← België

T. contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 De toekenning, na echtscheiding van een onderhoudsuitkering aan de behoeftige ex-echtgenoot onderstelt een onevenwicht in de respectieve globale economische situatie van beide ex-echtgenoten

meer precies het geheel van hun inkomsten, hun mogelijkheden om inkomsten te verwerven

hun lasten; de minst begoede of economisch zwakste ex-echtgenoot is behoeftig in de zin van artikel 301, § 2, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek

kan bijgevolg aanspraak maken op een onderhoudsuitkering na echtscheiding ten laste van meest begoede of economisch sterkste ex-echtgenoot onder de voorwaarden van artikel 301, § 3, Oud Burgerlijk Wetboek. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING

SCHEIDING VAN TAFEL

BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de echtgenoten Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 301, § 2, eerste lid,

§ 3

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 2 - 3 Uit de artikel 301, § 2, eerste lid,

§ 3

, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek volgt dat de familierechter bij het vaststellen van de onderhoudsuitkering na echtscheiding niet alleen rekening kan houden met de terugval van de economische situatie van de uitkeringsgerechtigde ex-echtgenoot die het gevolg is van de keuzes die de echtgenoten tijdens het samenleven hebben gemaakt, maar dat hij, indien daartoe bijzondere redenen voorhanden zijn, zoals de lange duur van het huwelijk of de hoge leeftijd van de uitkeringsgerechtigde ex-echtgenoot, ook rekening kan houden met de aanzienlijke terugval van zijn economische situatie wegens de echtscheiding

(1).
(1)Cass. 6 oktober 2017, AR C.16.397.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171006.3, AC 2017, nr. 529; Cass. 6 maart 2014, AR C.12.0184.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140306.7, AC 2014, nr. 178. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING

SCHEIDING VAN TAFEL

BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de echtgenoten Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 301, § 2, eerste lid,

§ 3

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: LEVENSONDERHOUD Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 301, § 2, eerste lid,

§ 3

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 4 - 5 Hoewel de familierechter, bij het bepalen van het bedrag van de onderhoudsuitkering na echtscheiding, rekening kan houden met de levensstandaard van de partijen tijdens het huwelijk, heeft die uitkering niet tot doel de onderhoudsgerechtigde ex-echtgenoot eenzelfde levensstandaard als tijdens het samenleven te waarborgen

(1).
(1)Cass. 6 oktober 2017, AR C.16.397.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171006.3, AC 2017, nr. 529; Cass. 6 maart 2014, AR C.12.0184.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140306.7, AC 2014, nr. 178. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING

SCHEIDING VAN TAFEL

BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de echtgenoten Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 301, § 2, eerste lid,

§ 3

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: LEVENSONDERHOUD Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 301, § 2, eerste lid,

§ 3, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr.

C.22.0242.N B.T., eiser, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen J.B., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 28 maart

  1. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 15 november 2022 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  2. Krachtens artikel 301, § 2, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek kan de familierechter op verzoek van een behoeftige ex-echtgenoot een onderhoudsuitkering na echtscheiding toekennen ten laste van de andere ex-echtgenoot. De toekenning van dergelijke alimentatie onderstelt een onevenwicht in de respectieve globale economische situatie van beide ex-echtgenoten

meer precies het geheel van hun inkomsten, hun mogelijkheden om inkomsten te verwerven

hun lasten. De minst begoede of economisch zwakste ex-echtgenoot is behoeftig in de zin van voormelde wetsbepaling

kan bijgevolg aanspraak maken op een onderhoudsuitkering na echtscheiding ten laste van meest begoede of economisch sterkste ex-echtgenoot onder de voorwaarden van artikel 301, § 3, Oud Burgerlijk Wetboek. 2. Krachtens artikel 301, § 3, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek legt de familierechter het bedrag van de onderhoudsuitkering vast die ten minste de staat van behoefte van de uitkeringsgerechtigde moet dekken. Het tweede lid vervolgt dat de familierechter rekening houdt met de inkomsten

mogelijkheden van de ex-echtgenoten

met de aanzienlijke terugval van de economische situatie van de uitkeringsgerechtigde ex-echtgenoot. Om die terugval te waarderen, baseert de rechter zich met name op de duur van het huwelijk, de leeftijd van partijen, hun gedrag tijdens het huwelijk inzake de organisatie van hun noden

het ten laste nemen van de kinderen tijdens het samenleven of daarna. De familierechter kan indien nodig beslissen dat de uitkering degressief zal zijn

in welke mate. Uit voormelde bepalingen volgt dat de familierechter bij het vaststellen van de onderhoudsuitkering na echtscheiding niet alleen rekening kan houden met de terugval van de economische situatie van de uitkeringsgerechtigde ex-echtgenoot die het gevolg is van de keuzes die de echtgenoten tijdens het samenleven hebben gemaakt, maar dat hij, indien daartoe bijzondere redenen voorhanden zijn, zoals de lange duur van het huwelijk of de hoge leeftijd van de uitkeringsgerechtigde ex-echtgenoot, ook rekening kan houden met de aanzienlijke terugval van zijn economische situatie wegens de echtscheiding. Hoewel de familierechter zodoende, bij het bepalen van het bedrag van de onderhoudsuitkering na echtscheiding, rekening kan houden met de levensstandaard van de partijen tijdens het huwelijk, heeft die uitkering niet tot doel de onderhoudsgerechtigde ex-echtgenoot eenzelfde levensstandaard als tijdens het samenleven te waarborgen. 3. Mede met overname van de redenen van de eerste rechter stelt de appelrechter vast

oordeelt hij dat: - de verweerster behoeftig is in de zin van artikel 301, § 2, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek, gelet op het onevenwicht in de respectieve globale economische situatie van beide ex-echtgenoten

meer precies de vervangings- dan wel pensioeninkomsten van de eiser

het pensioen van de verweerster; - de analyse van die situatie immers leert dat de verweerster de minst begoede of economisch zwakste ex-echtgenoot is

de eiser de meest begoede of economisch sterkste ex-echtgenoot, “zodat [de verweerster] principieel onderhoudsgerechtigd is ten aanzien van [de eiser]”; - de verweerster bovendien “in een staat van behoefte verkeert, die minstens gedeeltelijk een gevolg is van een terugval van haar economische situatie in verhouding tot deze tijdens het huwelijk”; - de verweerster inderdaad “gezien in het economisch kader van tijdens het samenleven

rekening houdend met de ernstige terugval die [de verweerster] kent door de echtscheiding, (…) als behoeftige partij [dient] aanzien te worden”. 4. De appelrechter die op grond van deze redenen met bevestiging van het beroepen vonnis de eiser veroordeelt tot betaling aan de verweerster van een onderhoudsuitkering na echtscheiding zonder de staat van behoefte in de zin van artikel 301, § 3, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek nader te onderzoeken

zonder bijzondere redenen vast te stellen die toelaten ook rekening te houden met de aanzienlijke terugval van de economische situatie van de verweerster wegens de echtscheiding, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan

laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit raadsheer Bart Wylleman, als waarnemend voorzitter,

de raadsheren Ilse Couwenberg

Sven Mosselmans,

in openbare rechtszitting van 23 januari 2023 uitgesproken door raadsheer Bart Wylleman, als waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230123.3N.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140306.7 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171006.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.