id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230109.3N.3 Rolnummer: C.22.0231.N Zaak: Quicksteel bv contra mr. VANWYNSBERGHE Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-02-16 Raadplegingen: 965 - laatst gezien 2026-06-15 08:06 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 De bedoelde schuldenaarverklaring is een privaatrechtelijke sanctie die de beslagrechter kan opleggen aan de daartoe gedaagde derde-beslagene die door zijn tekortkoming het derdenbeslag frustreert; de sanctie geldt inzonderheid in geval van fraude, collusie en onverschoonbare tekortkomingen
(1).
(1)Cass. 21 april 2017, AR 16.0458.N, AC 2017, nr. 277; Cass. 4 oktober 2001, AR C.99.0098.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011004.8, AC 2001, nr. 524. Thesaurus CAS: BESLAG - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1452, eerste lid, 1456, 1539 en 1542 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 De beslagrechter beschikt voorts over een beoordelings- en matigingsbevoegdheid en kan naargelang de omstandigheden van het geval beslissen om de sanctie hetzij te matigen hetzij uitzonderlijk niet op te leggen; hij kan onder meer rekening houden met de toerekenbaarheid van de tekortkoming, de verschoonbaarheid van de tekortkoming, de afwezigheid van opzet, de hoedanigheid van de betrokken partijen, de vertrouwdheid met de materie en de afwezigheid van schade
(1).
(1)Cass. 21 april 2017, AR 16.0458.N, AC 2017, nr. 277; Cass. 15 mei 2014, AR C.13.0420.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140515.2, AC 2014, nr. 347; Cass. 26 april 2002, AR C.01.0253.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020426.11, AC 2002, nr. 255. Thesaurus CAS: BESLAG - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1452, eerste lid, 1456, 1539 en 1542 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 6 Hoewel de beslagrechter inzake de schuldenaar verklaring beschikt over een in feite vrije beoordelings- en matigingsbevoegdheid, kan het Hof marginaal toetsen of de opgelegde sanctie evenredig is met de ernst van de tekortkoming
(1).
(1)Cass. 21 april 2017, AR 16.0458.N, AC 2017, nr. 277; Cass. 15 mei 2014, AR C.13.0420.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140515.2, AC 2014, nr. 347; Cass. 26 april 2002, AR C.01.0253.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020426.11, AC 2002, nr. 255. Thesaurus CAS: BESLAG - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1452, eerste lid, 1456, 1539 en 1542 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1452, eerste lid, 1456, 1539 en 1542 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1452, eerste lid, 1456, 1539 en 1542 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1452, eerste lid, 1456, 1539 en 1542 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 7 - 9 Artikel 1542, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek sluit niet uit dat de beslagrechter, inzonderheid in geval van schuldenaarverklaring voor een gedeelte van de oorzaak van het beslag en de bijhorende kosten, de derde-beslagene bijkomend veroordeelt tot slechts een gedeelte van de gedingkosten met toepassing van artikel 1017, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek
(1).
(1)Het openbaar ministerie concludeerde tot cassatie op het tweede middel. Namelijk, dat van zodra de beslagrechter oordeelt dat de beslagene tekortgeschoten is in zijn verplichting de kosten van het tegen hem ingestelde geding ten zijne laste zijn. Het feit dat de beslagrechter eventueel tot matiging overgaat doet hieraan geen afbreuk. Het artikel 1542, eerste lid Gerechtelijk Wetboek stelt immers dat “onverminderd de kosten van de tegen hem ingestelde rechtspleging, die in die gevallen te zijnen laste zijn”. De passage “die in die gevallen” wijst op de in het voormelde artikel bepaalde situatie waar de beslagene “voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaken van het beslag” schuldenaar wordt verklaard. Thesaurus CAS: BESLAG - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1017, vierde lid, en 1542 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1017, vierde lid, en 1542 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1017, vierde lid, en 1542 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0231.N QUICKSTEEL bv, met zetel te 8560 Wevelgem, Bankstraat 27, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0546.872.736, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen Caroline VANWYNSBERGHE, advocaat met kantoor te 8400 Oostende, Koningstraat 45, in haar hoedanigheid van curator van het faillissement van JADE HOLDING nv, met zetel te 8400 Oostende, Troonstraat 230 IX, bus 2C, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0689.959.218, verweerster, in aanwezigheid van DIAZ SUNPROTECTION nv, met zetel te 8700 Tielt, Ruiseleedsesteenweg 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0465.262.181, tot gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177 bus 7, waar deze partij woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 21 december
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 29 november 2022 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 1452, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de derde-beslagene, binnen vijftien dagen na het bewarende derdenbeslag, gehouden verklaring te doen van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag. Deze bepaling is, krachtens artikel 1539, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek, van overeenkomstige toepassing bij uitvoerend derdenbeslag. Krachtens de artikelen 1456, eerste lid, en 1542, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de derde-beslagene, die zijn verklaring hetzij niet binnen vijftien dagen na het derdenbeslag hetzij niet met de in artikel 1452, tweede en derde lid, Gerechtelijk Wetboek vereiste nauwkeurigheid heeft gedaan, door de beslagrechter schuldenaar worden verklaard voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaak van het beslag en de bijhorende kosten.
- De bedoelde schuldenaarverklaring is een privaatrechtelijke sanctie die de beslagrechter kan opleggen aan de daartoe gedaagde derde-beslagene die door zijn tekortkoming het derdenbeslag frustreert. De sanctie geldt inzonderheid in geval van fraude, collusie en onverschoonbare tekortkomingen. De beslagrechter beschikt voorts over een beoordelings- en matigingsbevoegdheid en kan naargelang de omstandigheden van het geval beslissen om de sanctie hetzij te matigen hetzij uitzonderlijk niet op te leggen. Hij kan onder meer rekening houden met de toerekenbaarheid van de tekortkoming, de verschoonbaarheid van de tekortkoming, de afwezigheid van opzet, de hoedanigheid van de betrokken partijen, de vertrouwdheid met de materie en de afwezigheid van schade.
- Hoewel de beslagrechter zodoende beschikt over een in feite vrije beoordelings- en matigingsbevoegdheid, kan het Hof marginaal toetsen of de opgelegde sanctie evenredig is met de ernst van de tekortkoming.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eiseres, die krachtens een vonnis van 13 november 2019 beschikt over een uitvoerbare schuldvordering ten aanzien van Jade Building Company bv ten bedrage van 151.418,85 euro in hoofdsom, bij gerechtsdeurwaardersexploot van 19 december 2019 uitvoerend beslag heeft gelegd in handen van de verweerster met het oog op betaling van 159.806,95 euro; - de verweerster heeft nagelaten binnen vijftien dagen na het derdenbeslag een verklaring te doen omtrent het voorwerp van het beslag; - de bij dagvaarding van 28 januari 2020 ingestelde vordering van de eiseres ertoe strekt de verweerster als derde-beslagene schuldenaar te doen verklaren voor de oorzaak van het derdenbeslag van 19 december 2019; - in het beroepen vonnis van 7 juli 2020 de verweerster bij verstek schuldenaar wordt verklaard voor het geheel van de oorzaak van het derdenbeslag van 19 december 2019; - de verweerster pas nadien, op 27 augustus 2020, een verklaring heeft gedaan omtrent het voorwerp van het derdenbeslag; - omstandigheden voorliggen die toelaten de beoogde sanctie van schuldenaar-verklaring te matigen; - immers blijkt dat ten tijde van het derdenbeslag de verweerster geen schuldenaar maar wel schuldeiser was van Jade Building Company bv; - verder geenszins blijkt dat de ontijdige aflegging van een verklaring omtrent het voorwerp van het derdenbeslag te wijten was aan kwade trouw van de verweerster of collusie met de beslagen schuldenaar; - het integendeel geloofwaardig overkomt dat de ontijdige aflegging van een verklaring omtrent het voorwerp van het derdenbeslag te wijten was aan verwarring omtrent de bestemmeling van het beslag van 19 december 2019, zijnde twee dagen na de betekening op 17 december 2019 van het vonnis van 13 november 2019 aan Jade Building Company bv, terwijl de verweerster en Jade Building Company bv alsdan op hetzelfde adres waren gevestigd.
- De appelrechter kon op grond van voormelde redenen naar recht beslissen om de verweerster, ondanks haar tekortkoming, schuldenaar te verklaren voor een gedeelte van de oorzaak van het beslag en de bijhorende kosten ten bedrage van 10.000 euro meer interest. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Krachtens artikel 1542, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de derde-beslagene, die zijn verklaring hetzij niet binnen vijftien dagen na het uitvoerende derdenbeslag hetzij niet met de vereiste nauwkeurigheid heeft gedaan, door de beslagrechter schuldenaar worden verklaard voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaak van het beslag en de bijhorende kosten, “onverminderd de kosten van de tegen hem ingestelde rechtspleging, die in die gevallen te zijnen laste zijn”. Voormelde bepaling sluit niet uit dat de beslagrechter, inzonderheid in geval van schuldenaarverklaring voor een gedeelte van de oorzaak van het beslag en de bijhorende kosten, de derde-beslagene bijkomend veroordeelt tot slechts een gedeelte van de gedingkosten met toepassing van artikel 1017, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek.
- Het middel dat ervan uitgaat dat de beslagrechter in ieder geval van schuldenaarverklaring de gedingkosten integraal ten laste moet leggen van de derde-beslagene, faalt naar recht. Vordering tot gemeenverklaring
- De verwerping van het cassatieberoep ontneemt alle belang aan de vordering tot gemeenverklaring. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot gemeenverklaring. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 956,27 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 januari 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230109.3N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240111.1N.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011004.8 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020426.11 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140515.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div