← België

B. contra S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230120.1N.1 Rolnummer: C.22.0019.N Zaak: B. contra S. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-02-06 Raadplegingen: 1336 - laatst gezien 2026-06-19 05:00 Versie(s): Vertaling FR Fiche Bij het bepalen van de bijdrage van de ouders in de kosten voor hun kinderen, moet de rechter rekening houden met de middelen waarover zij werkelijk kunnen beschikken na verrekening van de redelijkerwijze onvermijdelijke lasten, zoals de onderhoudslasten voor een niet-gemeenschappelijk kind

(1).
(1)Zie Cass. 25 oktober 2012, AR C.12.0108.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121025.10, AC 2012, nr.
  1. Thesaurus CAS: LEVENSONDERHOUD Vrije woorden: Bepalen van de middelen van elk van de ouders - Redelijkerwijze onvermijdelijke lasten - Niet-gemeenschappelijk kind - Rechter - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 203 en 203bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: T.Fam.-Tijdschrift voor familierecht - 2023, nr. 8, p. 236-
  2. - DE WIT, Estelle; Noot'Onderhoudslasten voor een niet-gemeenschappelijk kind zijn redelijkerwijze onvermijdelijke lasten' NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2024, nr. 501, p. 433-
  3. - VASSEUR, Roeland; Noot'Onderhoudslasten voor niet-gemeen-schappelijke kinderen bij de begroting van kinderalimentatie' Tekst van de beslissing Nr. C.22.0019.N K. B., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen F. S., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 29 juni
  4. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel (…) Gegrondheid
  5. Krachtens artikel 203, § 1, Oud Burgerlijk Wetboek dienen de ouders naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Indien de opleiding niet voltooid is, loopt de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind. Krachtens artikel 203, § 2, Oud Burgerlijk Wetboek wordt met middelen onder andere bedoeld alle beroepsinkomsten, roerende en onroerende inkomsten van de ouders, alsook alle voordelen en andere middelen die hun levensstandaard en deze van de kinderen waarborgen. Krachtens artikel 203bis, § 1, Oud Burgerlijk Wetboek draagt elke ouder bij in de kosten die voortvloeien uit de bij artikel 203, § 1, bepaalde verplichting, in verhouding tot zijn respectieve aandeel in de samengevoegde middelen.
  6. Bij het bepalen van de bijdrage van de ouders in de kosten voor hun kinderen, moet de rechter rekening houden met de middelen waarover zij werkelijk kunnen beschikken na verrekening van de redelijkerwijze onvermijdelijke lasten, zoals de onderhoudslasten voor een niet-gemeenschappelijk kind.
  7. Bij appelconclusie voerde de eiseres aan dat de huurwoning met de huurlast ten bedrage van 2.000 euro mede diende voor haar niet-gemeenschappelijke kinderen, waaronder een studerende dochter voor wie redelijkerwijze een extra last ten bedrage van 500 euro per maand in rekening moet worden gebracht.
  8. Aangaande de middelen van de partijen oordeelt de appelrechter dat, met uitzondering van een woninglast die in redelijkheid wordt begroot op 1.000 euro per maand, “de andere door [de eiseres] opgegeven kosten niet in rekening gebracht kunnen worden nu de onderhoudsverbintenis van de ouders ten aanzien van een minderjarig kind voorgaat op alle andere schulden”. De appelrechter die zodoende aangaande de middelen van de eiseres in de zin van voormelde wetsbepalingen oordeelt dat geen rekening kan worden gehouden met de onderhoudslasten voor een niet-gemeenschappelijk kind, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het: - de verweerder veroordeelt tot betaling aan de eiseres van een te indexeren onderhoudsbijdrage voor de gewone kosten van het gemeenschappelijke kind T. ten bedrage van 400 euro per maand met ingang van 1 oktober 2019; - de verweerder veroordeelt tot betaling van 55 pct. en de eiseres tot betaling van 45 pct. van de buitengewone kosten voor T. met ingang van 1 november 2018; - uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 20 januari 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230120.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121025.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.