← België

G. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 504q

uater - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: INFORMATICA Wettelijke bepalingen:

Art. 504q

uater - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN Wettelijke bepalingen:

Art. 504q

uater - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 4 - 5 De rechter die de door een burgerlijke partij gevraagde schadevergoeding verwerpt omdat die burgerlijke partij door haar fout heeft bijgedragen tot haar eigen schade, moet daarmee geen rekening houden bij de straftoemeting. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Tekst van de beslissing Nr. P.22.1368.N E. G., alias G. E., alias G. E., alias E. G., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Filip Liebaut, advocaat bij de balie Dendermonde, tegen

  1. V. V.,
  2. S. V. D.,
  3. D. V.,
  4. M. W.,
  5. Heidi DE CAUWER, met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Houten Schoen 14, in haar hoedanigheid van curator van het faillissement DAGBLADHANDEL VERMEIRE bv,
  6. DERBY nv, met zetel te 1160 Oudergem, Waverse Steenweg 1100,
  7. J. M., burgerlijke partijen, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 26 september
  8. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
  9. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de memorie van de eiser ter kennis van de verweerders is gebracht, zoals nochtans vereist door artikel 429, vierde lid, Wetboek van Strafvordering. In zoverre de memorie ook betrekking heeft op de beslissingen van het arrest over de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders, is zij niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  10. Het arrest spreekt de eiser vrij van de telastleggingen A.12 tot A.16, A.18, A.20 tot A.26, A.30, A.32, A.34 tot A.37, A.41 tot A.45, A.47, A.53, A.54, A.56, A.60, A.61, A.70, A.71, A.77, A.81, A.84 en A.
  11. In zoverre gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  12. Het arrest verklaart de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders 3 en 4 niet gegrond. De eiser heeft geen belang om hiertegen op te komen.
  13. Het arrest is ten aanzien van de verweersters 1 en 5 bij verstek gewezen en is vatbaar voor verzet. Overeenkomstig artikel 424 Wetboek van Strafvordering kan de eiser zijn cassatieberoep tegen de beslissingen over de burgerlijke rechtsvorderingen van die verweersters slechts instellen na de termijn van verzet.
  14. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het cassatieberoep is betekend aan de verweerders 2, 6 en 7, zoals nochtans vereist door artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.
  15. In zoverre gericht tegen de beslissingen over de burgerlijke rechtsvorderingen, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Eerste middel
  16. Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 29, eerste lid, 195 en 211 Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging, waaronder het recht op wapengelijkheid en het recht op tegenspraak: de appelrechters geven ten onrechte geen bericht aan de procureur des Konings van de misdrijven die zij hebben vastgesteld in de gokkantoren waar de eiser de hem verweten feiten heeft gepleegd; uit de gegevens van het strafdossier die de appelrechters bijtreden, blijkt nochtans dat artikel 58 Kansspelwet werd overtreden doordat spelers werden toegelaten op krediet te spelen en dat te hoge inzetten per speler en per dag werden aanvaard; zodoende heeft de eiser geen tegenspraak kunnen voeren over die misdrijven en is het vermoeden van onschuld miskend.
  17. Het arrest stelt niet vast dat in de gokkantoren en krantenwinkels waar de feiten hebben plaatsgevonden, artikel 58 Kansspelwet is overtreden, noch dat er een ander wanbedrijf of een andere misdaad is gepleegd. Dat blijkt evenmin uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  18. De rechter die niet vaststelt dat hij kennis krijgt van het bestaan van een misdaad of een wanbedrijf, moet niet motiveren waarom hij artikel 29, eerste lid, Wetboek van Strafvordering niet toepast. In zoverre faalt het middel naar recht.
  19. De aangevoerde miskenning van het recht van verdediging van de eiser is afgeleid uit de hiervoor vergeefs aangevoerde onwettigheid. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Tweede middel
  20. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 504quater, § 1, Strafwetboek en de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering: het arrest verklaart de eiser ten onrechte schuldig aan informaticabedrog; de eiser heeft geen daden van ongeoorloofde gegevensmanipulatie ten aanzien van een machine gesteld en dat wordt ook niet bewezen; de uitbaters van de kansspelen hebben enkel de gevraagde weddenschappen aangenomen via een alleen door henzelf te manipuleren kassaterminal, zonder dat de eiser vóór het afsluiten van de weddenschappen effectief een financiële transactie ter betaling van de inzetten heeft uitgevoerd; het louter indienen van de weddenschapsgegevens op een speelterminal houdt geen manipulatie in van de normale aanwending van gegevens in een informaticasysteem; het arrest bevat geen motivering die enige gegevensmanipulatie en inbreuk op artikel 504quater Strafwetboek door de eiser kan staven.
  21. Het in artikel 504quater Strafwetboek bepaalde wanbedrijf stelt diegene strafbaar die met bedrieglijk opzet beoogt een onrechtmatig economisch voordeel voor zichzelf of voor een ander te verwerven door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, in een informaticasysteem in te voeren, te wijzigen, te wissen of met enig ander technologisch middel de normale aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen.
  22. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 504quater Strafwetboek blijkt dat het begrip informaticasysteem slaat op alle systemen voor de opslag, verwerking of overdracht van gegevens, dit zijn voorstellingen van informatie die geschikt zijn voor opslag, verwerking en overdracht via een informaticasysteem. De begrippen invoeren, wijzigen of wissen zijn daarentegen niet nader bepaald en dienen bijgevolg in hun normale taalkundige betekenis te worden begrepen.
  23. Hieruit volgt dat de persoon die in een computerterminal gegevens invoert die vereist zijn voor het spelen van een door een gokinrichting aangeboden gokspel of weddenschap, waaronder het invoeren van het bedrag van de inzet, terwijl die persoon in werkelijkheid geen spel van winst of verlies wil spelen maar van meet af aan enkel gebeurlijke winst wil innen en gebeurlijk verlies wil ontduiken door bedrieglijk de inzet niet te betalen, strafbaar is op grond van artikel 504quater Strafwetboek. Dat de gegevensinvoer nadien nog een aanvaarding of een gegevensmanipulatie door de exploitant van de inrichting vereist, speelt geen rol. Evenmin wordt de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de vermelde persoon weggenomen door de eventuele fout van de exploitant die erin bestaat zich niet te vergewissen van de effectieve betaling van de inzet vóór het spel. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  24. Het arrest (p. 31-36) heromschrijft de feiten van de telastleggingen A.1, A.2, A.4, A.5, A.6, A.9, A.11, A.28, A.29, A.31, A.40, A.46, A.49, A.51, A.52, A.55, A.58, A.59, A.62 tot A.68, A.74 tot A.76, A.79, A.80, A.82 en A.83 naar informaticabedrog als bedoeld in artikel 504quater Strafwetboek en het verklaart die aldus heromschreven telastleggingen bewezen lastens de eiser op grond van onder meer de volgende redenen: - de vermelde telastleggingen hebben betrekking op weddenschappen die telkens door één van de beklaagden zelf, meestal de eiser, manueel werden ingevoerd in een computerterminal die in het gokkantoor of de krantenwinkel ter beschikking werd gesteld. Bij de telastlegging A.74 werd de weddenschap door de eiser geplaatst door middel van een ingevuld formulier dat hijzelf ter validatie in een spelterminal invoerde; - informaticabedrog zoals bedoeld in artikel 504quater Strafwetboek veronderstelt een gegevensmanipulatie waarbij met bedrieglijk opzet een onrechtmatig economisch voordeel wordt beoogd; - gegevensmanipulatie omvat het invoeren, wijzigen of wissen van gegevens in een informaticasysteem of het met enig ander technologisch middel veranderen van de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem; - bij de vermelde telastleggingen werd de weddenschap telkens geplaatst door het invoeren van gegevens in een informaticasysteem, namelijk het invoeren van de gekozen wedstrijd en het bedrag van de inzet in de gokterminal of het elektronisch valideren van het spelformulier; - een weddenschap is een kanscontract. Het is een wezenlijk onderdeel van een kanscontact dat eensdeels een inzet wordt geplaatst die men kan verliezen en anderdeels de kans op winst of verlies afhangt van een onzekere gebeurtenis. Door een weddenschap te plaatsen waarbij de inzet enkel zal worden betaald in geval van winst en er dus geen kans bestaat op verlies van de inzet, wordt op slinkse wijze het kanselement omzeild en streeft de speler een onrechtmatig economisch voordeel na, namelijk het plaatsen van een weddenschap zonder risico dat de inzet verloren gaat, maar met behoud van de kans op winst. Met die redenen, die het arrest nog verder aanvult met bijzonderheden in verband met de bedrieglijke handelwijzen van de eiser in de gedupeerde gokinrichtingen, is de beslissing regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  25. Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Derde middel
  26. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel Fraus omnia corrumpit: het arrest brengt het vermelde algemeen rechtsbeginsel niet in rekening bij de straftoemeting, terwijl het de toepassing ervan wel aanvaardt bij de beoordeling van de burgerlijke rechtsvorderingen van de uitbaters van de gokkantoren die een opzettelijke fout begingen door in strijd met de bepalingen van de Kansspelwetgeving aan spelers krediet te verlenen en een te hoge inzet per speler en per dag toe te laten.
  27. De rechter die de door een burgerlijke partij gevraagde schadevergoeding verwerpt omdat die burgerlijke partij door haar fout heeft bijgedragen tot haar eigen schade, moet daarmee geen rekening houden bij de straftoemeting. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  28. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling door de rechter van de aan de beklaagde op te leggen straf. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  29. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 242,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Peter Hoet, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 31 januari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Peter Hoet, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230131.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.