← België

D. contra PUNCH POWERTRAIN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230113.1N.2 Rolnummer: C.22.0096.N Zaak: D. contra PUNCH POWERTRAIN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-02-02 Raadplegingen: 1827 - laatst gezien 2026-06-19 03:29 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230113.1N.2 Fiche 1 Dat de rechter gehouden is het geschil te beslechten overeenkomstig de rechtsregels die daarop van toepassing zijn en hij de plicht heeft ambtshalve de rechtsregels op te werpen waarvan de toepassing geboden is door feiten die de partijen in het bijzonder hebben aangevoerd tot staving van hun vorderingen of hun verweer, betekent niet dat de rechter is gehouden alle in het licht van de vaststaande feiten van het geschil mogelijke doch niet-aangevoerde rechtsregels op hun mogelijke toepassing te onderzoeken, maar enkel dat hij, met eerbiediging van het recht van verdediging, de toepasselijkheid moet onderzoeken van de niet-aangevoerde rechtsregels die zich door de feiten zoals zij in het bijzonder worden aangevoerd, onmiskenbaar aan hem opdringen

(1).
(1). Zie conl. OM. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Fiche 2 Artikel 2223 Oud Burgerlijk Wetboek, krachtens hetwelk de rechter het middel van de verjaring niet ambtshalve mag toepassen, doet geen afbreuk aan de verplichting van de rechter om het middel van de verjaring op te werpen wanneer de door de verweerder in het bijzonder ter ondersteuning van zijn verweer aangevoerde feiten daartoe nopen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2223 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0096.N
  1. G. D.,
  2. PUNCH POWERGLIDE STRASBOURG SAS, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 670026 Strasbourg Cedex (Frankrijk), rue de la Rochelle 81, B.P.33, eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen PUNCH POWERTRAIN nv, met zetel te 3800 Sint-Truiden, Ondernemerslaan 5429, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0463.278.829, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 3 november
  3. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 16 december 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de rechtsregels die daarop van toepassing zijn. Hij heeft de plicht ambtshalve de rechtsregels op te werpen waarvan de toepassing geboden is door de feiten die de partijen in het bijzonder hebben aangevoerd tot staving van hun vorderingen of hun verweer. Dit betekent niet dat de rechter is gehouden alle in het licht van de vaststaande feiten van het geschil mogelijke doch niet-aangevoerde rechtsregels op hun mogelijke toepassing te onderzoeken, maar enkel dat hij, met eerbiediging van het recht van verdediging, de toepasselijkheid moet onderzoeken van de niet-aangevoerde rechtsregels die zich door de feiten zoals zij in het bijzonder worden aangevoerd, onmiskenbaar aan hem opdringen.
  5. Artikel 2223 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de rechter het middel van de verjaring niet ambtshalve mag toepassen. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de verplichting van de rechter om het middel van de verjaring op te werpen wanneer de door de verweerder in het bijzonder ter ondersteuning van zijn verweer aangevoerde feiten daartoe nopen.
  6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eisers in hun appelconclusie niet in het bijzonder feiten hebben aangevoerd met betrekking tot de laattijdigheid van de tegenvordering van de verweerster tot nietigverklaring van het merk Punch 2009 op de grond dat de eerste eiser het depot ervan te kwader trouw had verricht, krachtens artikel 2.4, f), BVIE, zoals hier van toepassing.
  7. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de appelrechters ambtshalve dienden te onderzoeken of de tegenvordering van de verweerster tot nietigverklaring van het merk Punch 2009 al dan niet verjaard was, krachtens artikel 2.28.3, b), BVIE, zoals hier van toepassing, volgens hetwelk de nietigheid op grond van artikel 2.4, f), moet worden ingeroepen binnen een termijn van vijf jaren te rekenen van de datum van inschrijving van het merk, terwijl die rechtsgrond zich niet onmiskenbaar aan hen opdrong door de daartoe in het bijzonder aangevoerde feiten, kan het niet worden aangenomen.
  8. In zoverre het middel de schending aanvoert van de artikelen 2.4, f), en 2.28.3, b), BVIE, zoals hier van toepassing, is het afgeleid en derhalve niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 324,03 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 13 januari 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230113.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230113.1N.2 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241018.1N.8 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260320.1F.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260216.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.