← België

T. contra C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230207.2N.11 Rolnummer: P.22.1507.N Zaak: T. contra C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-02-16 Raadplegingen: 763 - laatst gezien 2026-06-15 08:06 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Uit de artikelen 751 en 752 oud Burgerlijk Wetboek volgt dat een halfbroer van een overledene geroepen is tot zijn nalatenschap indien deze is overleden zonder nakomelingen; het arrest dat de klacht met burgerlijke partijstelling over diefstal ten nadele van de nalatenschap niet-ontvankelijk verklaart om reden dat de burgerlijke partij als halfbroer van de overledene geen daadwerkelijke materiële of morele schade aannemelijk maakt, zonder vast te stellen dat de overledene geen nakomelingen heeft, is niet naar recht verantwoord

(1).
(1)NOOT. Het bestreden arrest (K.I. Antwerpen) verklaart de klacht met burgerlijke partijstelling van eiser W.T. van in het begin niet-ontvankelijk omdat hij niet aantoont benadeeld te zijn door de feiten van diefstal ten nadele van de nalatenschap van zijn halfbroer A.T., overleden op 22 oktober
  1. Meer bepaald blijkt volgens het arrest niet dat eiser aanspraak kon maken op de nalatenschap van zijn halfbroer, omdat 1°de biologische vader van beiden nog in leven is, 2°eiser geen rechtstreekse erfgenaam is van de overledene, 3°er geen testament is opgesteld ten gunste van eiser en 4°er geen enkel contact was tussen de beide halfbroers. Het feit dat A.T. is overleden zonder nakomelingen werd niet vastgesteld, hoewel dit voor de aanspraak van een halfbroer op de nalatenschap van belang is, gelet op de bepalingen over het erfrecht van de nauwe zijverwanten, die de strafrechter bij betwisting daarover moet toepassen overeenkomstig de artikelen 15-18 V.T. Sv. Op moment van de feiten waren de artikelen 751 en 752 oud BW van toepassing. Deze bepalingen zijn met ingang van 1 juli 2022 opgeheven en vervangen door de artikelen 4.26 en 4.27 BW met eenzelfde strekking (Wet van 19 januari 2022 houdende boek 2, titel 3, "Relatievermogensrecht" en boek 4 "Nalatenschappen, schenkingen en testamenten" van het Burgerlijk Wetboek, BS 14 maart 2022, zie hierover A. VASTERSAVENDTS, “Artikel 751 en 752 BW”, in Erfenissen, schenkingen en testamenten, Kluwer, 5p.; T. VANDENDRIESSCHE, “Successieplanning tussen broers en zussen”, in Notarieel en Fiscaal Maandblad, Kluwer, 2003, 3-18). Voor wat betreft het overgangsrecht zie art. 1.2 B.W. (vroeger oud art. 2 oud BW), P. POPELIER, Toepassing van de wet in de tijd, APR 1999, 38-
  2. (BDS). Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 461 en 463 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 63 en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 751 en 752 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regelmatigheid van de procedure Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 461 en 463 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 63 en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 751 en 752 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ERFENISSEN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 461 en 463 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 63 en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 751 en 752 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: DIEFSTAL EN AFPERSING Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 461 en 463 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 63 en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 751 en 752 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Nota: Artt. 751 en 752 Oud Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing voor de inwerkingtreding van de artt. 4.26 en 4.27 Burgerlijk Wetboek. Tekst van de beslissing Nr. P.22.1507.N W. T., burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Wim Wagemakers, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2940 Stabroek, Kerkstraat 39B, waar de eiser woonplaats kiest, tegen T. C., inverdenkinggestelde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 oktober
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  4. Het middel voert schending aan van de artikelen 4.26 en 4.27, § 3, Burgerlijk Wetboek en de artikelen 751 en 752 oud Burgerlijk Wetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat de eiser geen rechtstreekse erfgenaam is van wijlen A. T. ; de eiser is als halfbroer van de erflater, wel degelijk een rechtstreekse erfgenaam, die aanspraak kan maken op een deel van de nalatenschap.
  5. Het hier toepasselijke artikel 751 oud Burgerlijk Wetboek bepaalt: “Indien vader en moeder van de persoon die zonder nakomelingschap gestorven is, hem hebben overleefd, worden zijn broeders en zusters of zij die hun plaats vervullen, slechts tot de helft van de nalatenschap geroepen. Zij worden tot drie vierden geroepen, indien alleen de vader of de moeder hem heeft overleefd.” Het hier toepasselijke artikel 752 oud Burgerlijk Wetboek bepaalt: “De verdeling van de helft of van drie vierden, die volgens het vorige artikel aan de broeders of zusters te beurt vallen, geschiedt onder hen in gelijke delen, indien zij allen dezelfde ouders hebben; indien zij niet dezelfde ouders hebben, wordt hetgeen zij erven in twee gelijke delen verdeeld tussen de vaderlijke en de moederlijke lijn van de overledene; volle broeders en zusters erven in beide lijnen, halve broeders en zusters van moederszijde en die van vaderszijde, ieder slechts in hun lijn; zijn er enkel broeders of zusters van één zijde, dan erven dezen alles, met uitsluiting van alle andere bloedverwanten van de andere lijn.”
  6. Uit deze wetsbepalingen volgt dat een halfbroer van een overledene geroepen is tot zijn nalatenschap indien deze is overleden zonder nakomelingen.
  7. Het arrest stelt vast dat de eiser de halfbroer is van A. T. (per vergissing wordt de voornaam W. vermeld in plaats van A.), die is overleden op 22 oktober
  8. Het arrest stelt niet vast dat A. T. is overleden zonder nakomelingen.
  9. Het arrest oordeelt dat enige daadwerkelijke materiële of morele schade niet aannemelijk wordt gemaakt en dat de klacht met burgerlijkepartijstelling met betrekking tot de telastlegging A dan ook ab initio onontvankelijk is op de volgende grond: “[De eiser] is geen rechtstreekse erfgenaam nu de biologische vader van (A.) T. nog in leven is. Uit geen enkel stuk dat voorligt aan het hof (van beroep), kamer van inbeschuldigingstelling, blijkt dat [de eiser] begunstigde was van de nalatenschap van (A.) T. op grond van een regelmatige laatste wilsbeschikking uitgaande van de overledene. Verder blijkt uit het dossier dat er tot op het ogenblik van het overlijden zelfs geen enkel contact was tussen de beide halfbroers.” Aangezien het arrest niet kon oordelen dat de eiser niet is geroepen tot de nalatenschap van A. T., is die beslissing niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Overige grieven
  10. De overige grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 7 februari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230207.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.