← België

A. contra B.S., staatssecretaris Asiel&Migratie

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230131.2N.3 Rolnummer: P.22.1645.N Zaak: A. contra B.S., staatssecretaris Asiel&Migratie Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-02-03 Raadplegingen: 539 - laatst gezien 2026-06-15 08:01 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche De artikelen 7 en 27 Vreemdelingenwet bevatten onderscheiden rechtsgronden die elk afzonderlijk de opsluiting van een vreemdeling kunnen verantwoorden; een beslissing tot heropsluiting van een vreemdeling die zich heeft verzet tegen zijn bevolen repatriëring, is aldus geen beslissing tot verlenging van een eerder genomen beslissing tot vasthouding genomen om repatriëring mogelijk te maken, maar een nieuwe beslissing tot opsluiting op een andere rechtsgrond en gesteund op andere feiten en met een beslissing tot heropsluiting gesteund op artikel 27, § 3, Vreemdelingenwet, wordt een verlenging van een beslissing genomen met toepassing van artikel 7 Vreemdelingenwet niet vermeden of omzeild maar wordt een wettig gevolg gegeven aan nieuwe feiten. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Wettelijke bepalingen: Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Artt. 7 en 27 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1645.N A. A. O., vreemdeling, vastgehouden, eiser, met als raadsman mr. Herman Baron, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris bevoegd voor Asiel en Migratie, met kantoor te 1000 Brussel, Pachecolaan 44, vrijwillig tussenkomende partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 november

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 7, derde tot achtste lid en 29, tweede lid, Vreemdelingenwet: het arrest oordeelt ten onrechte dat door de heropsluiting de tellers op nul worden gezet; ook bij een heropsluiting dient een beslissing van verlenging van de vorige vrijheidsberoving te worden genomen overeenkomstig artikel 7, vijfde lid, Vreemdelingenwet; de vordering tot heropsluiting van 5 oktober 2022 kan niet aangenomen worden als een maatregel van verlenging van de vrijheidsberoving, die genomen moet worden overeenkomstig artikel 7, vijfde lid en artikel 29, tweede lid, Vreemdelingenwet; de eiser dient bijgevolg in vrijheid te worden gesteld.
  3. Het arrest neemt de administratieve beslissing van 5 oktober 2022 niet aan als een verlenging van de beslissing van 17 augustus
  4. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  5. Krachtens artikel 7 Vreemdelingenwet kan de vreemdeling die naar de grens moet worden geleid, worden vastgehouden voor de tijd die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de maatregel. Krachtens artikel 27, § 1, Vreemdelingenwet kan de vreemdeling die geen gevolg heeft gegeven aan een bevel om het grondgebied te verlaten met dwang worden geleid naar de grens. Krachtens artikel 27, § 3, Vreemdelingenwet kan de bedoelde vreemdeling, wanneer hij de voorbereiding van de terugkeer- of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert tijdens de periode die voor de uitvoering van de maatregel tot verwijdering strikt noodzakelijk is, te dien einde worden opgesloten.
  6. Deze wetsbepalingen bevatten onderscheiden rechtsgronden die elk afzonderlijk de opsluiting van een vreemdeling kunnen verantwoorden. Een beslissing tot heropsluiting van een vreemdeling die zich heeft verzet tegen zijn bevolen repatriëring, is aldus geen beslissing tot verlenging van een eerder genomen beslissing tot vasthouding genomen om repatriëring mogelijk te maken, maar een nieuwe beslissing tot opsluiting op een andere rechtsgrond en gesteund op andere feiten. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Met een beslissing tot heropsluiting gesteund op artikel 27, § 3, Vreemdelingenwet, wordt een verlenging van een beslissing genomen met toepassing van artikel 7 Vreemdelingenwet niet vermeden of omzeild maar wordt een wettig gevolg gegeven aan nieuwe feiten. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Peter Hoet, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 31 januari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Peter Hoet, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230131.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.