id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 07 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221107.3N.4 Rolnummer: S.22.0004.N Zaak: E. contra BEOBANK NVSA Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2023-01-16 Raadplegingen: 546 - laatst gezien 2026-06-16 09:10 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221107.3N.4 Fiche Een schuldeiser wordt enkel geacht afstand te doen van een schuldvordering indien hij door de schuldbemiddelaar bij aangetekend schrijven is aangemaand om binnen de in artikel 1675/9, § 3, Gerechtelijk Wetboek bepaalde termijn van deze schuldvordering aangifte te doen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: COLLECTIEVE SCHULDENREGELING Vrije woorden: Schuldeiser - Schuldvordering - Niet-aangifte - Afstand - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel V: BEWAREND BESLAG, MIDDELEN TOT TENUITVOERLEGGING EN COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. (art. 1386 tot 1675/27) - 10-10-1967 - Art. 1675/9, § 3 - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Tekst van de conclusie S.22.0004.N Conclusie van advocaat-generaal Vanderlinden:
- Eiser tot cassatie komt op tegen een arrest van het Arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen, gewezen op 18 oktober
- Door eiser wordt er één middel aangevoerd.
- Het eerste onderdeel. a. Probleemstelling. De problematiek die aan de orde is in het onderdeel betreft de toepassing van artikel 1675/9, § 2 en § 3, Gerechtelijk Wetboek. Inzonderheid betreft het de situatie waar de schuldeiser die geen aangifte indient binnen de termijn in § 2, maar ook, binnen de in § 3 bepaalde termijn, geen gevolg geeft aan de verwittiging van de schuldbemiddelaar. In die omstandigheden wordt de schuldeiser geacht afstand te doen van zijn schuldvordering. Eén en ander zoals dit bepaald is in de laatst aangehaalde paragraaf. In casu werd door de schuldenaar, zoals vereist door artikel 1674/4, § 2, Gerechtelijk Wetboek opgave gedaan van de schuldeisers en de schulden die hij ten aanzien van hen heeft. Echter voor één schuldeiser werd enkel opgave gedaan van een schuld die gekoppeld was aan een kredietkaart. De schuld betreffende een opgezegde hypothecaire schuld, ten bedrage van 632.546,63 Euro, ten aanzien van dezelfde schuldeiser werd evenwel niet opgenomen. Door de schuldeiser wordt, overeenkomstig artikel 1675/9, § 2, van hetzelfde wetboek, enkel een aangifte gedaan van de schuld gekoppeld aan de kredietkaart. Door de schuldbemiddelaar werd, gelet op de niet vermelding van de hypothecaire schuld in het verzoekschrift, niet gehandeld overeenkomstig artikel 1675, § 3, van hetzelfde wetboek. De schuldeiser dient, buiten de door de wet bepaalde termijnen, hiervoor alsnog een schuldvordering in. De vraag die zich stelt is of, gelet op het verstrijken van de termijnen, hij geacht wordt afstand te hebben gedaan van deze schuldvordering. Eiseres tot cassatie meent van wel. b. Beoordeling. Ik deel het standpunt van eiseres niet. De afstand van schuldvordering is geregeld in artikel 1675/9, § 3 van het hoger aangehaalde wetboek. Hierin worden de toepassingsvoorwaarden, opdat de maatregel in werking zou treden, bepaald. Meer in het bijzonder betreft dit de aanmaning uitgaande van de schuldbemiddelaar om alsnog aangifte te doen van de, in het verzoekschrift, vermelde schuldvordering. De sanctie vereist derhalve dat er een handeling gesteld wordt door de schuldbemiddelaar waaraan de schuldeiser geen gevolg heeft gegeven. Gelet op de gevolgen van een niet-aangifte is het inderdaad van belang om de schuldeiser hieromtrent omvattend te informeren. Reden waarom de aanmaning de tekst van artikel 1675/9, § 3 dient te vermelden
(1). In huidig geschil is er van een zodanige aanmaning geen sprake. De afstand van schuldvordering is een civiele sanctie en moet dan ook restrictief geïnterpreteerd te worden. Indien de toepassingsvoorwaarden niet vervuld zijn, kan er geen sprake zijn van een afstand van schuldvordering in toepassing van het voormelde § 3. Bovendien moet ook gewezen worden op artikel 1675/10, § 1, Gerechtelijk Wetboek. Deze bepaling legt aan de schuldbemiddelaar de verplichting op om kennis te nemen van de op naam van de schuldenaar opgestelde berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling. Alsook om onverwijld kennis te nemen van de gegevens die op naam van de schuldenaar geregistreerd zijn in de Centrale voor kredieten aan particulieren van de Nationale Bank van België. De schuldbemiddelaar zal zodoende geïnformeerd worden over de reële financiële toestand van de schuldenaar en kunnen overgaan van de identificatie van de schuldeisers die niet werden opgenomen in het verzoekschrift
(2). Deze wettelijk verplichting, die op de schuldbemiddelaar rust, stelt hem echter tevens in de mogelijkheid om kennis te nemen van gebeurlijke schuldvorderingen waarvan, een reeds gekende schuldeiser, nog geen aangifte heeft gedaan. Dit optreden van de schuldbemiddelaar dient, gelet op de termijn voor het opstellen van een minnelijke aanzuiveringsregeling, zo spoedig mogelijk te gebeuren
(3). Het tweede lid van artikel 1675/10, § 1 hanteert de term “onverwijld”. De schuldbemiddelaar was derhalve, na het vervullen van de op hem rustende wettelijke verplichting, in de mogelijkheid om bij verweerster te informeren nopens de niet aangegeven schuldvordering. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. 3. Het tweede onderdeel. (…) Conclusie: Verwerping. ____________________________________
(1)B. DE GROOTE en S. VOET, Collectieve schuldenregeling, Brussel, Larcier 2009, p. 85.
(2)B. DE GROOTE en S. VOET, o.c., p. 90 en S. DE COSTER, “Commentaar bij artikel 1675/10”, in X., Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Kluwer, losbl., p. 4.
(3)S. DE COSTER, o.c., p. 5. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221107.3N.4 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221107.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div