← België

Industrial Refining Company contra BELGISCHE STAAT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230127.1N.11 Rolnummer: F.22.0070.N Zaak: Industrial Refining Company contra BELGISCHE STAAT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2023-02-16 Raadplegingen: 1039 - laatst gezien 2026-06-18 13:10 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230127.1N.11 Fiche De aanvraag tot inzage en de, zelfs herhaalde, inzage van een gerechtsdossier door de administratie, met toepassing van artikel 327 WIB92, is geen onderzoeking in de zin van artikel 333 WIB92, zelfs wanneer deze inzage betrekking heeft op een bepaalde belastingplichtige

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Belastingaangifte Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Artt. 327 en 333 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.22.0070.N INDUSTRIAL REFINING COMPANY nv, met zetel te 2018 Antwerpen, Van Leriusstraat 25, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0426.598.575, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Daniel Garabedian, advocaat bij het Hof van Cassa-tie, met kantoor te 1000 Bussel, Goedheidsstraat 5, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directie AABBI Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Ellermanstraat 21, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschou-wer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 26 oktober
  1. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 28 december 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. III. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier midde-len aan. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Vierde middel
  2. Krachtens artikel 333, eerste lid, WIB92, zoals hier van toepassing, kan de administratie, onverminderd de bevoegdheden die haar bij de artikelen 351 tot 354 zijn toegekend, de in Titel VII, hoofdstuk III, bedoelde onderzoekingen ver-richten en belastingen of aanvullende aanslagen eventueel vestigen, zelfs wan-neer de aangifte van de belastingplichtige reeds werd aangenomen en de desbe-treffende belastingen reeds werden betaald. De bedoelde onderzoekingen mogen krachtens artikel 333, tweede lid, WIB92, zoals hier van toepassing, zonder voorafgaande kennisgeving aan de belasting-plichtige worden verricht gedurende het belastbaar tijdperk evenals in de termijn bedoeld in artikel 354, eerste lid, en in de termijn bedoeld in artikel 354, vierde lid, WIB
  3. Op voorwaarde dat de administratie de belastingplichtige vooraf schriftelijk en op nauwkeurige wijze kennis heeft gegeven van de aanwijzingen inzake belas-tingontduiking die te zijnen aanzien bestaan voor het bedoelde tijdperk, mogen de bedoelde onderzoekingen bovendien krachtens artikel 333, derde lid, WIB92, zoals hier van toepassing, worden verricht gedurende de in artikel 354, tweede lid, bedoelde aanvullende termijn van vier jaar. Die voorafgaande kennisgeving is voorgeschreven op straffe van nietigheid.
  4. De aanvraag tot inzage en de, zelfs herhaalde, inzage van een gerechtsdos-sier door de administratie, met toepassing van artikel 327 WIB92, is geen onder-zoeking in de zin van artikel 333 WIB92, zelfs wanneer deze inzage betrekking heeft op een bepaalde belastingplichtige. Het middel dat geheel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 485,18 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 27 januari 2023 uitgesproken door sectievoorzit-ter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230127.1N.11 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230127.1N.11 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250425.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.