id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.9 Rolnummer: P.22.1662.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-01-19 Raadplegingen: 783 - laatst gezien 2026-06-18 23:31 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De op grond van artikel 59, eerste lid, 1° en 2°, Wet Strafuitvoering bij wijze van uitzondering toegekende uitgaansvergunningen of penitentiair verlof, zijn geen in Titel V van de Wet Strafuitvoering bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten en evenmin door Titel XI van deze wet bedoelde beslissingen; de omstandigheid dat artikel 59 Wet Strafuitvoering is opgenomen onder Titel VI van de Wet Strafuitvoering betreffende de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten laat niet toe anders te oordelen; bijgevolg laat artikel 96, eerste lid, Wet Strafuitvoering geen cassatieberoep toe tegen de afwijzende beslissing over een op grond van artikel 59 Wet Strafuitvoering ter gelegenheid van een vraag om beperkte detentie ingediend verzoek tot het verkrijgen van uitgaansvergunningen of penitentiair verlof
(1).
(1)Cass. 5 januari 2021, AR P.20.1271.N, AC 2021, nr. 4, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210105.2N.7; Cass. 15 december 2020, AR P.20.1160.N, AC 2020, nr. 777, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201215.2N.15; Cass. 11 december 2019, AR P.19.1175.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191211.2F.9, AC 2019, nr.
- Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Artt. 56 en 96, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Artt. 56 en 96, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1662.N W. D.G., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Ellen De Raedt, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 5 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Artikel 96, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat cassatieberoep openstaat tegen de beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank of de strafuitvoeringsrechter met betrekking tot de toekenning, de afwijzing, de herziening of de herroeping van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten, evenals tegen de overeenkomstig Titel XI genomen beslissingen.
- Titel V met als opschrift “De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten” bevat omschrijvingen en tijdsvoorwaarden voor de strafuitvoeringsmodaliteiten van de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de voorwaardelijke invrijheidstelling en de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.
- Titel XI met als opschrift “De bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechter” heeft betrekking op de voorlopige invrijheidstelling om medische redenen.
- Volgens artikel 59, eerste lid, 1°, en 2°, Wet Strafuitvoering kan de strafuitvoeringsrechtbank of de strafuitvoeringsrechter, waarbij een procedure tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit aanhangig is, bij wijze van uitzondering een andere strafuitvoeringsmodaliteit toekennen dan die welke is gevraagd, wanneer dit absoluut noodzakelijk is om op korte termijn de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen en kunnen aldus uitgaansvergunningen of penitentiair verlof worden toegekend.
- De op grond van artikel 59, eerste lid, 1°, en 2°, Wet Strafuitvoering bij wijze van uitzondering toegekende uitgaansvergunningen of penitentiair verlof, zijn evenwel geen in Titel V van de Wet Strafuitvoering bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten en evenmin door Titel XI van deze wet bedoelde beslissingen. De omstandigheid dat artikel 59 Wet Strafuitvoering is opgenomen onder Titel VI van de Wet Strafuitvoering betreffende de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten laat niet toe anders te oordelen.
- Bijgevolg laat artikel 96, eerste lid, Wet Strafuitvoering geen cassatieberoep toe tegen de afwijzende beslissing over een op grond van artikel 59 Wet Strafuitvoering ter gelegenheid van een vraag om beperkte detentie ingediend verzoek tot het verkrijgen van uitgaansvergunningen of penitentiair verlof. In zoverre is eisers cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel
- Het middel dat betrekking heeft op een beslissing waartegen eisers cassatieberoep niet ontvankelijk is, behoeft geen antwoord. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 10 januari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191211.2F.9 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201215.2N.15 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210105.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div