id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 30 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220530.3N.7 Rolnummer: F.19.0006.N Zaak: GHENT RIVER HOTEL NV contra BELGISCHE STAAT Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-08-10 Raadplegingen: 585 - laatst gezien 2026-06-18 12:06 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220530.3N.7 Fiche Het vereiste dat enkel de fiscale toestand van de belastingplichtige binnen de onderzoekstermijn het voorwerp van onderzoek kan zijn, sluit niet uit dat documenten die dateren van een belastbaar tijdperk dat zich buiten die onderzoekstermijn bevindt, zonder voorafgaande kennisgeving van aanwijzingen van belastingontduiking overeenkomstig artikel 333, derde lid, WIB92, kunnen worden aangewend om inkomsten vast te stellen betreffende een belastbaar tijdperk dat zich binnen die onderzoekstermijn bevindt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Belastingaangifte Vrije woorden: Onderzoek en controle - Opvragen van documenten daterend van buiten de onderzoekstermijn - Vereiste Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 333, derde lid - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de conclusie F.19.0006.N Conclusie van advocaat-generaal H. Vanderlinden:
- Eiseres tot cassatie komt op tegen een arrest van het hof van beroep Gent, gewezen op 11 oktober
- Door eiseres worden er twee middelen aangevoerd.
- Het eerste middel. a. Probleemstelling. De problematiek van het eerste middel betreft de vraag of artikel 333, eerste, tweede en derde lid, WIB92 wordt geschonden indien, naar aanleiding van de controle betreffende een bepaald aanslagjaar, door de administratie, de voorlegging wordt gevraagd van documenten die zich situeren buiten de driejarige onderzoekstermijn bepaald in artikel 333, tweede lid WIB92 zonder dat door de administratie de voorschriften van artikel 333, derde lid, WIB92 worden nageleefd. b. Beoordeling. Er dient vooreerst gewezen te worden op de specificiteit van de inkomstenbelastingen. Men werkt in deze met een declaratief systeem. Dus de belastingplichtige is gehouden om zelf een volledige en correcte aangifte te doen van de diverse elementen die nodig zijn opdat de fiscale administratie tot bepaling van de verschuldigde belastingen kan overgaan. In de regel wordt de aanslag in de eerste fase gevestigd op grond van de eigen aangifte van de belastingplichtige zonder dat er met betrekking tot die aangifte enige specifieke controledaden worden gesteld. Gebeurlijke controles met betrekking tot onderdelen van de gedane aangiftes zijn punctueel. Er kunnen derhalve diverse aanslagjaren voorbijgaan zonder dat er een controle met betrekking tot de gedane aangiftes plaatsheeft. Elementen met betrekking tot een bepaald aanslagjaar die de basis vormden voor posten die de volgende aanslagjaren in de aangiftes terug voorkomen zijn dus mogelijkerwijs, gelet op het gegeven van punctuele controles, in het aanslagjaar waar voor het eerst melding wordt gemaakt van de desbetreffende post niet het voorwerp geweest van enige fiscale controle. In het kader van een fiscaal onderzoek betreffende de aangifte die werd ingediend voor een bepaald aanslagjaar is het de fiscale administratie dan ook toegestaan om de stavingstukken, inzake elementen die betrekking hebben op het desbetreffende aanslagjaar doch waarvan de documenten die er aan de grondslag van liggen zich situeren buiten de driejarige termijn van artikel 333, tweede lid WIB92, op te vragen zonder dat er sprake moet zijn van de omstandigheden die bepaald worden in artikel 333, derde lid WIB92 en toepassing moet worden gemaakt van de in dit laatste aangehaalde artikel bepaalde procedure. Immers, voor iedere boeking of betaling moet er een rechtvaardigingsstuk tegenover staan. Bij de controle van een bepaald aanslagjaar is de belastingplichtige dan ook gehouden om de juistheid van deze boeking of betaling aan te tonen en te rechtvaardigen. Dat deze documenten zich, in oorsprong, situeren in een belastbaar tijdperk waarvoor de driejarige onderzoekstermijn reeds is verstreken doet geen afbreuk aan deze verplichting. Het opvragen van de documenten daterend uit een belastbaar tijdperk dat zich buiten de driejarige onderzoekstermijn situeert, ter controle van elementen die betrekking hebben op een belastbaar tijdperk dat binnen de driejarige termijn valt, is een onderzoekdaad die zich situeert binnen de driejarentermijn. De voorschriften van artikel 333, derde lid WIB92 zijn hier vreemd aan en derhalve niet van toepassing. Er een ander standpunt op nahouden zou betekenen dat de belastingplichtige, na het verstrijken van de driejarige termijn voor verplichtingen die vóór die datum zijn ontstaan, eender welke boeking of betaling voor een bepaald aanslagjaar zou kunnen aanvoeren zonder dat hij gehouden is om ter zake enig rechtvaardigingsstuk bij een fiscale controle, ex artikel 333, eerste en tweede lid WIB92, te moeten voorleggen. Dus, voor verplichtingen die zich over een ruimere periode in de tijd etaleren, is de belastingplichtige gehouden de rechtvaardigingsstukken ter beschikking van de fiscale administratie te houden zolang deze verplichtingen een weerslag hebben op de fiscale aangifte. Bij een controle van het desbetreffende aanslagjaar dient dit stavingstuk op verzoek van de administratie te worden voorgelegd. Deze verplichting in hoofde van de belastingplichtige strekt zich derhalve uit over een lagere periode en wordt, ingevolge de eigen fiscale aangiftes van de belastingplichtige, niet begrensd in de tijd
(1). In zoverre het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht. De appelrechters verantwoorden, met de bekritiseerde overwegingen, dan ook naar recht hun oordeel dat het onderzoek plaats had zonder schending van artikel 333, derde lid WIB92. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. 3. Het tweede middel. (…) Conclusie: verwerping. __________________
(1)Dit standpunt ligt in het verlengde van uw rechtspraak betreffende de onderzoeksverrichtingen inzake de in eerder belastbare tijdperken geleden verliezen. Cass. 12 september 1991, AR F.1112.F, AC 1991-92, nr. 20, ECLI:BE:CASS:1991:ARR.19910912.10; Zie ook GwH 20 november 2008, nr. 165/2008, ECLI:BE:GHCC:2008:ARR.165: “B.6. Aangezien de aftrek van een beroepsverlies van een vorig belastbaar tijdperk de vaststelling van het belastbaar inkomen in het betreffende aanslagjaar beïnvloedt, is het niet kennelijk onredelijk dat de controle voor dat aanslagjaar zich tot die aftrek uitstrekt. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220530.3N.7 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220530.3N.7 citeert: ECLI:BE:CASS:1991:ARR.19910912.10 ECLI:BE:GHCC:2008:ARR.165 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div