← België

M. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230120.1N.2 Rolnummer: C.21.0499.N Zaak: M. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-02-06 Raadplegingen: 2599 - laatst gezien 2026-06-19 05:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De rechter kan ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar de straf die bestaat in het betalen van een bepaalde geldsom verminderen wanneer die som kennelijk het bedrag te boven gaat dat de partijen konden vaststellen om de schade wegens de niet-uitvoering van de overeenkomst te vergoeden nu een schadebeding niettegenstaande haar geoorloofd karakter vatbaar is voor rechtsmisbruik

(1).
(1)Cass. 22 oktober 2004, AR C.03.0088.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041022.20, AC 2004, nr. 498; Cass. 26 januari 2001, AR C.99.0483.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010126.2, AC 2001, nr. 52. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Vrije woorden: Strafbeding - Bevoegdheid van de rechter - Potentiële schade - Werkelijke schade Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1134, 1226 en 1231, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Rechtsmisbruik bestaat in de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en voorzichtig persoon, wat onder meer het geval is wanneer het veroorzaakte nadeel buiten verhouding staat tot het voordeel dat de houder van het recht nastreeft of heeft verkregen; de rechter moet bij diens beoordeling rekening houden met alle omstandigheden van de zaak
(1).
(1)Cass. 1 oktober 2010, AR. C.09.0565.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101001.4, AC 2010, nr. 571; Cass. 8 februari 2010, AR C.09.0416.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100208.4, AC 2010, nr. 89; Cass. 9 maart 2009, AR C.08.0331.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090309.9, AC 2009, nr. 182; Cass. 12 december 2005, AR S.05.0035.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051212.6, AC 2005, nr.
  1. Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Vrije woorden: Begrip - Rechter - Beoordeling Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1134 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: RGDC-Revue générale de droit civil belge - 2023, n° 6, p. 283-
  2. - WERY, Patrick; Note'Le contrôle judiciaire des clauses pénales dans l'ancien Code civil et celui des clauses indemnitaires sous le nouveau Code civil' T.Vred.-Tijdschrift van de vrede-(en politierechters) - 2023, nr. 9/10, p. 400-
  3. - DE BOECK, Annick; Noot'De rechtsmisbruikcontrole bij schadebedingen naar oud en nieuw recht' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0499.N
  4. S. M.,
  5. C. V., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177, bus 7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  6. J. D.,
  7. J. M.,
  8. J. M., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 11 juni
  9. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  10. Krachtens artikel 1226 Oud Burgerlijk Wetboek is een strafbeding een beding waarbij een persoon zich voor het geval van niet-uitvoering van de overeenkomst verbindt tot betaling van een forfaitaire vergoeding van de schade die kan worden geleden ten gevolge van de niet-uitvoering van de overeenkomst. Krachtens 1231, § 1, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek kan de rechter, ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, de straf die bestaat in het betalen van een bepaalde geldsom verminderen, wanneer die som kennelijk het bedrag te boven gaat dat de partijen konden vaststellen om de schade wegens de niet-uitvoering van de overeenkomst te vergoeden.
  11. Krachtens artikel 1134, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek, strekken alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, degene die ze hebben aangegaan tot wet. Het in het derde lid van die bepaling bedoelde beginsel dat de overeenkomst te goeder trouw ten uitvoer moet worden gebracht, verbiedt een partij om misbruik te maken van een haar door de overeenkomst toegekend recht.
  12. Uit het geheel van voormelde wetsbepalingen volgt dat een schadebeding, niettegenstaande haar geoorloofd karakter, vatbaar is voor rechtsmisbruik. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde onderdeel
  13. Rechtsmisbruik bestaat in de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en voorzichtig persoon. Dat is onder meer het geval wanneer het veroorzaakte nadeel buiten verhouding staat tot het voordeel dat de houder van dat recht nastreeft of heeft verkregen. Bij de beoordeling van de belangen die in het geding zijn, moet de rechter rekening houden met alle omstandigheden van de zaak.
  14. De rechter oordeelt op grond van de omstandigheden van de zaak onaantastbaar in feite of de uitoefening van een recht rechtsmisbruik uitmaakt. Het Hof kan niettemin nagaan of de rechter uit zijn feitelijke vaststellingen dergelijk misbruik kon afleiden.
  15. De appelrechter stelt vast, deels met verwijzing naar het beroepen vonnis, en oordeelt dat: - de eisers bij onderhandse overeenkomst een woning verkochten aan de eerste verweerder en zijn echtgenote; - deze laatste kort nadien overleed ingevolge een ongeval; - de tweede en derde verweerders haar zonen, erfgenamen en rechtsopvolgers zijn; - de verweerders na het ongeval meteen aan de eisers hebben laten weten niet met de koop te willen verdergaan en zodoende de verkoopovereenkomst te willen ontbinden; - de eisers in hoger beroep akkoord gaan met de door de eerste rechter uitge-sproken ontbinding van de verkoopovereenkomst, maar wel aanspraak blijven maken op een schadevergoeding ten bedrage van 50.800 euro overeenkomstig het schadebeding van 10 pct. van de verkoopprijs; - het schadebeding een louter vergoedend en bijgevolg geoorloofd karakter heeft; - de eisers dit beding echter niet in redelijkheid uitoefenen, gelet op de feitelijke omstandigheden dat: - de echtgenote van de eerste verweerder slechts 16 dagen na de ondertekening van de onderhandse verkoopovereenkomst is overleden ingevolge een ongeval; - de koop dientengevolge elke zin had verloren, met alle kosten van dien; - de eisers onmiddellijk op de hoogte waren; - de verweerders hebben voorgesteld om de verkoopovereenkomst te ontbinden en de daadwerkelijk gemaakte kosten te vergoeden; - de eisers evenwel hebben vastgehouden aan de contractueel bepaalde schadevergoeding; - de eisers onderhavig geding zijn gestart met het oog op eerst gedwongen uitvoering van de verkoopovereenkomst en nadien de ontbinding ervan met integrale schadevergoeding; - gelet op het plotse overlijden van een van de kopers kort na de ondertekening van de onderhandse verkoopovereenkomst de toekenning van de contractueel bepaalde schadevergoeding kennelijk onredelijk zou zijn; - die vergoeding voor de eisers een voordeel zou opleveren dat disproportioneel is met het nadeel aan de zijde van de verweerders ingeval van gedwongen uitvoering van de verkoopovereenkomst; - de eisers een ruime schadevergoeding zouden opstrijken en de woning opnieuw te koop kunnen stellen; - de verweerders onmiddellijk na het overlijden hebben getracht schadebeperkend op te treden door een meer dan redelijk voorstel te doen aan de verkopers die echter voet bij stuk hielden; - de eisers die op een rigide wijze aanspraak maken op een integrale vergoeding op basis van potentieel voorzienbare schade, handelen op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening van dergelijk schadebeding door een bedachtzame en redelijk schuldeiser geplaatst in dezelfde omstandigheden.
  16. De appelrechter kon op grond van voormelde redenen, noch afzonderlijk noch in hun geheel genomen wettig oordelen dat de eisers bij de uitoefening van het schadebeding rechtsmisbruik pleegden. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 20 januari 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230120.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230512.1N.2 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.9 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010126.2 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041022.20 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051212.6 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090309.9 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100208.4 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101001.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.