfrente te betalen. De rulingdienst beslist dat “aangezien de lijfrente (deel van de koopprijs) die maandelijks ontvangen zal worden door de heer A voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 17, §1, 4° WIB 92 zal de lijfrente belastbaar zijn als roerend inkomen en onderworpen zijn aan de regeling zoals voorzien in de artikelen 17, §1, 4°, WIB 92 en 20 WIB 92”
(7). 2.5. Ook in de rechtsleer wordt aanvaard dat bij een verkoop op lijfrente de lijfrente onder de toepassing van artikel 17, §1, 4° WIB92 valt, wanneer voldaan is aan de voorwaarden van die bepaling
(8). Eén van die voorwaarden is dat de koper ofwel een rechtspersoon is, d.w.z. enigerlei vennootschap, vereniging, inrichting of instelling naar Belgisch of naar buitenlands recht, die rechtspersoonlijkheid bezit, ofwel een natuurlijke persoon die een nijverheids-, handels- of landbouwonderneming exploiteert, wanneer de betaling van de rente ten aanzien van deze persoon een beroepskarakter heeft (en aldus fiscaal aftrekbaar is). Als voldaan is aan de voorwaarden van artikel 17, §1, 4° WIB92 wordt de lijfrente belast. Bij een lijfrente met afstand van kapitaal (zoals bij een verkoop op lijfrente) bestaat de lijfrente-uitkering uit twee componenten: een gedeeltelijke terugbetaling van het kapitaal (de kapitaalcomponent) en het inkomen dat door het kapitaal is opgebracht (de rentecomponent)
(9). Het gedeelte van de lijfrente dat overeenstemt met het kapitaalsgedeelte is in principe niet belastbaar, net zoals de (eenmalige) koopprijs die men voor een (onroerend) goed ontvangt ook niet tot het belastbaar inkomen behoort. Het gedeelte van de lijfrente daarentegen dat overeenstemt met het interestgedeelte maakt desgevallend een belastbaar roerend inkomen uit in hoofde van de verkoper. 2.
  1. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: * de overeenkomst van 20 april 2000 de volgende civielrechtelijke kenmerken heeft van een “contract van lijfrente”: o de overeenkomst werd gesloten ten bezwarende titel: de eiser droeg aandelen over tegen betaling van een maandelijkse lijfrente door de bvba Fabulous; o de overeenkomst is wederkerig; o zij kwam tot stand in het kader van de afwikkeling van een echtscheiding; o de overeenkomst is een kanscontract. De omvang van de prestatie van de bvba Fabulous hangt immers af van een onzekere gebeurtenis, met name het overlijden van eiser. * naast de burgerlijke regels inzake koop dan ook de regels m.b.t. het contract van lijfrente toepasselijk zijn; * de lijfrente als prijs een essentieel element is van de koopovereenkomst en dat, zelfs indien zij zou worden aangemerkt als een “modaliteit”, de regels van het burgerlijk recht, noch artikel 17, §1, 4° van het WIB92 toelaten aan te nemen dat geen sprake is van een lijfrente. Het lijkt mij dat de appelrechter op die gronden wettig kon oordelen dat de administratie de rentecomponent die vervat zit in de periodieke lijfrentebetalingen terecht belastbaar heeft gesteld als een roerend inkomen op grond van de artikelen 17, §1, 4° en 20 WIB
  2. Het enig middel kan m.i. niet worden aangenomen.
  3. Besluit: Verwerping. _______________________________________
(1)B. TILLEMAN, “Lijfrente” in B. TILLEMAN (ed.), Knelpunten kanscontracten, Morsel, Intersentia, 2004, 39; A. DE BOECK, “Het Hof van Cassatie en de koop op lijfrente: zekerheid omtrent de onzekerheid”, noot onder Cass. 20 juni 2005, TBBR 2006, 608; N. CARETTE, “Koop met lijfrente. Vernietigbaarheid herbekeken”, RW 2006-07, 703; P. VERKINDEREN, “Vervreemding tegen lijfrente” in OGP 2012, afl. 103, 2-3; A. VAN OEVELEN, “De verkoop van een onroerend goed tegen betaling van een lijfrente” in Tendensen vermogensrecht 2016, Antwerpen, Intersentia, 2016, 83-84; M. VERDONCK en J. PETIT, Vendre en viager: un choix à privilégier in Cahiers de fiscalité pratique, Brussel, Larcier, 2019, nr. 37; B. KOHL, La rente viagère à titre onéreux in Guide de droit immobilier, Luik, Kluwer, 2020, VI.1.6.-2.
(2)De koop met vestiging van een lijfrente maakt (als geheel) een kanscontract uit (J. HERBOTS, S. STIJNS, E. DEGROOTE, W. Lauwers en I. SAMOY, “Overzicht van rechtspraak. Bijzondere overeenkomsten (1995-1998)”, TPR 2002, 718; A. DE BOECK, “Het Hof van Cassatie en de koop op lijfrente: zekerheid omtrent de onzekerheid” (noot onder Cass. 20 juni 2005), TBBR 2006,
(606)609; N. CARETTE, “Koop met lijfrente. Vernietigbaarheid herbekeken”, RW 2006-07,
(702)703; A. VAN OEVELEN, “De verkoop van een onroerend goed tegen betaling van een lijfrente” in Tendensen vermogensrecht 2016, Antwerpen, Intersentia, 2016, 86; Cass. 18 september 2017, AR C.14.0156.F, AC 2017, nr. 476, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170918.1; Cass. 20 juni 2005, AR C.04.0549.F, AC 2005, nr. 358, ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050620.9; Cass. 6 september 2002, AR C.00.0087.N, AC 2002, nr. 419, ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020906.7.
(3)Vgl. ook de voorwaarde dat de lijfrente onder bezwarende titel moet zijn, hetgeen impliceert dat er een tegenprestatie moet zijn, bv. betaling in specie, in de een of andere vorm, van een kapitaal, van een eenmalige premie of van periodieke premies; overdracht van de eigendom, van de blote eigendom of van het vruchtgebruik van roerende of onroerende goederen (Comm.IB 17/13).
(4)Zie M. BREES, “Belastbaarheid van lijfrenten gekoppeld aan de overdracht van beroepsactiva” (noot onder Brussel 20 februari 2008), TFR 2009, afl. 354, 73.
(5)Cass. 3 maart 2006, AR F.05.0027.F, AC 2006, nr. 125, ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060303.3.
(6)Brussel 20 februari 2008, TFR 2009, afl. 354, 70, noot M. BREES.
(7)Voorafgaande beslissing van 10 september 2013, nr. 2013.294.
(8)Zie ook J. COUGNON, “De fiscale behandeling in de onderneming van de verwervingen tegen lijfrente”, AFT 1986, 3; P. DE BRUYNE, “Verwerving op lijfrente” in Vennootschap en belastingen, Mechelen, Kluwer, 1991, losbl., nr. 4410; B. PEETERS, “Fiscale aspecten verbonden aan de vervreemding van c.q. verwerving van een goed tegen lijfrente”, Not.Fisc.M. 1995, 17; F. FEYS, Koop en verkoop tegen lijfrente, fiscale en financiële overwegingen in Fiscale dossiers Vandewinckele, Ced. Samsom, Diegem, 1999, 33 e.v.; M. BREES, “Belastbaarheid van lijfrenten gekoppeld aan de overdracht van beroepsactiva” (noot onder Brussel 20 februari 2008), TFR 2009, nr. 354, 73; P. VERKINDEREN, “Vervreemding tegen lijfrente” in OGP 2012, afl. 103, 14; F. VANDENBERGHE, “Onroerend goed” in Uw vennootschap en de fiscus”, Mortsel, Intersentia, 2017, 163-164; N. SCHRYVERS-FRAENKEL, “La vente immobilière en viager. Principes et actualités”, Bulletin juridique et social 2018, nr. 603, 8; M. VERDONCK en J. PETIT, Vendre en viager: un choix à privilégier in Cahiers de fiscalité pratique, Brussel, Larcier, 2019, nr. 363; I. VAN DE WOESTEYNE, Handboek personenbelasting 2020-2021, Mortsel, Intersentia, 2020, 138 e.v.; B. KOHL, La rente viagère à titre onéreux in Guide de droit immobilier, Luik, Kluwer, 2020, VI.1.6.3-3; F. MORTIER, noot onder Gent 10 november 2020, Fisc.Koer. 2021, 5. Vgl. ook A. MEYUS, “Inkomen uit roerende goederen en kapitalen” in L. MAES en N. PLETS Handboek personenbelasting, Mechelen, Kluwer, 2020, 347-348: de rente is een belastbaar inkomen als ze - onder bezwarende titel werd aangelegd bv. door een betaling in geld (kapitaal, eenmalige of periodieke premies) of een overdracht van de eigendom (volle, blote of vruchtgebruik) van een onroerend of roerend goed.
(9)Zie Comm. IB 17/8; GwH 7 mei 2020, nr. 60/2020. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220421.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220421.1N.8 citeert: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020906.7 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050620.9 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060303.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170918.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.