id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230210.1N.9 Rolnummer: C.22.0166.N Zaak: V. contra L. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-03-09 Raadplegingen: 1405 - laatst gezien 2026-06-19 04:07 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Dat om aan de verplichting van artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek te voldoen, het noodzakelijk maar voldoende is dat de appellant duidelijk maakt in welke mate hij zich door de beroepen beslissing gegriefd acht, zodat de geïntimeerde zijn conclusie kan voorbereiden en de appelrechter in staat is de draagwijdte van het hoger beroep na te gaan, houdt niet in dat ook de middelen tot staving van de grieven moeten worden vermeld. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn. Onsplitsbaar geschil Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1057, 7° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 Artikel 861, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, veronderstelt dat de partij die de exceptie opwerpt, door het verzuim of de onregelmatigheid haar rechten in het geding redelijkerwijze niet of niet volledig heeft kunnen laten gelden binnen de normale procesgang, waarbij de rechter nagaat of het verzuim of de onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt en onaantastbaar oordeelt over het oorzakelijk verband tussen de ingeroepen belangenschade van die partij en het verzuim of onregelmatigheid
(1).
(1)Zie Cass. 23 juni 2022, AR F.21.0052.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230324.1N.5, AC 2022, nr. 448; Cass. 13 juni 2019, AR C.18.0328.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190613.4-C.19.0001.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190613.4, AC 2019, nr. 368 met concl. van advocaat-generaal Th. Werquin, op datum in Pas. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 861, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 3 De in artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek bedoelde nietigheidssanctie is enkel mogelijk is in geval van belangenschade van de geïntimeerde, die dit moet aantonen
(1).
(1)Zie Cass. 23 juni 2022, AR F.21.0052.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230324.1N.5, AC 2022, nr. 448; Cass. 13 juni 2019, AR C.18.0328.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190613.4-C.19.0001.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190613.4, AC 2019, nr. 368 met concl. van advocaat-generaal Th. Werquin, op datum in Pas. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn. Onsplitsbaar geschil Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 861, eerste en tweede lid, en 1057, 7° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 4 In geval van schending van artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek met belangenschade van de geïntimeerde, kan de rechter, met het oog op het herstel van de schade de zaak uitstellen met bepaling van conclusietermijnen waarbinnen eerst de appellant zijn grieven tegen de beroepen beslissing verduidelijkt en vervolgens de geïntimeerde kan repliceren. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1057, 7° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 5 Komt de appellant de herstelmaatregel na door zijn oorspronkelijke grieven tegen een beroepen beslissing te verduidelijken, dan kan de appelrechter de appelakte niet meer nietig verklaren wegens een schending van artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek, ook al grijpt de appellant de herstelmaatregel aan om nieuwe grieven te formuleren zodat mogelijk een andere procedurele sanctie zich opdringt. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1057, 7° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0166.N J. V. B., eiser, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beschikking van 26 april 2022 (nr. G.22.0021.N), vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de eiser woonplaats kiest, tegen V. L., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 14 oktober
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Eerste subonderdeel
- Krachtens artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek moet, behoudens wanneer het hoger beroep bij conclusie wordt ingesteld, de appellant in zijn verzoekschrift tot hoger beroep, op straffe van nietigheid, de grieven tegen de beroepen beslissing vermelden. Om aan deze verplichting te voldoen is het noodzakelijk maar voldoende dat de appellant duidelijk maakt in welke mate hij zich door de beroepen beslissing gegriefd acht, zodat de geïntimeerde zijn conclusie kan voorbereiden en de appelrechter in staat is de draagwijdte van het hoger beroep na te gaan. De verplichting de grieven te vermelden houdt niet in dat ook de middelen tot staving van de grieven moeten worden vermeld.
- Krachtens artikel 861, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter een proceshandeling alleen dan nietig verklaren of het niet-naleven van een termijn die op straffe van nietigheid is voorgeschreven sanctioneren, indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt. Deze bepaling onderstelt dat de partij die de exceptie opwerpt door het verzuim of de onregelmatigheid haar rechten in het geding redelijkerwijze niet of niet volledig heeft kunnen laten gelden binnen de normale procesgang. De rechter gaat na of het verzuim of de onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt en oordeelt onaantastbaar over het oorzakelijk verband tussen de ingeroepen belangenschade van die partij en het verzuim of onregelmatigheid. Krachtens artikel 861, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek maakt de rechter, wanneer hij vaststelt dat de bewezen belangenschade kan worden hersteld, op kosten van de opsteller van de onregelmatige akte, de verwerping van de exceptie van nietigheid afhankelijk van de uitvoering van de maatregelen waarvan hij de inhoud en de termijn waarna de nietigheid zal worden verkregen, bepaalt.
- Uit de samenhang van voormelde wetsbepalingen volgt dat de in artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek bedoelde nietigheidssanctie enkel mogelijk is in geval van belangenschade van de geïntimeerde, die dit moet aantonen. Voorts kan de rechter, in geval van schending van artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek met belangenschade van de geïntimeerde, met het oog op herstel van deze schade de zaak uitstellen met bepaling van conclusietermijnen waarbinnen eerst de appellant zijn grieven tegen de beroepen beslissing verduidelijkt en vervolgens de geïntimeerde kan repliceren.
- Gelet op een eerder debat omtrent de appelakte van de eiser en een mogelijke schending van artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek met belangenschade van de verweerster, stelde de appelrechter de zaak uit met bepaling van conclusietermijnen waarbinnen eerst de eiser als appellant zijn grieven tegen het beroepen vonnis diende te verduidelijken en vervolgens de verweerster als geïntimeerde kon repliceren. De appelrechter preciseerde daarbij dat “het blijvend neerleggen van documenten die niet overeenkomstig de terzake relevante wettelijke bepalingen werden opgesteld en waarvan de inhoud niet beantwoordt aan de vereiste technische benadering, ertoe kan leiden dat desgevallend zal moeten worden vastgesteld dat de vrijwaring van de rechten van verdediging in hoofde van [de verweerster] enkel en alleen kan gerealiseerd worden door in zijnen hoofde hetzij de sanctie voorzien ingeval van een exceptie ‘obscuri libelli’ dan wel procesrechtsmisbruik in overweging te nemen”.
- De appelrechter stelt vervolgens in het bestreden arrest vast dat: - de appelakte van de eiser niet voldoet aan artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek; - de verweerster in limine litis belangenschade aanvoerde en de nietigheid van de appelakte dan wel de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep opwierp; - de eiser daartegen aanvoert dat de verweerster geen belangenschade bewijst en, zelfs in geval van belangenschade, de appelrechter inmiddels een herstelmaatregel heeft opgelegd, die de eiser stipt is nagekomen; - de eiser inderdaad bij wijze van herstelmaatregel de mogelijkheid heeft gekregen conclusie te nemen met verduidelijking van zijn grieven om zodoende de nietigheidssanctie te vermijden; - de partijen in uitvoering van die maatregel tijdig conclusie hebben genomen; - de eiser die maatregel heeft aangegrepen om steeds meer omvattende grieven en bezwaren in het raam van de voorliggende gerechtelijke vereffening-verdeling na echtscheiding op te werpen.
- De appelrechter die aldus niet weerlegt dat de eiser in uitvoering van de herstelmaatregel middels conclusie zijn oorspronkelijke grieven tegen het beroepen vonnis heeft verduidelijkt waarop de verweerster kon repliceren, en zodoende uitsluit dat een schending door de eiser van artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek met belangenschade van de geïntimeerde kan worden hersteld met toepassing van artikel 861, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het subonderdeel is gegrond. Tweede onderdeel Eerste subonderdeel
- Uit de samenhang van de in ro 1 en 2 vermelde wetsbepalingen volgt dat de in artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek bedoelde nietigheidssanctie enkel mogelijk is in geval van belangenschade van de geïntimeerde, die dit moet aantonen. Voorts kan de rechter, in geval van schending van artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek met belangenschade van de geïntimeerde, met het oog op herstel van deze schade de zaak uitstellen met bepaling van conclusietermijnen waarbinnen eerst de appellant zijn grieven tegen de beroepen beslissing verduidelijkt en vervolgens de geïntimeerde kan repliceren.
- Indien de appellant dergelijke herstelmaatregel nakomt door zijn oorspronkelijke grieven tegen de beroepen beslissing te verduidelijken, kan de appelrechter de appelakte niet meer nietig verklaren wegens schending van artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek, ook al grijpt de appellant de herstelmaatregel aan om nieuwe grieven te formuleren zodat mogelijk een andere processuele sanctie zich opdringt.
- De appelrechter die met de in ro 5 vermelde redenen niet weerlegt dat de eiser in uitvoering van de herstelmaatregel middels conclusie zijn oorspronkelijke grieven tegen het beroepen vonnis heeft verduidelijkt, verantwoordt zijn beslissing tot nietigverklaring van de appelakte wegens schending door de eiser van artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek evenmin naar recht met de reden dat “elke poging (…) om te verhelpen aan de door [de verweerster] ingeroepen belangenschade ten gevolge van de nietigheid van beroepsakte, vervolgens door [de eiser] werden/worden ‘benut als een (nieuwe) opportuniteit’ om steeds meeromvattende bezwaren en/of grieven op te werpen, hetgeen onmiskenbaar verdere/bijkomende een miskenning/inbreuk uitmaakt op de rechten van verdediging van [de verweerster] (wat de bepaling van art. 1057, 7° Ger.W. nu net betracht te verhinderen/sanctioneren)”. Het subonderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 10 februari 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230210.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250627.1N.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190613.4 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230324.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div