← België

J.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230221.2N.10 Rolnummer: P.22.1575.N Zaak: J. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-03-02 Raadplegingen: 662 - laatst gezien 2026-06-19 04:43 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 De straffen waarin artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet voorziet, kunnen niet worden verminderd door het aannemen van verzachtende omstandigheden; artikel 29, § 4, eerste lid, Wegverkeerswet is niet van toepassing op de geldboete waarin artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet voorziet en bij afwezigheid van een bepaling die overeenkomstig artikel 100 Strafwetboek artikel 85 Strafwetboek toepasselijk verklaart op het door artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf, is het aannemen van verzachtende omstandigheden evenmin mogelijk op grond van die bepaling van het Strafwetboek

(1).
(1)Zie Cass. 10 maart 2020, AR P.19.1245.N, AC 2020, nr. 176, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200310.2N.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 48 WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 29 STRAF - VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN. VERSCHONINGSGRONDEN Tekst van de beslissing Nr. P.22.1575.N M. R. J. J., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bart Bleyaert, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 28 oktober
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis beantwoordt niet eisers in zijn grievenformulier opgenomen verzoek om rekening te houden met verzachtende omstandigheden.
  4. De straffen waarin artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet voorziet, kunnen niet worden verminderd door het aannemen van verzachtende omstandigheden.
  5. Artikel 29, § 4, eerste lid, Wegverkeerswet is niet van toepassing op de geldboete waarin artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet voorziet.
  6. Bij afwezigheid van een bepaling die overeenkomstig artikel 100 Strafwetboek artikel 85 Strafwetboek toepasselijk verklaart op het door artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf, is het aannemen van verzachtende omstandigheden evenmin mogelijk op grond van die bepaling van het Strafwetboek.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  8. De appelrechters dienen bijgevolg eisers doelloos verzoek strekkende tot het aannemen van verzachtende omstandigheden niet te beantwoorden. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  9. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering en artikel 8 Probatiewet: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiser geen probatie-uitstel meer kan genieten en het omkleedt de weigeringsbeslissing om probatie-uitstel te verlenen niet regelmatig met redenen.
  10. Uit artikel 8, § 1, vierde lid, Probatiewet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering volgt dat de rechter die weigert probatie-uitstel van tenuitvoerlegging te verlenen als dit wettelijk mogelijk is, die beslissing nauwkeurig moet motiveren, zij het dat die motivering beknopt mag zijn. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  11. Het bestreden vonnis stelt bij de bepaling van de straf vast dat de eiser een man is van 52 jaar oud met 18 gerechtelijke antecedenten, waarbij deze voorgaanden hoofdzakelijk betrekking hebben op het wegverkeer. Het oordeelt verder dat naast de geldboete het rijverbod van zes maanden ten zeerste gepast is om de eiser ertoe aan te zetten de hem opgelegde rijverboden stipt na te leven, in plaats van ongestoord verder te sturen, spijts het verval. Het voegt daaraan toe dat de rechter telkens de wettelijke minima heeft opgelegd, het gelet op de vele voorgaanden uitgesloten is dat de eiser nog gunstmaatregelen zou genieten, de eiser overigens niet meer voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor een gewoon uitstel van tenuitvoerlegging en de eerste rechter artikel 29, § 4, tweede lid, Wegverkeerswet heeft toegepast.
  12. Met die redenen oordelen de appelrechters niet dat de eiser niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden om probatie-uitstel te genieten, maar wel dat die maatregel in deze strafvervolging lastens de eiser niet opportuun is. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  13. Met die redenen motiveren de appelrechters bovendien op nauwkeurige wijze waarom het verlenen van probatie-uitstel van tenuitvoerlegging aan de eiser niet opportuun is. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 21 februari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230221.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200310.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.