← België

P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.14 Rolnummer: P.22.1496.N Zaak: P. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-01-19 Raadplegingen: 630 - laatst gezien 2026-06-15 07:53 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Artikel 67bis, eerste lid, Wegverkeerswet, dat bepaalt dat wanneer een overtreding van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet werd geïdentificeerd, de overtreding wordt vermoed te zijn begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig, is ook van toepassing indien de natuurlijke persoon die houder is van de kentekenplaat een ondernemer is en de kentekenplaat een handelaarsplaat is. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67bis Tekst van de beslissing Nr. P.22.1496.N P. P., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 12 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 67bis, eerste lid, Wegverkeerswet en de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: het bestreden vonnis past ten onrechte het wettelijk vermoeden van artikel 67bis, eerste lid, Wegverkeerswet toe; het voertuig is immers zoals blijkt uit het aanvankelijk proces-verbaal ingeschreven op naam van de onderneming P.P. en dat blijkt ook uit het feit dat de kentekenplaat een handelaarsplaat is.
  3. Het middel preciseert niet van welke akte het bestreden vonnis de bewijskracht miskent. In zoverre is het middel bij gebrek aan precisie niet ontvankelijk.
  4. Artikel 67bis, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat wanneer een overtreding van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet werd geïdentificeerd, de overtreding wordt vermoed te zijn begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig.
  5. Deze bepaling is ook van toepassing indien de natuurlijke persoon die houder is van de kentekenplaat een ondernemer is en de kentekenplaat een handelaarsplaat is. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 8.1, 9°, en 8.29 Burgerlijk Wetboek: het bestreden vonnis is “behept met een onregelmatigheid eigen aan de vaststelling van de feiten”, gelet op het oordeel dat het feit dat een testrit zou zijn uitgevoerd op het tijdstip waarop de inbreuk werd begaan, namelijk om 22.44 u, de rechtbank vreemd overkomt; de eiser is evenwel slechts autohandelaar in bijberoep en kan geen testritten uitvoeren tijdens de reguliere werkuren.
  7. Artikel 6.1 EVRM is vreemd aan de aangevoerde grief.
  8. De artikelen 8.1, 9°, en 8.29 Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de bewijsregeling in strafzaken.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  10. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de appelrechters en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 10 januari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.