← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 06 september 202

Art. 15

, eerste lid, 1° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Opsporingshandelingen Vrije woorden: Gebruik van gegevens uit een gerechtelijk onderzoek als politionele informatie - Uitwisseling van gegevens tussen diensten van de federale politie in verschillende arrondissementen - Ontbreken van een voorafgaande toelating van de procureur des Konings - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 28bis, § 1, derde lid, en § 3, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 28ter, §§ 2 en 4, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 56, § 1, zesde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 57, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 5 augustus 1992

Art. 15

, eerste lid, 1° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Thesaurus CAS: POLITIE Vrije woorden: Autonoom politioneel onderzoek - Gebruik van gegevens uit een gerechtelijk onderzoek als politionele informatie - Uitwisseling van gegevens tussen diensten van de federale politie in verschillende arrondissementen - Ontbreken van de mededeling van informatie door de onderzoeksrechter en toelating van de procureur des Konings - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 28bis, § 1, derde lid, en § 3, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 28ter, §§ 2 en 4, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 56, § 1, zesde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 57, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 5 augustus 1992

Art. 15

, eerste lid, 1° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Thesaurus CAS: BEROEPSGEHEIM Vrije woorden: Geheim van het onderzoek - Gebruik van gegevens uit een gerechtelijk onderzoek als politionele informatie - Uitwisseling van gegevens tussen politiediensten zonder tussenkomst van een magistraat - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 28bis, § 1, derde lid, en § 3, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 28ter, §§ 2 en 4, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 56, § 1, zesde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 57, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 5 augustus 1992

Art. 15

, eerste lid, 1° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Autonoom politioneel onderzoek - Gebruik van gegevens uit een gerechtelijk onderzoek als politionele informatie - Uitwisseling van gegevens tussen diensten van de federale politie in verschillende arrondissementen - Ontbreken van de mededeling van informatie door de onderzoeksrechter en toelating van de procureur des Konings - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 28bis, § 1, derde lid, en § 3, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 28ter, §§ 2 en 4, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 56, § 1, zesde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 57, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 5 augustus 1992

Art. 15

, eerste lid, 1° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Fiches 6 - 9 Politionele informatie omvat in essentie alle ter kennis van politieambtenaren gekomen gegevens die, zonder zelf bewijs te vormen, aanleiding kunnen geven tot nadere opsporing of nader onderzoek; daartoe kunnen gegevens behoren over een vermoedelijk te plegen misdrijf, die politieambtenaren vernemen ingevolge hun medewerking aan een telefoniemaatregel bevolen in een gerechtelijk onderzoek naar andere feiten; politieambtenaren kunnen dergelijke gegevens meedelen aan andere politieambtenaren opdat deze laatsten dat misdrijf zouden kunnen verijdelen of vaststellen, zonder dat de op basis van die gegevens gedane vaststellingen daardoor nietig zijn of de strafvordering niet-ontvankelijk maken

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: POLITIE Vrije woorden: Politionele informatie - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet 5 augustus 1992

Art. 15

, 4° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 40

- 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 44

/1 - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 44

/2 - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Vrije woorden: Gegevens over een vermoedelijk te plegen misdrijf ontdekt tijdens een gerechtelijk onderzoek - Mededeling van die gegevens aan andere politiediensten om het misdrijf te verijdelen of vast te stellen - Toelaatbaarheid van die gegevens als start van een strafrechtelijk onderzoek Wettelijke bepalingen: Wet 5 augustus 1992

Art. 15

, 4° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 40

- 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 44

/1 - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 44

/2 - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Gegevens over een vermoedelijk te plegen misdrijf ontdekt tijdens een gerechtelijk onderzoek - Mededeling van die gegevens aan andere politiediensten om het misdrijf te verijdelen of vast te stellen - Toelaatbaarheid van die gegevens als start van een strafrechtelijk onderzoek Wettelijke bepalingen: Wet 5 augustus 1992

Art. 15

, 4° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 40

- 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 44

/1 - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 44

/2 - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Thesaurus CAS: BEWIJS - ALGEMEEN Vrije woorden: Gegevens over een vermoedelijk te plegen misdrijf ontdekt tijdens een gerechtelijk onderzoek - Mededeling van die gegevens aan andere politiediensten om het misdrijf te verijdelen of vast te stellen - Toelaatbaarheid van die gegevens als start van een strafrechtelijk onderzoek Wettelijke bepalingen: Wet 5 augustus 1992

Art. 15

, 4° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 40

- 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 44

/1 - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 44

/2 - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Fiches 10 - 11 In beginsel houdt de eventuele onwettigheid van de arrestatie van een verdachte geen verband met de beoordeling van de gegrondheid van de tegen hem ingestelde strafvordering of met de regelmatigheid van de opsporing van of het onderzoek naar het feit waarvoor de betrokkene werd gearresteerd

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - AANHOUDING Vrije woorden: Arrestatie buiten de ontdekking op heterdaad - Betwisting van de wettigheid van de aanhouding tijdens de procedure ten gronde - Geldigheid van het bewijs dat voortvloeit uit de arrestatie Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 2 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: BEWIJS - ALGEMEEN Vrije woorden: Arrestatie buiten de ontdekking op heterdaad - Betwisting van de wettigheid van de aanhouding tijdens de procedure ten gronde - Geldigheid van het bewijs dat voortvloeit uit de arrestatie Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 2 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Annotaties Publicaties: Juristenkrant-De Juristenkrant - 2022, nr. 455, p.
  1. - VANWALLEGHEM, Pim; Noot'Cassatie geeft ruime invulling aan begrip politionele informatie als start onderzoek' Tekst van de conclusie P.22.0440.N Conclusie van advocaat-generaal Bart DE SMET: “Het gebruik van bewijsgegevens verkregen tijdens een gerechtelijk onderzoek als politionele informatie en basis voor een autonoom politioneel onderzoek”.
  2. Het hof van beroep te Antwerpen heeft op 9 maart 2022 eisers veroordeeld wegens witwassen, omschreven als een inbreuk op art. 505, eerste lid, 4° Sw., en hen volgende straffen opgelegd: aan eiser I een gevangenisstraf van één jaar, een geldboete van 1.800 € en de verbeurdverklaring van 8.655€., wegens feit A.5 en aan eiser II een gevangenisstraf van zeven maanden, een geldboete van 2.400 € en de verbeurdverklaring van 9.590 €, wegens feit A.
  3. In zoverre eisers opkomen tegen de vrijspraak voor telastlegging C (bendevorming), is hun cassatieberoep niet-ontvankelijk, bij gebrek belang.
  4. Eiser I voert in een eerste middel aan dat de appelrechters ten onrechte aannamen dat de strafzaak van witwassen werd opgestart op basis van ‘politionele informatie’, omdat het aanvankelijk proces-verbaal steunt op afgeluisterde elektronische communicatie bekomen in een gerechtelijk onderzoek naar aanleiding van drughandel en die informatie zonder toelating van de onderzoekende magistraat is uitgewisseld. De federale gerechtelijke politie (FGP) van Oost-Vlaanderen mocht een afgeluisterd gesprek over cash gelden niet zelf meedelen aan de federale politie in de nationale luchthaven, om eisers aan een controle ten onderwerpen op 15 juli
  5. Het aanvankelijk proces-verbaal van witwassen, als aanleiding voor de fouillering in de luchthaven, had de concrete bron van informatie moeten vermelden, omdat het niet gaat om een aangifte van verdachte handelingen, maar om vaststellingen naar aanleiding van een dwangmaatregel bevolen door de onderzoeksrechter. Door de term ‘politionele informatie’ te gebruiken is er sprake van ‘witwassen van informatie’, om een onwettigheid te verbergen. De FGP van Oost-Vlaanderen kon immers niet rechtstreeks de opdracht geven aan de federale politie van de nationale luchthaven om eiser te controleren. De handelswijze bij de start van het onderzoek wegens witwassen is volgens eiser I in strijd met art. 6 EVRM en de artikelen 28bis, 28ter, 56, §1, en 57, §1 Wetboek van Strafvordering.
  6. Beoordeling. De leiding en verantwoordelijkheid van het gerechtelijk onderzoek berust bij de onderzoeksrechter (art. 55 Sv.). Wanneer de onderzoeksrechter in de loop van zijn onderzoek een misdrijf ontdekt, stelt hij daarvan de procureur des Konings onmiddellijk in kennis (art. 56, §1, zesde lid, Sv.). Behoudens wettelijke uitzonderingen is het gerechtelijk onderzoek geheim (art. 57, §1 Sv.). Het opsporingsonderzoek is het geheel van de handelingen die ertoe strekken de misdrijven, hun daders en de bewijzen ervan op te sporen en de gegevens te verzamelen die dienstig zijn voor de uitoefening van de strafvordering (art. 28bis, §1 Sv.). Dat onderzoek wordt gevoerd onder de leiding en het gezag van de bevoegde procureur des Konings, die daarvoor de verantwoordelijkheid draagt (art. 28bis, §1 Sv.). De procureur des Konings ziet ook toe op de wettigheid van de bewijsmiddelen en de loyaliteit waarmee ze worden verzameld (art. 28bis, §3 Sv.).
  7. De algemene beginselen volgens welke de politiediensten autonoom kunnen optreden, worden vastgelegd bij wet en volgens de bijzondere regels vastgesteld bij richtlijnen uitgevaardigd overeenkomstig de artikelen 143bis en 143ter van het Gerechtelijk Wetboek (art. 28bis, §1 Sv.). De officieren en agenten van gerechtelijke politie die op eigen initiatief handelen, lichten de procureur des Konings in over de gevoerde opsporingen binnen de termijn en op de wijze die deze bij richtlijn vastlegt (art. 28ter, §2 Sv.). Als deze opsporingen belang hebben voor een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek dat loopt in een ander arrondissement, wordt de betrokken gerechtelijke overheid hierover onmiddellijk ingelicht door de officieren en agenten van gerechtelijke politie en door de procureur des Konings (art. 28ter, §2 Sv.).
  8. De procureur des Konings kan de politiedienst aanwijzen die in een bepaald onderzoek met opdrachten van gerechtelijke politie wordt belast en waaraan, behoudens uitzondering, de vorderingen worden gericht. Indien meerdere diensten worden aangewezen, ziet de procureur des Konings toe op de coördinatie van hun optreden (art. 28ter, §4 Sv.). De politieambtenaren van de aldus aangewezen politiedienst lichten dadelijk de bevoegde gerechtelijke overheid in over de informatie en inlichtingen in hun bezit en over elke ondernomen opsporing op de door de procureur des Konings vastgestelde wijze (art. 28ter, §4 Sv.). Voor al de opdrachten van gerechtelijke politie betreffende deze aanwijzing hebben deze politieambtenaren voorrang op de andere politieambtenaren, welke dadelijk de bevoegde gerechtelijke overheid en de aangewezen politiedienst inlichten over de informatie en inlichtingen in hun bezit en over elke ondernomen opsporing, op de wijze die de procureur des Konings bij richtlijn bepaalt (art. 28ter, §4 Sv.).
  9. Het feit dat de politiedienst die in opdracht van de onderzoeksrechter bewijsmateriaal verzamelt en relevante gegevens rechtstreeks meedeelt aan een andere politiedienst, om een nieuw strafrechtelijk onderzoek in te stellen over een nog niet ontdekt strafbaar feit, lijkt mij geen nietigheid mee te brengen van het aanvankelijk proces-verbaal in dat nieuw onderzoek, ook al worden die gegevens daarin als ‘politionele informatie’ bestempeld.
  10. Vooreerst zijn de aangehaalde bepalingen over het uitwisselen van informatie afkomstig uit een gerechtelijk onderzoek niet op straffe van nietigheid voorgeschreven
(1). Er is dus geen reden om de strafvordering niet-ontvankelijk te verklaren omdat bewijselementen afkomstig van een opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek zijn uitgewisseld door politiediensten, zonder voorafgaande toelating van de onderzoekende magistraat. Deze regels over de leiding van de opsporing in handen van de onderzoeksrechter (gerechtelijk onderzoek) of procureur des Konings (opsporingsonderzoek) laten overigens ruimte voor een autonoom optreden van de politiediensten. Uit art. 28bis, §1, en 28ter, §2 Sv. volgt niet dat de politie die kennis krijgt van een misdrijf of een nog niet ontdekt misdrijf verplicht is de procureur des Konings daarvan onmiddellijk in kennis te stellen, alvorens enige opsporing te verrichten
(2). Ook de verplichting van officieren van gerechtelijke politie om over hun kennis van een misdrijf een ‘dadelijk bericht’ te geven aan de procureur des Konings (art. 29 Sv.) belet de politie niet om een opsporing aan te vatten en door te voeren en pas daarna de procureur des Konings op de hoogte te brengen
(3). De artikelen 55 en 56 Sv. over het gerechtelijk onderzoek houden voor de politieambtenaren die door de onderzoeksrechter met een opdracht zijn belast geen verbod in om op eigen initiatief onderzoeken in te stellen met het oog op het vervullen van hun opdracht, tenzij die magistraat anders beslist
(4). 9. Daarnaast laat de Wet van 5 augustus 1992 op het Politieambt de politiediensten toe, binnen bepaalde grenzen, op eigen initiatief een onderzoek te starten en bewijsgegevens te verzamelen. Art. 15 Wet van deze wet bepaalt dat bij het vervullen van hun opdrachten van gerechtelijke politie, de politiediensten als taak hebben: 1° de misdaden, de wanbedrijven en de overtredingen op te sporen, de bewijzen ervan te verzamelen, daarvan kennis te geven aan de bevoegde overheden, de daders ervan te vatten, te arresteren en ter beschikking te stellen van de bevoegde overheid, op de wijze en in de vormen bepaald door de wet; 2° de personen in wier vrijheidsbeneming door de wet wordt voorzien, op te sporen, te vatten, te arresteren en ter beschikking te stellen van de bevoegde overheden; 3° de voorwerpen waarvan de inbeslagneming voorgeschreven is, op te sporen, in beslag te nemen en ter beschikking te stellen van de bevoegde overheden; en 4° het verslag van hun opdrachten en de inlichtingen die zij naar aanleiding ervan hebben ingewonnen aan de bevoegde overheden te bezorgen. De inlichtingen die de politie verneemt en de vaststellingen die zij doet over misdrijven worden vervolgens in een proces-verbaal verwerkt en aan de gerechtelijke overheid overgemaakt (art. 40 Wet Politieambt)
(5). 10. Het Hof oordeelde dat de regel dat het opsporingsonderzoek wordt gevoerd onder de leiding en het gezag van de bevoegde procureur des Konings (art. 28bis, §1 Sv.) niet in de weg staat dat politiediensten die bij het vervullen van hun opdrachten stoten op aanwijzingen van het plegen van een misdrijf, in het kader van hun algemene opdracht van gerechtelijke politie autonoom kunnen optreden teneinde dit misdrijf op te sporen, de bewijzen ervan te verzamelen, de daders ervan te vatten, aan te houden en ter beschikking te stellen van de bevoegde overheid, op de wijze en in de vormen bepaald door de wet, op voorwaarde dat zij de procureur des Konings over de gevoerde opsporingen op de hoogte brengen binnen de termijn en op de wijze die deze bij richtlijn vaststelt
(6). In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  1. Vervolgens is de term ‘politionele informatie’ niet noodzakelijk beperkt tot informatie die de politie autonoom heeft ontdekt, los van een onderzoek onder leiding van de onderzoeksrechter of het openbaar ministerie. Uit art. 15 Wet Politieambt blijkt niet dat het ‘verzamelen van bewijs’ zonder voorafgaande tussenkomst van de procureur des Konings alleen mag gebeuren op basis van informatie uit ‘politionele bronnen’. Het begrip ‘politionele informatie’ kan ruim worden opgevat, als elke informatie waarover de politie beschikt om een strafrechtelijk onderzoek te starten en bewijsgegevens te verzamelen.
  2. Het komt mij voor dat voor dat wanneer de politie in het kader van een gerechtelijk onderzoek naar drugshandel verneemt dat een verdachte vermoedelijk met een grote som cash geld naar het buitenland vertrekt, deze informatie rechtstreeks mag uitwisselen met de federale politie van de luchthaven, om een onderzoek wegens witwassen op gang te brengen. De federale politie van de luchthaven kan dan op basis van art. 15 Wet Politieambt autonoom onderzoeksdaden stellen, zoals het fouilleren van de verdachte (art. 28 Wet Politieambt), voor zover het niet gaat om onderzoeksdaden waarvoor voorafgaande toelating noodzakelijk is van de procureur des Konings of de onderzoeksrechter
(7). Een voorafgaande kennisgeving aan het openbaar ministerie om in de luchthaven tot controle over te gaan is aldus niet vereist. 13. Tenslotte levert het meedelen van informatie uit een gerechtelijk onderzoek van de ene naar de andere politiedienst, zonder voorafgaande kennisgeving aan de onderzoeksrechter en procureur des Konings, op zich geen schending op van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM). Van belang hierbij is het onderscheid tussen enerzijds ‘inlichtingen’ of ‘informatie’ aangewend bij de start van het onderzoek of de aangifte van het misdrijf en anderzijds ‘bewijzen’ voor of tegen de beklaagde, verzameld in de loop van het strafonderzoek
(8). Het recht op een eerlijk proces vereist dat de beklaagde alle tegen hem aangewende bewijzen kan tegenspreken, de betrouwbaarheid ervan kan aanvechten
(9). 14. Informatie bestaat uit één of meerdere feitelijke gegevens van aard om een opsporingsonderzoek te starten, een aanvankelijk proces-verbaal op te stellen, waarin al dan niet geïdentificeerde inlichtingen worden opgenomen
(10). Het Hof nam aan dat geen enkele wets- of verdragsbepaling noch enig algemeen rechtsbeginsel zich ertegen verzet dat niet nader geïdentificeerde politionele informatie waarvan niet aannemelijk wordt gemaakt dat zij op onregelmatige wijze is verkregen, wordt gebruikt als inlichting op basis waarvan een gerechtelijk onderzoek wordt opgestart en autonoom bewijs wordt verzameld
(11). 15. Op basis van inlichtingen mogen politie en gerecht een strafrechtelijk onderzoek voeren dat bewijsmateriaal oplevert tegen de beklaagde en vatbaar is voor tegenspraak. Het gebruik van onrechtmatig verkregen inlichtingen die niet dienen als bewijs maar louter worden aangewend ter oriëntering en voor de verdere uitbouw van een strafonderzoek, leidt dan ook niet tot de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering
(12). 16. Op 17 mei 2022 oordeelde het Hof: “Politionele informatie die enkel in aanmerking wordt genomen als inlichting die toelaat het onderzoek in een bepaalde richting te oriënteren en vervolgens op autonome wijze bewijzen te verzamelen, vormt als dusdanig geen bewijs van een misdrijf en is dan ook niet onderworpen aan de vereisten waaraan dergelijk bewijs moet voldoen. Zodoende moet die informatie niet omstandig of gedetailleerd zijn, moet de herkomst van die informatie niet noodzakelijk worden verduidelijkt en kan de beklaagde, om die informatie uit het debat te doen weren, niet volstaan met de aanvoering dat ze onregelmatig is, maar moet hij dat aannemelijk maken”
(13). In zoverre faalt het middel over art. 6 EVRM naar recht.
  1. Het bestreden arrest stelt (blz. 19-24 en 27-31) dat het opstarten van een strafonderzoek op basis van ‘politionele informatie’ als inlichting op zich niet problematisch is, als die informatie geen bewijs vormt. Politionele informatie waarvan de herkomst niet uit het strafdossier blijkt, kan een ernstige en objectieve aanwijzing opleveren op grond waarvan de politie een controle kan verrichten, zoals het doorzoeken van een voertuig. Het feit dat politionele informatie als dusdanig geen bewijswaarde heeft, belet niet dat op basis van die informatie autonome bewijzen worden vergaard. Het Hof van beroep oordeelde dat de bewering van eiser I dat de FGP Oost-Vlaanderen zo maar op eigen houtje de FGP van de luchthaven de ‘opdracht’ gaf om tot controle van eiseres over te gaan, uit niets blijkt. Er is volgens de appelrechters geen enkel probleem in het delen van informatie onder politiediensten, waarna eventueel nieuwe onderzoeken kunnen starten. Er is eveneens geen sprake van enige onrechtmatige handeling die men wou verdoezelen en op basis daarvan een nieuw onderzoek wou starten om de band te doorbreken met de onwettige onderzoekshandelingen. De telefoontap gebeurde op wettige wijze, wat blijkt uit informatie toegevoegd door het openbaar ministerie. Verder namen de appelrechters aan dat eisers betrokken waren in het drugonderzoek waarin de telefoontap werd bevolen en kennis hadden van het afgeluisterd telefoongesprek, op grond waarvan een dossier ‘witwassen’ werd opgestart, het dossier waarover zij dienden te oordelen. Uit de tap op het oproepnummer van eiser 1 bleek dat er grote sommen zouden meegenomen worden op reis naar Marokko. Dat deze informatie werd samengelegd met andere gekende informatie over eiser 1, er afspraken zijn gemaakt over welke dienst een (nieuw) onderzoek start, is volgens de appelrechters niet meer dan normaal. Er is eveneens geen probleem als in het aanvankelijk proces-verbaal van witwassen wordt verwezen naar ‘politionele informatie’ en niet naar een concreet afgeluisterd telefoongesprek. Het vermelden van die informatie zou immers het lopend gerechtelijk onderzoek waarin de telefoontap is bevolen kunnen hinderen. Tenslotte stelt het hof van beroep dat het feit dat onderzoek oorspronkelijk ‘eerder mager was’, niet inhoudt dat het onderzoek deloyaal is gevoerd, in strijd met de rechten van verdediging, onder meer omdat eisers werden ondervraagd over de herkomst van gelden die zij bij zich hadden. Concreet werd de FGP van Halle-Vilvoorde op de hoogte gebracht dat uit afgeluisterde telefoongesprekken bleek dat eiser via de nationale luchthaven naar Marokko zou vertrekken en in het bezit zou zijn van een aanzienlijke som cash geld. Deze informatie werd samengelegd met andere gekende informatie over eiser en enkele familieleden. Er was dan ook volgens de appelrechters voldoende reden om eisers in de luchthaven te fouilleren, zonder dat er sprake is van schending van art. 6 EVRM.
  2. Ik ben van mening dat het bestreden arrest de regels over het autonoom optreden van politiediensten en het uitwisselen van politionele informatie correct heeft toegepast en een terecht onderscheid maakt tussen de politionele informatie en de tegen eiser ingebrachte bewijzen. In zoverre het middel aanvoert dat het bestreden arrest niet naar recht is verantwoord, kan het niet worden aangenomen.
  3. Voor het overige verplicht het eerste middel tot een onderzoek van feiten, waarvoor het hof geen bevoegdheid heeft. In zoverre is het middel niet-ontvankelijk. Het gaat onder meer over de bewering van eisers dat politionele informatie werd uitgewisseld zonder enige tussenkomst van een magistraat (blz. 8), de stelling dat de vermelding in het aanvankelijk proces-verbaal over witwassen ‘uit politionele informatie vernemen wij’ op een leugen berust (blz. 9) en de bewering dat geen controle mogelijk was op de herkomst van de politionele informatie, waardoor de rechten van verdediging zijn miskend (blz. 10).
  4. In een tweede middel werpt eiser I op dat het aanvankelijk proces-verbaal over ‘witwassen’ niet vermeldt welke ernstige aanwijzingen van schuld ter tegen hem voorhanden zijn. Dit proces-verbaal geeft alleen aan dat uit politionele informatie blijkt dat eiser zal afreizen naar Malaga waarbij hij mogelijks een grote som cash geld bij zich zou hebben. De arrestatie van eiser I wegens witwassen en de bevestiging ervan door de procureur des Konings voldoen aldus niet aan de artikelen 1 en 2 Wet Voorlopige Hechtenis.
  5. Beoordeling. Een eventuele onwettigheid van de arrestatie, zoals een arrestatie buiten heterdaad die niet steunt op voldoende ernstige aanwijzingen van schuld, houdt in de regel geen verband met de beoordeling door de vonnisrechter van de gegrondheid van de strafvervolging of met de regelmatigheid van het onderzoek naar het feit waarvoor de beklaagde is gearresteerd. Een onwettigheid begaan bij de arrestatie heeft niet steeds nadelige gevolgen voor de bewijsregeling, de toelaatbaarheid van het bewijs bekomen na de arrestatie
(14). In zoverre faalt het middel naar recht.
  1. De appelrechters hebben het verweer over de Wet Voorlopige Hechtenis beantwoord als volgt (blz. 35): “Er is geen sprake van een onwettige arrestatie. Bovendien ziet het hof niet in hoe dit tot de onontvankelijkheid van de strafvordering zou kunnen leiden. Uit de arrestatie zelf is overigens geen bewijs voortgevloeid en de specifieke stukken die werden opgesteld naar aanleiding van de arrestatie, die zouden moeten geweerd worden, zijn er niet”. In zoverre eiser geen kritiek uit op dit onderdeel van het bestreden arrest, dat de beslissing schraagt, kan het middel niet tot cassatie leiden en is het bijgevolg niet-ontvankelijk.
  2. Besluit. Er zijn geen ambtshalve middelen aan te voeren. Verwerping van de cassatieberoepen. _______________________________________
(1)Cass. 26 mei 2020, AR P.20.0236.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200526.2N.7, AC 2020, nr. 320, (wat betreft art. 56, § 1 Sv.) en Cass. 21 augustus 2001, AR P.01.1203.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010821.2, AC 2001, nr. 433 en Cass. 20 oktober 2015, AR P.15.0789.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151020.2, AC 2015, nr. 615 (wat betreft de verplichting de procureur des Konings in te lichten, voortvloeiend uit art. 28bis, § 1, en 28ter Sv.), zie ook J. DE CODT, Des nullités de l’instruction et du jugement, Larcier, 2006, 89 en E. FRANCIS, “Commentaar bij art. 56 Sv.”, in Strafprocesrecht. Duiding, Larcier 2017, 267.
(2)Cass. 20 oktober 2015, AR P.15.0789.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151020.2, AC 2015, nr. 615; Cass. 27 juli 1999, AR P.99.1082.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990727.19, AC 1999, nr. 421; Cass. 21 augustus 2001, AR P.01.1203.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010821.2, AC 2001, nr. 433; Cass. 25 april 1989, AR 3264, AC 1989, nr. 485; A. DE NAUW, „De beoordelingsruimte van de politie in de opsporing en het strafprocesrecht“, RW 1990-91, 65-74; H.D. BOSLY, “L’information”, in La loi belge du 12 mars 1998 relative à l’amélioration de la procédure pénale au stade de l’information et de l’instruction, Die Keure 1998, 14-17; C. VAN DEN WYNGAERT, „De wijzigingen t.a.v. het opsporingsonderzoek“, in Het vernieuwde strafprocesrecht, Maklu 1998, 44; Ph. TRAEST, „België“, in Heimelijke opsporing in de Europese Unie (ed. P.J.P. TAK), Intersentia 2000, 19-20; R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Maklu 2012, 287-290; R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer 2014, 207; S. VANDROMME, “Commentaar bij art. 28bis Sv.”, in Strafprocesrecht. Duiding, Larcier 2017, 152-153; F. DERUYCK, Overzicht van het Belgisch strafprocesrecht, Die Keure, 2020, 89.
(3)Cass. 6 juli 1999, AR P.99.0833.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990706.2, AC 1999, nr. 412; Cass. 25 april 1989, AR 3264, AC 1989, nr. 485; R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Maklu 2012, 288; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel & Svacina 2019, 964-965.
(4)Cass. 1 december 2010, AR P.10.1212.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101201.4, AC 2010, nr. 707; E. FRANCIS, “Commentaar bij art. 55 Sv.”, in Strafprocesrecht. Duiding, Larcier 2017, 264.
(5)T. DECAIGNY, Tegenspraak in het vooronderzoek, Intersentia 2013, 211.
(6)Cass. 1 maart 2022, AR P.21.1354.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220301.2N.3, AC 2022, nr. 157; Cass. 20 oktober 2015, AR P.15.0789.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151020.2, AC 2015, nr. 615; Cass. 27 juli 1999, AR P.99.1082.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990727.19, AC 1999, nr. 421; Over het autonoom politioneel onderzoek op basis van de Wet Politieambt zie ook Cass. 27 september 2016, AR P.15.0852.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160927.3, AC 2016, nr. 526; Cass. 16 juni 2015, AR P.15.0599.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150616.9, AC 2015, nr. 408 en Cass. 6 juli 1999, AR P.99.0833.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990706.2, AC 1999, nr. 412; Cass. 25 april 1989, AR 3264, AC 1989, nr. 485.
(7)Over de beperkte opdrachten van de politie bij het autonoom verzamelen van bewijs zie F. GOOSSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Kluwer 2006, 84-86; R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Maklu, 2012, 288; M.-A BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VAANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure 2021, 422.
(8)J. DE CODT, Des nullités de l’instruction et du jugement, Larcier 2006, 127-130; J. DE CODT, “Preuve pénale et nullités”, RDPC 2009, 638; S. DE DECKER, “Nietigheden. Commentaar bij art. 32 V.T.Sv., in Strafprocesrecht. Duiding, Larcier 2017, 122; T. DECAIGNY, Tegenspraak in het vooronderzoek, Intersentia 2013, 336-345; F. LUGENTZ, La preuve en matière pénale. Sanction des irrégularités, Antemis 2017, 22-24; C. DE VALKENEER, Manuel de l’enquête pénale, Larcier 2018, 53-61; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel& Svacina 2019, 1380-1381; F. DERUYCK, Overzicht van het Belgisch strafprocesrecht, Die Keure 2020, 238; M.A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure 2021, 1337 en 1348.
(9)F. KUTY, Justice pénale et procès équitable, Vol. 1, Larcier 2006, 572-574; M. FRANCHIMONT, A. JACOBS en A. MASSET, Manuel de procédure pénale, Larcier 2012, 1264-1266; T. DECAIGNY, Tegenspraak in het vooronderzoek, Intersentia 2013, 108-120; C. DE VALKENEER, Manuel de l’enquête pénale, Larcier 2018, 75-76; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel& Svacina 2019, 734; F. DERUYCK, Overzicht van het Belgisch strafprocesrecht, Die Keure 2020, 232; M.-A BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VAANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure 2021, 48.
(10)Cass. 27 september 2016, AR P.15.0852.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160927.3, AC 2016, nr. 526.
(11)Cass. 22 juni 2021, AR P.21.0362.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210622.2N.6, AC 2021, nr. 462; Cass. 27 september 2016, AR P.15.0852.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160927.3, AC 2016, nr. 526.
(12)Cass. 28 februari 2017, AR P.16.0261.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170228.3, AC 2017, nr. 139; Cass. 30 januari 2008, AR P.07.1468.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080130.2, AC 2008, nr. 72, met concl. van advocaat generaal D. VANDERMEERSCH, op datum in Pas.
(13)Cass. 17 mei 2022, AR P.22.0101.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220517.2N.6, AC 2022, nr. 351.
(14)B. SPRIET, “Aanhouding en bevel tot medebrenging”, in De voorlopige hechtenis. De Wet van 20 juli 1990, Acco 1991, 38; I. MENNES, “Arrestatie”, in Comm. Sr. Kluwer 2013, p. 60. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220906.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220906.2N.12 citeert: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990706.2 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990727.19 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010821.2 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080130.2 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101201.4 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150616.9 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151020.2 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160927.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170228.3 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200526.2N.7 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210622.2N.6 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220301.2N.3 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220517.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.