id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230106.1N.5 Rolnummer: F.20.0149.N Zaak: Soliver contra BELGISCHE STAAT, MIN VAN FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2023-02-03 Raadplegingen: 1144 - laatst gezien 2026-06-17 22:03 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Uit het gegeven dat bij de aanmelding van een project of programma bij de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid opgave moet worden gedaan van de verwachte aanvangsdatum van het project of programma en uit de overgangsregeling vervat in voormeld artikel 4 van de wet van 17 juni 2013 welke zinledig zou zijn indien de aanmelding nog zou kunnen gebeuren voorafgaand aan de toepassing van de vrijstelling, volgt dat de aanmelding dient te geschieden voorafgaand aan de aanvangsdatum van het project of programma. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Bedrijfsvoorheffing Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 275
(3)- 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.20.0149.N SOLIVER nv, met zetel te 8800 Roeselare (Rumbeke), Groene-Herderstraat 18, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0402.754.787, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Daniel Garabedian, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Goedheidsstraat 5, bij wie de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 5 mei
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 30 november 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 275³, § 1, eerste lid, WIB92 worden de universiteiten en hogescholen die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan assistent-onderzoekers en het “Federaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Fonds fédéral de la Recherche scientifique – FFWO/FFRS”, het “Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen – FWO”, het “Fonds de la Recherche scientifique – FNRS – FRS-FNRS” die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan postdoctorale onderzoekers en die krachtens artikel 270, eerste lid, 1°, bedrijfsvoorheffing op die bezoldigingen verschuldigd zijn, vrijgesteld van het storten aan de Schatkist, van 80 pct. van die bedrijfsvoorheffing, op voorwaarde dat ze op die bezoldigingen 100 pct. van die bedrijfsvoorheffing inhouden. De in dit lid bedoelde instellingen wenden de sommen die zij krachtens dit artikel niet moeten doorstorten, niet aan ter financiering van het onderzoek dat de vrijstelling van de doorstortingsverplichting heeft doen ontstaan. Krachtens artikel 275³, § 1, tweede lid, WIB92 wordt eenzelfde vrijstelling van storting van de bedrijfsvoorheffing ten belopen van 80 pct. van die bedrijfsvoorheffing ook toegekend aan de wetenschappelijke instellingen die daartoe worden erkend bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan assistent-onderzoekers ofwel aan postdoctorale onderzoekers. De in dit lid bedoelde instellingen wenden de sommen die zij krachtens dit artikel niet moeten doorstorten, niet aan ter financiering van het onderzoek dat de vrijstelling van de doorstortingsverplichting heeft doen ontstaan. Krachtens artikel 275³, § 1, derde lid, 3°, WIB92 wordt dezelfde vrijstelling van storting als in het tweede lid ook toegekend aan ondernemingen die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan onderzoekers die zijn tewerkgesteld in onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten of –programma’s en die een in § 2, 1° of 2°, bedoeld diploma hebben.
- Overeenkomstig artikel 275³, § 3, vierde lid, WIB92 komen de projecten of programma’s enkel in aanmerking wanneer ze zijn aangemeld bij de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid met opgave van: 1° de identificatie van de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing; 2° de beschrijving van het project of programma waarbij wordt aangetoond dat het fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling tot doel heeft; 3° de verwachte aanvangsdatum en de vooropgestelde einddatum van het project of programma.
- Artikel 275³, § 3, vierde lid, WIB92 werd ingevoerd door de wet 17 juni 2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende duurzame ontwikkeling en trad in werking op 1 januari
- Krachtens artikel 4 van deze wet moeten, in afwijking van artikel 275³, § 2, vierde lid, WIB92, de op datum van inwerkingtreding van die bepaling reeds bestaande projecten of programma’s geen melding doen tot 31 december
- Vanaf 1 januari 2015 moeten de bestaande projecten of programma’s voldoen aan de voorwaarden van §
- Uit de tekst van artikel 275³, § 3, vierde lid WIB92, meer bepaald uit het gegeven dat bij de aanmelding van een project of programma bij de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid opgave moet worden gedaan van de verwachte aanvangsdatum van het project of programma en uit de overgangsregeling vervat in voormeld artikel 4 van de wet van 17 juni 2013 welke zinledig zou zijn indien de aanmelding nog zou kunnen gebeuren voorafgaand aan de toepassing van de vrijstelling, volgt dat de aanmelding dient te geschieden voorafgaand aan de aanvangsdatum van het project of programma.
- Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Dictum Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 459,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 6 januari 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230106.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231207.1N.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250509.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div