id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230120.1N.10 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230113.1N.1 Rolnummer: C.22.0069.N Zaak: V. contra P. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-02-06 Raadplegingen: 2191 - laatst gezien 2026-06-19 05:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Rechtsmisbruik bestaat in de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en voorzichtig persoon, wat onder meer het geval is wanneer het veroorzaakte nadeel buiten verhouding staat tot het voordeel dat de houder van het recht nastreeft of heeft verkregen
(1)Cass. 7 september 2020, AR C.19.0034.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3-C.19.0118.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3, AC 2020, nr. 495; Cass. 27 april 2020, AR C.19.0435.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3, AC 2020, nr. 247; Cass. 27 januari 2020, AR C.19.0020.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200127.3N.6, AC 2020, nr. 75; Cass. 20 december 2019, AR C.19.0289.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191220.1F.1, AC 2019, nr. 685; Cass. 19 december 2019, AR C.19.0127.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191219.1N.4, AC 2019, nr. 682; Cass. 18 oktober 2019, AR C.19.0136.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191018.2, AC 2019, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Vrije woorden: Begrip Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Fiche 2 De rechter, die bij de beoordeling van de belangen die in het geding zijn, rekening moet houden met alle concrete omstandigheden van de zaak, moet geen rekening houden met toekomstige en onzekere omstandigheden. Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Vrije woorden: Taak van de rechter - Beoordeling van de belangen in het geding - Omvang Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Tekst van de beslissing Nr. C.22.0069.N
- L. V. L.,
- C. V. D. W., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist en mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- J. P.,
- C. L.,
- P.-L. vof,
- J. P. ADVOCATENKANTOOR bv, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 28 juni
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel
- Rechtsmisbruik bestaat in de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en voorzichtig persoon. Dat is onder meer het geval wanneer het veroorzaakte nadeel buiten verhouding staat tot het voordeel dat de houder van het recht nastreeft of heeft verkregen. De rechter moet bij de beoordeling van de belangen die in het geding zijn, rekening houden met alle concrete omstandigheden van de zaak.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de rechter bij zijn beoordeling ook rekening moet houden met toekomstige en onzekere omstandigheden, faalt in zoverre naar recht.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - het buiten kijf staat dat de constructie in de achtertuin van de verweerders in kwestie bestemd is voor het vermaak en de ontspanning van kinderen en dat het kennelijk met dat doel werd ontworpen; - de belangrijkste functie van de constructie een speelkamer buitenshuis is; - de eisers van mening zijn dat hun privacy ernstig in het gedrang komt door het bestaan van de constructie, omdat vanop het platform rechtstreeks zicht is in de tuin en in de leefruimtes van de eisers die op de eerste verdieping wonen; - de verweerders opwerpen dat de eisers hun recht om de verwijdering van de constructie te vorderen, misbruiken; - de verweerders zich in het bijzonder beroepen op het proportionaliteitscriterium; - het nadeel dat de verweerders ondervinden, bestaat uit de afbraak van de constructie, wat een inperking betekent van het huidige genotsrecht van de verweerders dat gepaard gaat met tijdverlies, inspanning en kosten; - uit het concrete nadeel dat de eisers aanduiden, blijkt dat zij zich vooral zorgen maken over hun privacy in de toekomst: indien de kinderen tieners zullen zijn, indien de bomen op hun perceel zullen worden verwijderd of indien zij besluiten om een zwembad te installeren; - de rechtbank, samen met de eerste rechter, ter plaatse niet heeft kunnen vaststellen dat er sprake is van een significante en reële schending van de privacy van de eisers; - de aanwezigheid van kinderen en de sporadische aanwezigheid van een volwassene niet tot dergelijke conclusie kan leiden, mede gelet op de afstand tussen de constructie en de woning van de eisers; - tijdens de plaatsopneming er vanop de constructie nauwelijks inkijk was in de woning van de eisers en slechts op beperkte wijze in de tuin van de eisers; - tijdens de seizoenen dat de kinderen vooral in en op de constructie spelen, bomen en planten in vol ornaat staan, wat de inkijk grotendeels belemmert; - de eisers niet aanvoeren andere schade te ondervinden dan louter een beperking van hun privacy; - de aanwezigheid van de onvergunde constructie op het perceel van de verweerders niet van aard is dat deze op dit ogenblik een onaanvaardbare of ernstige schending van de privacy van de eisers veroorzaakt.
- Met deze redenen verantwoordt de appelrechter naar recht zijn beslissing dat de impact van de onvergunde constructie op de privacy van de eisers op dit ogenblik dermate beperkt is dat het buiten proportie is om de afbraak te bevelen van de constructie in kwestie, zodat aan de eisers thans hun recht om de afbraak van de constructie te vorderen, dient te worden ontzegd. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 693,80 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 20 januari 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230120.1N.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231116.1N.13 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.9 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191018.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191219.1N.4 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191220.1F.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200127.3N.6 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div