← België

ESPA NV contra BELGISCHE STAAT, FINANCIËN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230127.1N.13 Rolnummer: F.22.0032.N Zaak: ESPA NV contra BELGISCHE STAAT, FINANCIËN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Belastingrecht Invoerdatum: 2023-02-16 Raadplegingen: 799 - laatst gezien 2026-06-18 14:37 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230127.1N.13 Fiches 1 - 2 Het algemeen rechtsbeginsel tot eerbiediging van het recht van verdediging wordt miskend wanneer een rechter zijn beslissing laat steunen op elementen waarvan de partijen, gelet op het verloop van het debat, niet dienden te verwachten dat de rechter ze in zijn oordeel zou betrekken en waarover zij geen tegenspraak hebben kunnen voeren

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Fiche 3 Door te oordelen dat, aangezien de omzetberekening, die in de thans nog voorliggende zaak inzake btw dezelfde is als die inzake directe belastingen, op het vlak van de directe belastingen definitief is rekening houdend met het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 3 mei 2011 en het arrest van het Hof van 19 december 2013, dat zij gebonden zijn door die omzetberekening en het resultaat ervan en deze omzetberekening, het resultaat ervan en het omzetverschil in de betwisting inzake btw niet meer kunnen worden onderzocht op het al dan niet willekeurig zijn ervan omdat ze definitief vaststaan, steunen de appelrechters hun beslissing op een element waarvan de partijen, gelet op het verloop van het debat, niet dienden te verwachten dat zij het in hun oordeel zouden betrekken en waarover zij geen tegenspraak hebben kunnen voeren, en miskennen zij bijgevolg het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Tekst van de beslissing Nr. F.22.0032.N ESPA nv, met zetel te 3530 Houthalen-Helchteren, Industriepark Centrum-Zuid 2043, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0401.296.522, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Ontvanger van het tweede ontvangkantoor van BTW te Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 17 maart 2021, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 19 december
  1. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 28 december 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Het algemeen rechtsbeginsel tot eerbiediging van het recht van verdediging wordt miskend wanneer een rechter zijn beslissing laat steunen op elementen waarvan de partijen, gelet op het verloop van het debat, niet dienden te verwachten dat de rechter ze in zijn oordeel zou betrekken en waarover zij geen tegenspraak hebben kunnen voeren.
  3. Het Hof heeft in zijn arrest van 19 december 2013 geoordeeld dat het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 3 mei 2011 de regels inzake het tegenbewijs op het vlak van de btw heeft geschonden door de door de eiseres geformuleerde grieven ten aanzien van de schuld in de belasting over de toegevoegde waarde te verwerpen op grond van argumenten die louter zijn gebaseerd op de wettelijke regeling inzake inkomstenbelastingen.
  4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de partijen voor de appelrechters hebben aangevoerd dat de omzetberekening inzake btw dezelfde is als de omzetberekening inzake de vennootschapsbelasting en dat de appelrechters derhalve gebonden zijn door het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 3 mei 2011 met betrekking tot de omzetberekening in de vennootschapsbelasting.
  5. Door te oordelen dat, aangezien de omzetberekening, die in de thans nog voorliggende zaak inzake btw dezelfde is als die inzake directe belastingen, op het vlak van de directe belastingen definitief is rekening houdend met het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 3 mei 2011 en het arrest van het Hof van 19 december 2013, dat zij gebonden zijn door die omzetberekening en het resultaat ervan en deze omzetberekening, het resultaat ervan en het omzetverschil in de betwisting inzake btw niet meer kunnen worden onderzocht op het al dan niet willekeurig zijn ervan omdat ze definitief vaststaan, laten de appelrechters hun beslissing steunen op een element waarvan de partijen, gelet op het verloop van het debat, niet dienden te verwachten dat zij het in hun oordeel zouden betrekken en waarover zij geen tegenspraak hebben kunnen voeren. Zij miskennen bijgevolg het algemeen rechtsbeginsel tot eerbiediging van het recht van verdediging. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 27 januari 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230127.1N.13 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230127.1N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.