← België

M. contra OVAM

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 09 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220509.3N.6 Rolnummer: C.21.0329.N Zaak: M. contra OVAM Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-12 Raadplegingen: 271 - laatst gezien 2026-06-14 02:45 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220509.3N.6 Fiche Uit de tekst en de wetsgeschiedenis van artikel 3.10.4.6.1 VCF blijkt dat het opschorten van de gedwongen invordering van de belasting, anders dan wat voor de inkomstenbelastingen in artikel 410 WIB92 is bepaald, als een mogelijkheid is ingeschreven, zodat de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan beslissen om de gedwongen invordering niet op te schorten, ook al betreft het een betwiste belast

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MILIEURECHT Vrije woorden: Milieuheffingen - Ambtelijke aanslag - Dwangbevel - Betwiste belasting - Uitvoering opschorten - Omstandigheden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 3.10.4.6.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 17, p. 1294-
  1. - WAUMAN, Marc; Noot'Invordering van betwiste belastingschulden: Vlaamse regeling wijkt af van federale' Tekst van de conclusie C.21.0329.N Conclusie van advocaat-generaal Vanderlinden:
  2. Eiser tot cassatie komt op tegen een arrest van het Hof van Beroep Antwerpen, gewezen op 17 februari
  3. Door eiser wordt er één middel aangevoerd.
  4. Het vierde onderdeel. Bij de beoordeling van de geformuleerde grieven dient de aandacht te worden gevestigd op het gegeven dat de wetsbepalingen, waar eiser naar verwijst, niet telkens hetzelfde onderwerp betreffen. Inderdaad er is een onderscheid tussen wanneer het gaat over de schorsing van de tenuitvoerlegging van een gerechtelijke beslissing, waar het om handelt in artikel 3.8.0.0.1 in de Vlaamse Codex Fiscaliteit, en de schorsing van de ambtelijke aanslag waar het om handelt in artikel 3.10.4.6.1 van voormelde codex. Dus in het eerste geval gaat het om de tenuitvoerlegging van een vonnis of arrest terwijl het in het tweede geval gaat om de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Beide worden op een onderscheiden wijze geregeld in de voormelde codex. De appelrechter stelt niet betwist vast dat het geschil dat voor hem werd gevoerd niet de uitvoering van een gerechtelijke beslissing betreft, doch wel de uitvoering van een dwangbevel
(1). Derhalve, in zoverre het onderdeel aanvoert dat de tenuitvoerlegging van de ambtelijke aanslag door middel van een dwangbevel wordt geschorst in toepassing van artikel 3.8.0.0.1 van voormelde codex faalt het naar recht daar deze bepaling enkel betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen. Wat betreft artikel 3.10.4.6.1 Vlaamse Codex Fiscaliteit, deze bepaling heeft, deels, een andere strekking dan wat aan te treffen is in, zoals in deze van toepassing, artikel 410 WIB92. Waar ze gelijk in zijn, is dat beide bepalingen voorzien in een mogelijkheid van uitvoering. Dus een gebeurlijk bezwaar of vordering in rechte verhindert, op grond van deze bepalingen, niet de uitvoering. De administratie beschikt derhalve over een keuze om in die situatie al dan niet tot invordering over te gaan. Waar beide artikelen in verschillen betreft het aspect voor welke sommen kan worden overgegaan tot invordering. Bij artikel 410 WIB92 kan dit slechts binnen de grenzen van de in dit artikel vastgelegde parameters. Dit is echter niet zo voor artikel 3.10.4.6.1 Vlaamse Codex Fiscaliteit. Dit laatste artikel maakt geen melding van enige beperking inzake de omvang van de invordering. Dus, in tegenstelling tot wat in artikel 410 WIB92 geldt, kan in toepassing van artikel 3.10.4.6.1 Vlaamse Codex Fiscaliteit ook worden overgegaan tot uitvoering voor wat betreft het betwiste gedeelte. Uit de voorbereidende werken van het decreet blijkt dat dit een bewuste keuze was van de regelgever
(2). In zoverre het onderdeel aanvoert dat op grond van artikel 3.10.4.6.1 Vlaamse Codex Fiscaliteit er sprake is van een van rechtswege opschorting van de uitvoering van de ambtelijke aanslag faalt het naar recht. Het standpunt van verzoeker gaat uit van een verkeerde rechtsopvatting zodat Uw Hof de prejudiciële vraag niet dient te stellen. 3. Het eerste onderdeel. (…) 4. Het tweede onderdeel. (…) 5. Het derde onderdeel. (…) Conclusie: verwerping. ________________________________
(1)Bestreden beslissing p. 5, vierde paragraaf.
(2)Zie desbetreffend ontwerpdecreet houdende Vlaamse Codex Fiscaliteit, Vlaams Parlement, zitting 2013/14, stuk 2210/1, pag. 58. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220509.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220509.3N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.