id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.18 Rolnummer: P.22.1776.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2023-01-19 Raadplegingen: 702 - laatst gezien 2026-06-15 07:54 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De rechter en de partijen worden geacht het recht en de wijze waarop het moet worden toegepast te kennen; het recht op tegenspraak als onderdeel van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging verzet zich dan ook niet ertegen dat een rechter als referentie voor een door hem gegeven toepassing van het recht verwijst naar een rechterlijke beslissing, ook als die rechterlijke beslissing niet is gepubliceerd. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Fiches 3 - 4 De kamer van inbeschuldigingstelling kan door overname van de redenen van de vordering van het openbaar ministerie, ook al dateert die vordering van vóór het indienen van de appelconclusie, laten blijken dat zij een eigen prima facie-onderzoek heeft verricht betreffende een voor haar opgeworpen onregelmatigheid van de bewijsverzameling die als grondslag dient voor het voorhanden zijn van ernstige aanwijzingen van schuld. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING ONDERZOEKSGERECHTEN Tekst van de beslissing Nr. P.22.1776.N F.C.C. B., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Eline Tritsmans, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: het verwerpt eisers verweer betreffende de ontbrekende stukken met een verwijzing naar “Cass. 21 januari 2014, P.14.0080.N”, terwijl niet blijkt dat dit arrest is gepubliceerd; aldus steunen zij hun beslissing op gegevens die aan de tegenspraak van de partijen waren onttrokken en die geen algemeen bekende feiten betreffen.
- De rechter en de partijen worden geacht het recht en de wijze waarop het moet worden toegepast te kennen. Het recht op tegenspraak als onderdeel van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging verzet zich dan ook niet ertegen dat een rechter als referentie voor een door hem gegeven toepassing van het recht verwijst naar een rechterlijke beslissing, ook als die rechterlijke beslissing niet is gepubliceerd. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 21 en 22 Voorlopige Hechteniswet: door enkel te verwijzen naar de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie, waarin niet wordt ingegaan op de door de eiser voor de kamer van inbeschuldigingstelling ingediende conclusie, verrichten de appelrechters zelf geen prima facie-onderzoek van de opgeworpen onregelmatigheid.
- De kamer van inbeschuldigingstelling kan door overname van de redenen van de vordering van het openbaar ministerie, ook al dateert die vordering van vóór het indienen van de appelconclusie, laten blijken dat zij een eigen prima facie-onderzoek heeft verricht betreffende een voor haar opgeworpen onregelmatigheid van de bewijsverzameling die als grondslag dient voor het voorhanden zijn van ernstige aanwijzingen van schuld. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 25, laatste alinea) neemt de redenen over van de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie en bijgevolg ook de daarin opgenomen redenen betreffende de onregelmatige bewijsverzameling (arrest, p. 21-22). Aldus verwerpen de appelrechters op grond van een eigen prima facie-onderzoek de door de eiser aangevoerde onregelmatigheden van die bewijsverzameling en verantwoorden ze de beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 23, 4°, en 30, § 3, laatste lid, Voorlopige Hechteniswet en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsplicht: het arrest beantwoordt niet eisers verweer dat de appelrechters in de onmogelijkheid verkeerden om een prima facie-controle uit te oefenen op de regelmatigheid van het bewijs dat tot de ernstige aanwijzingen van schuld zou hebben geleid.
- Het arrest (p. 24-25) verwerpt eisers verweer over de onvolledigheid van het dossier. Het diende bijgevolg niet meer te antwoorden op het door het onderdeel bedoelde verweer dat daardoor doelloos was. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 137,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 10 januari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div