id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230203.BSAV.1 Rolnummer: P.23.0140.N Zaak: E. Kamer: BSAV - Bureau afdelingsvoorzitter Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-02-06 Raadplegingen: 1138 - laatst gezien 2026-06-16 13:43 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Een beslissing inzake bevoegdheid in de zin van artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering is een beslissing waarbij een rechter die kennis neemt van de strafvordering zich de bevoegdheid van een andere rechter toe-eigent of zich onbevoegd verklaart, waardoor er een geschil over nationale rechtsmacht ontstaat dat de rechtsgang belemmert en waaraan slechts met een regeling van rechtsgebied een einde kan worden gesteld; of er sprake is van een beslissing inzake bevoegdheid in de zin van artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering moet niet worden beslecht aan de hand van de benaming die partijen aan hun betwisting geven, maar wel aan de hand van het werkelijk voorwerp ervan
(1).
(1)Cass. 27 april 2021, AR P.21.0274.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.2, AC 2021, nr.
- Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Geschil inzake bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 420, tweede lid, 2° en 3° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Geschil inzake bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 420, tweede lid, 2° en 3° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 9 De beslissing waarbij de kamer van inbeschuldigingstelling oordeelt dat artikel 235ter Wetboek van Strafvordering niet onregelmatig is toegepast, dat de regeling van de rechtspleging doorgang kan vinden en dat er geen aanleiding is om de onderzoekselementen die zijn verkregen uit de inzage van het federaal opsporingsonderzoek en van het daarop volgende gerechtelijk onderzoek, alsook alle daarop geënte onderzoeksdaden, te weren, is geen beslissing inzake bevoegdheid als bedoeld door artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering en is evenmin een eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering of een beslissing als bedoeld door tweede lid, 2° en 3°, van dit artikel, zodat het cassatieberoep wegens voorbarigheid onontvankelijk in zoverre het is gericht tegen die beslissing. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Geschil inzake bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235ter en 420, eerste en tweede lid, 1°, 2° en 3° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Geschil inzake bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235ter en 420, eerste en tweede lid, 1°, 2° en 3° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235ter en 420, eerste en tweede lid, 1°, 2° en 3° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235ter en 420, eerste en tweede lid, 1°, 2° en 3° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235ter en 420, eerste en tweede lid, 1°, 2° en 3° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Geen eindbeslissing, toch onmiddellijk vatbaar voor cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235ter en 420, eerste en tweede lid, 1°, 2° en 3° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235ter en 420, eerste en tweede lid, 1°, 2° en 3° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0140.N Y. E. B., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Pieterjan Van Muysen, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Martelaarslaan 134, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 15 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Deze beschikking is gewezen bij toepassing van artikel 433 Wetboek van Strafvordering. Advocaat-generaal Alain Winants verleent een eensluidend advies. II. BESLISSING Beoordeling Afstand van het cassatieberoep
- De memorie van de eiser bevat onder de rubriek Ontvankelijkheid van het cassatieberoep (p. 5, laatste alinea) de volgende vermelding: “Met betrekking tot de volledigheid van het onderzoek, de bezwaren en de opgeworpen onregelmatigheden en nietigheden als bedoeld in artikel 131 van het Wetboek van Strafvordering is het ingestelde cassatieberoep voorbarig en deed de eiser in cassatie hiervan dan ook afstand zonder berusting middels een afzonderlijke akte van afstand.”
- Hoewel uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat de eiser een afzonderlijke akte heeft ingediend waarin deels afstand wordt gedaan van zijn cassatieberoep, moet de geciteerde vermelding in zijn memorie wordt begrepen als een afstand van het cassatieberoep in zoverre gericht tegen de beslissing van het arrest waarbij wordt geoordeeld dat eisers hoger beroep tegen de raadkamerbeschikking van 19 september 2022 die hem naar de correctionele rechtbank heeft verwezen onontvankelijk is voor wat betreft het middel dat de zaak niet in staat van wijzen is. Die afstand kan worden verleend. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest oordeelt dat het hoger beroep van de eiser tegen de raadkamerbeschikking van 19 september 2022 die hem naar de correctionele rechtbank heeft verwezen ontvankelijk maar ongegrond is voor wat betreft de ingeroepen onregelmatige toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering. Het bevestigt dan ook de beroepen beschikking die de eiser heeft verwezen naar de correctionele rechtbank.
- Een beslissing inzake bevoegdheid in de zin van artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering is een beslissing waarbij een rechter die kennis neemt van de strafvordering zich de bevoegdheid van een andere rechter toe-eigent of zich onbevoegd verklaart, waardoor er een geschil over nationale rechtsmacht ontstaat dat de rechtsgang belemmert en waaraan slechts met een regeling van rechtsgebied een einde kan worden gesteld.
- De vraag of er sprake is van een beslissing inzake bevoegdheid in de zin van artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering moet niet worden beslecht aan de hand van de benaming die partijen aan hun betwisting geven, maar wel aan de hand van het werkelijk voorwerp ervan.
- De beslissing waarbij de kamer van inbeschuldigingstelling oordeelt dat artikel 235ter Wetboek van Strafvordering niet onregelmatig is toegepast, dat de regeling van de rechtspleging doorgang kan vinden en dat er geen aanleiding is om de onderzoekselementen die zijn verkregen uit de inzage van het federaal opsporingsonderzoek en van het daarop volgende gerechtelijk onderzoek nr. 80/2019 van onderzoeksrechter V. L., alsook alle daarop geënte onderzoeksdaden, te weren, is anders dan door de eiser in zijn memorie wordt voorgehouden geen beslissing inzake bevoegdheid als bedoeld door artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering.
- Die beslissing is evenmin een eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering of een beslissing als bedoeld door tweede lid, 2° en 3°, van dit artikel.
- Het cassatieberoep is wegens voorbarigheid onontvankelijk in zoverre het is gericht tegen die beslissing. Middel
- Het middel dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord. Dictum Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep zoals vermeld. Verklaart het cassatieberoep voor het overige niet toelaatbaar. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 127,11 euro. Gewezen te Brussel op 3 februari
- PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230203.BSAV.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251021.2N.17 precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div