id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 30 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220530.3N.4 Rolnummer: F.21.0104.N Zaak: CREATIVE CONSTRUCTION and RENOVATION c. BELGISCHE STAA Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-08-10 Raadplegingen: 469 - laatst gezien 2026-06-16 04:42 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220530.3N.4 Fiche 1 Enkel als de belastingplichtige niet antwoordt, onvolledig antwoordt of de gevraagde inlichtingen verborgen houdt en pas nadat de antwoordtermijn is verlopen, zal de administratie zich kunnen richten tot de financiële instelling
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)De artikelen 318 en 322 WIB92 in de versie voor de wijziging bij wet van 27 april 2016. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Belastingaangifte Vrije woorden: Onderzoek en controle - Vraag om inlichtingen - Antwoord - Inlichtingen bij financiële instellingen - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Artt. 318 en 322, derde lid - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 2 De belastingplichtige moet antwoord geven op alle gestelde vragen en concrete en controleerbare elementen verstrekken; een antwoord waarin de gevraagde inlichtingen niet volledig en ondubbelzinnig worden verstrekt kan als een weigering om te antwoorden worden aangezien
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)De artikelen 318 en 322 WIB92 in de versie voor de wijziging bij wet van 27 april
- Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Belastingaangifte Vrije woorden: Onderzoek en controle - Vraag om inlichtingen - Antwoord - Begrip - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Artt. 318 en 322, derde lid - 32 Link Justel databank 19920612-32 Annotaties Publicaties: Fisc.Act.-Fiscale actualiteit: wekelijkse nieuwsbrief - 2022, nr. 34, p. 4-
- - JANSSENS, Koen; Noot'Ontwijkend antwoord op vraag om inlichtingen is géén antwoord' Tekst van de conclusie F.21.0104.N Conclusie van advocaat-generaal H. Vanderlinden:
- Eiser tot cassatie komt op tegen een arrest van het Hof van Beroep Gent, gewezen op 09 februari 2021 (AR nr. 2019/AR/1807). Door eiseres worden er drie middelen aangevoerd.
- Het eerste middel. Eerste onderdeel. De problematiek in dit onderdeel betreft de toepassing van artikel 322, § 2, derde lid, WIB
- Het gaat erom op welk ogenblik voldaan is aan de voorwaarden opdat de administratie kan overgaan tot het opvragen van inlichtingen bij financiële instellingen. Meer in het bijzonder betreft het de vraag wanneer er sprake is van een weigering door de belastingplichtige om de door de administratie gevraagde inlichtingen te verschaffen. Betreffende deze bevoegdheid van de administratie, om inlichtingen bij de belastingplichtige op te vragen, moet als kanttekening worden gemaakt dat de vraag moet voldoen aan het redelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel. Het formeel verschaffen van een antwoord op de door de administratie gestelde vraag staat er niet aan in de weg dat er sprake is van een weigering in de zin van het artikel 322, § 2, derde lid WIB
- Daar de inhoud van dit antwoord doorslaggevend is voor de kwestie of de administratie al dan niet kan overgaan tot het opvragen van inlichtingen bij de financiële instellingen is dan ook vereist dat alle verzochte inlichtingen er duidelijk en ondubbelzinnig in voorkomen. De door de administratie gestelde vragen moeten derhalve inhoudelijk worden beantwoord en dit antwoord moet op zichzelf alle gegevens bevatten waaromtrent inlichtingen werd verzocht. Het antwoord moet zodoende duidelijk en volledig alle gevraagde informatie opgeven. Het antwoord waarin de gevraagde inlichtingen niet zelf volledig en ondubbelzinnig worden vermeld, dient dan ook gelijkgesteld te worden met een weigering om te antwoorden. Met de overwegingen die aan te treffen zijn in randnummer 4.4.2.2, op de bladzijden 33 en 34, van de bestreden beslissing oordeelt de appelrechter dan ook naar recht dat het antwoord van eiseres op de vraag om inlichtingen van 17 januari 2013 beschouwd moet worden als een weigering om te antwoorden. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. De appelrechter oordeelt niet dat het standpunt van eiseres dat de gegevens met betrekking tot de zwarte rekening, naar aanleiding van het onderzoek betreffende de personenbelasting, onwettig werden verkregen onterecht is. Betreffende dit al dan niet onwettig karakter doet de appelrechter geen uitspraak. In zoverre gaat het onderdeel uit van een onjuiste lezing van de bestreden beslissing en mist het feitelijke grondslag. Tweede onderdeel. (…) Derde onderdeel. (…)
- Het tweede middel. (…)
- Het derde middel. (…) Conclusie: verwerping. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220530.3N.4 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220530.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div