id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230124.2N.10 Rolnummer: P.22.1493.N Zaak: V. contra M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2023-03-29 Raadplegingen: 723 - laatst gezien 2026-06-18 22:48 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 In de regel moet een partij in een strafprocedure onbeperkte toegang krijgen tot het ganse strafdossier, met inbegrip van alle overtuigingsstukken waar die ook zijn neergelegd en daartoe behoort alle informatie die mogelijk relevant is voor de uitkomst van de zaak, in zoverre deze de betrokken partij aanbelangt; het recht van een partij op die informatie is echter niet absoluut en kan in bepaalde gevallen worden beperkt om de rechten van derden of het openbaar belang te beschermen. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Fiches 2 - 7 De door de burgerlijke partij gelaste onderzoeksrechter en de politieambtenaren die meewerken aan het gerechtelijk onderzoek, worden vermoed loyaal op te treden en die loyaliteit houdt in dat, wanneer de onderzoeksrechter en de politieambtenaren een selectie maken tussen relevante en niet-relevante informatie, wat zij kunnen doen indien geconfronteerd met de vondst van een massa gediversifieerde gegevens op in beslag genomen gegevensdragers, die selectie betrouwbaar is tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt; de onderzoeksrechter kan op basis van die selectie ook beslissen dat enkel bepaalde teruggevonden informatie, in het bijzonder informatie die relevant is voor de waarheidsvinding in het kader van het onderzoek, verder wordt geëxploiteerd dan wel wordt gekopieerd met het oog op de terbeschikkingstelling ervan aan de rechter en de partijen, terwijl andere teruggevonden informatie die kennelijk niet relevant is, niet verder wordt geëxploiteerd, bewaard of gekopieerd en het enkele feit dat een partij niet zelf alle informatie op tijdens het onderzoek in beslag genomen gegevensdragers heeft kunnen consulteren, houdt dan ook geen miskenning in van haar recht van verdediging, met inbegrip van haar recht op tegenspraak en op wapengelijkheid; de rechter oordeelt op grond van de concrete gegevens van de zaak onaantastbaar of een partij op grond van de overtuigingsstukken en de daarop terug te vinden informatie die zij heeft kunnen consulteren, de mogelijkheid heeft gehad om zonder redelijke beperking haar eisen te stellen of haar verweer te voeren en het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk te verantwoorden zijn
(1).
(1)Cass. 10 januari 2023, AR P.22.1076.N, AC 2023, nr. 19, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.4; Zie Cass. 8 november 2022, AR P.22.0825.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.10, AC 2023, nr. 708, met concl. van advocaat-generaal B. DE SMET, ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221108.2N.10; EHRM 25 juli 2019, nr. 1586/15, Rook t. Duitsland, nrs. 55-
- Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen ONDERZOEKSRECHTER POLITIE RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Tekst van de beslissing Nr. P.22.1493.N J. V. M., burgerlijke partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen S. S. R. M., inverdenkinggestelde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen houdende het recht van verdediging, het recht op tegenspraak en de wapengelijkheid: het arrest beslist ten onrechte en op grond van onwettige redenen dat het recht van verdediging van de eiser niet is miskend omdat de eiser naar het oordeel van de appelrechters alle relevante informatie heeft kunnen consulteren; een partij moet alle overtuigingsstukken die deel uitmaken van het strafdossier zelf kunnen analyseren en controleren door inzage en afschrift ervan te kunnen nemen; het betreft zowel overtuigingsstukken die de rechter in het strafdossier kan consulteren als onderliggende overtuigingsstukken waarvan de rechter slechts onrechtstreeks kennis neemt via de beschrijving en commentaren in de processen-verbaal van de verbalisanten; het arrest ontneemt aan de eiser de mogelijkheid om, met respect voor het recht op privacy van de verweerster, toegang, inzage en kopie te nemen van alle overtuigingsstukken die ter gelegenheid van een huiszoeking bij de verweerster in beslag zijn genomen, meer bepaald van de in beslag genomen harde schijven van de computers van de verweerster waarop volgens de verbalisanten geen relevante informatie over de telastleggingen stond.
- Het arrest stelt niet vast dat de eiser heeft gevraagd alle in beslag genomen overtuigingsstukken te mogen consulteren met respect voor het recht op privacy van de verweerster. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- In de regel moet een partij in een strafprocedure onbeperkte toegang krijgen tot het ganse strafdossier, met inbegrip van alle overtuigingsstukken waar die ook zijn neergelegd. Daartoe behoort alle informatie die mogelijk relevant is voor de uitkomst van de zaak, in zoverre deze de betrokken partij aanbelangt. Het recht van een partij op die informatie is echter niet absoluut en kan in bepaalde gevallen worden beperkt om de rechten van derden of het openbaar belang te beschermen.
- De door de burgerlijke partij gelaste onderzoeksrechter en de politieambtenaren die meewerken aan het gerechtelijk onderzoek, worden vermoed loyaal op te treden. Die loyaliteit houdt in dat, wanneer de onderzoeksrechter en de politieambtenaren een selectie maken tussen relevante en niet-relevante informatie, wat zij kunnen doen indien geconfronteerd met de vondst van een massa gediversifieerde gegevens op in beslag genomen gegevensdragers, die selectie betrouwbaar is tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. De onderzoeksrechter kan op basis van die selectie ook beslissen dat enkel bepaalde teruggevonden informatie, in het bijzonder informatie die relevant is voor de waarheidsvinding in het kader van het onderzoek, verder wordt geëxploiteerd dan wel wordt gekopieerd met het oog op de terbeschikkingstelling ervan aan de rechter en de partijen, terwijl andere teruggevonden informatie die kennelijk niet relevant is, niet verder wordt geëxploiteerd, bewaard of gekopieerd. Het enkele feit dat een partij niet zelf alle informatie op tijdens het onderzoek in beslag genomen gegevensdragers heeft kunnen consulteren, houdt dan ook geen miskenning in van haar recht van verdediging, met inbegrip van haar recht op tegenspraak en op wapengelijkheid.
- De rechter oordeelt op grond van de concrete gegevens van de zaak onaantastbaar of een partij op grond van de overtuigingsstukken en de daarop terug te vinden informatie die zij heeft kunnen consulteren, de mogelijkheid heeft gehad om zonder redelijke beperking haar eisen te stellen of haar verweer te voeren. Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk te verantwoorden zijn.
- Het arrest verwijst eerst naar redenen van het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van 28 september 2021, waaruit blijkt dat alle bij de verweerster aangetroffen computers en gegevensdragers werden onderzocht, dat alle computers en gegevensdragers waarop aanwijzingen in verband met de telastleggingen werden gevonden ook effectief in beslag werden genomen en grondig werden onderzocht en dat de exploitatie van bepaalde gegevensdragers uitwijst dat daarop geen aanwijzingen in verband met de telastleggingen werden teruggevonden. Het oordeelt verder dat een politie-inspecteur op vraag van de onderzoeksrechter heeft verduidelijkt dat de teruggevonden relevante informatie is gebrand op 17 neergelegde dvd’s en dat geen forensische kopie werd bewaard van gegevensdragers waarop geen relevante informatie werd teruggevonden. Het oordeelt vervolgens als volgt: - rekening houdende met al het voorgaande en na een grondige lezing van de desbetreffende opgestelde processen-verbaal zijn de appelrechters van oordeel dat het niet aannemelijk wordt gemaakt dat de verbalisanten het in beslag genomen ICT-materiaal niet volledig hebben onderzocht. Al het relevante materiaal dat werd aangetroffen met betrekking tot het voorliggende strafdossier, met name in verband met de overeenkomst van 1 januari 2017, staat uitgebreid vermeld in het navolgend proces-verbaal GE.L7.007234/2020; - de irrelevante gegevens hebben ongetwijfeld betrekking op persoonlijke aangelegenheden (bv: map ‘broersenzussen’; mappen aangaande de vennootschappen van de verweerster, map ‘dossier echtscheiding’, foto’s, video’s) waarmee de eiser geen uitstaans heeft aangezien deze geen betrekking hebben op de feiten die het voorwerp van de betwisting zijn. Anders oordelen zou een miskenning van het privéleven van de verweerster kunnen veroorzaken; - de onderzoeksrechter bepaalt welke onderzoekshandelingen er dienen te worden uitgevoerd en hoe het consulteerbare dossier wordt samengesteld. De procedure bepaald in artikel 61quinquies Wetboek van Strafvordering werd daarenboven volledig uitgeput. De motieven zoals aangehaald in het voormelde arrest van 28 september 2021 blijven onverkort gelden; - de eiser heeft alle relevante informatie kunnen consulteren; - er is naar het oordeel van de appelrechters hoegenaamd geen miskenning van de rechten van de eiser; - het komt eerder naar voor dat de eiser het nodeloos rekken van deze zaak op het oog heeft, mede gelet op de hangende burgerlijke procedure; - de voorliggende stukken van het strafdossier volstaan om de appelrechters toe te laten zich een oordeel te vormen over het al dan niet bestaan van afdoende schuldaanwijzingen inzake de telastleggingen A, B en C.
- Op grond van het geheel van die redenen, die niet onwettig zijn maar beoordelingscriteria uitmaken waarop de kamer van inbeschuldigingstelling haar beslissing in het concrete geval kan steunen, kunnen de appelrechters wettig oordelen dat het recht van verdediging van de eiser niet is miskend doordat hij niet alle in beslag genomen harde schijven heeft kunnen consulteren die bij de verweerster zijn aangetroffen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het in zoverre niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 100,51 euro, waarvan 65,51 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 24 januari 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230124.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.10 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221108.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240618.2N.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div