id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230214.2N.9 Rolnummer: P.23.0124.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-02-17 Raadplegingen: 526 - laatst gezien 2026-06-15 08:06 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Krachtens artikel 96, eerste lid, Wet Strafuitvoering staat tegen de beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank met betrekking tot de toekenning, de afwijzing, de herziening of de herroeping van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten, evenals de overeenkomstig Titel XI genomen beslissingen, cassatieberoep open voor het openbaar ministerie ambtshalve of op bevel van de Minister van Justitie en voor de veroordeelde; die bepaling vermeldt op limitatieve wijze de beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank waartegen een veroordeelde tot vrijheidsstraf cassatieberoep kan instellen zodat het vonnis dat oordeelt dat de door de veroordeelde gevolgde procedure niet is voorzien in de Wet Strafuitvoering, er geen bijzondere redenen zijn waarom deze procedure werd gebruikt en de Wet Strafuitvoering wel in specifieke procedures voorziet om het verzoek van de veroordeelde aanhangig te maken en dientengevolge de dagvaarding van de veroordeelde onontvankelijk verklaart en haar de dagvaardingkosten te laste legt, geen beslissing is als bedoeld door artikel 96, eerste lid, Wet Strafuitvoering is zodat het cassatieberoep onontvankelijk is. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 96 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 96 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0124.N I. A. D., veroordeelde tot een gevangenisstraf, gedetineerd, eiseres, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen, van 16 januari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Krachtens artikel 96, eerste lid, Wet Strafuitvoering staat tegen de beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank met betrekking tot de toekenning, de afwijzing, de herziening of de herroeping van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten, evenals de overeenkomstig Titel XI genomen beslissingen, cassatieberoep open voor het openbaar ministerie ambtshalve of op bevel van de Minister van Justitie en voor de veroordeelde.
- Deze bepaling vermeldt op limitatieve wijze de beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank waartegen een veroordeelde tot vrijheidsstraf cassatieberoep kan instellen.
- De eiseres heeft de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen voor de strafuitvoeringsrechtbank gedagvaard om “de vordering van de eiseres ontvankelijk en gegrond te verklaren en dienvolgens te oordelen dat [de eiseres] vanaf 6 maart 2023 in de tijdsvoorwaarde is om de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorwaardelijke invrijheidstelling te bekomen en vanaf 7 september 2022 in de tijdsvoorwaarde is om de strafuitvoeringsmodaliteit van elektronisch toezicht en beperkte detentie te bekomen”. Zij voert daartoe onder meer aan dat: - op de detentiefiche van 17 augustus 2021 wordt vermeld dat de eiseres voor de strafuitvoeringsmodaliteit van de beperkte detentie en het elektronisch toezicht in aanmerking komt vanaf 6 september 2027 en voor haar voorwaardelijke invrijheidstelling vanaf 4 maart 2028; - na tussenkomst van de raadsman van de eiseres de gevangenisdirectie op 26 juli 2021 meedeelde dat de detentiefiche werd aangepast en op basis van die detentiefiche de eiseres in aanmerking kwam voor zowel beperkte detentie als elektronisch toezicht vanaf 7 september 2022 en voor voorwaardelijke invrijheidstelling vanaf 6 maart 2023; - op 17 augustus 2021 evenwel de detentiefiche van de eiseres opnieuw werd gewijzigd naar de oude datums voor beperkte detentie, elektronisch toezicht en voorwaardelijke invrijheidstelling, omdat de Wet Strafuitvoering bepaalt dat voor veroordelingen tot een correctionele gevangenisstraf van dertig jaar tot veertig jaar, tot opsluiting van dertig jaar of meer of tot een levenslange opsluiting die kracht van gewijsde hebben verkregen na 19 maart 2013, vijftien jaar van de straf moet zijn ondergaan en de eiseres na deze datum werd veroordeeld tot een criminele straf van dertig jaar; - op grond van artikel 2 Strafwetboek evenwel de meest gunstige strafuitvoering moet worden gehanteerd die ten tijde van de feiten van kracht was en die gunstiger is dan de strafuitvoering die ten tijde van de veroordeling van toepassing was.
- Het bestreden vonnis oordeelt dat de door de eiseres gevolgde procedure niet is voorzien in de Wet Strafuitvoering, er geen bijzondere redenen zijn waarom deze procedure werd gebruikt en de Wet Strafuitvoering wel in specifieke procedures voorziet om het verzoek van de eiseres aanhangig te maken, zodat de dagvaarding van de eiseres onontvankelijk wordt verklaard en de dagvaardingkosten te haren laste worden gelegd.
- Dat is geen beslissing als bedoeld door artikel 96, eerste lid, Wet Strafuitvoering. Bijgevolg is het cassatieberoep van de eiseres niet ontvankelijk. Middel
- Het middel dat geen betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 14 februari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230214.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div