id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230221.2N.2 Rolnummer: P.22.1471.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-03-02 Raadplegingen: 565 - laatst gezien 2026-06-15 08:08 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Valsheid in geschriften is een aflopend misdrijf dat voltrokken is op het moment van de waarheidsvermomming, wanneer op dat moment ook aan alle andere constitutieve bestanddelen is voldaan; opdat een geschrift vals kan zijn, moet het bijgevolg niet eerst worden voorgelegd aan derden, maar moet het enkel op het moment van de waarheidsvermomming van aard zijn de derden te kunnen misleiden aan wie de dader de voorlegging ervan beoogt of redelijkerwijze kan voorzien zodat ook strafbaar is de dader van de valsheid die het valse geschrift bewaart om het op het gepaste moment voor te leggen aan dergelijke derden; de rechter oordeelt op grond van de feiten die hij onaantastbaar vaststelt of dit het geval is. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Tekst van de beslissing Nr. P.22.1471.N I J. M. B. V. D. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sam Vlaminck, advocaat bij de balie Antwerpen. II M. R. C. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Thibaud Delva, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen M. S., vrijwillig tussengekomen partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 oktober
- De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser I voert geen middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep II
- De eiser II heeft niet de bij artikel 416 Wetboek van Strafvordering vereiste hoedanigheid om op te komen tegen de beslissing die de vordering van de verweerster tot teruggave van in beslag genomen goederen verwerpt. In zoverre tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep II niet ontvankelijk. Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 193 Strafwetboek: het arrest oordeelt dat de leningsovereenkomst van 3 maart 2017 en het document kwijtschelding schuld van 1 mei 2019, die werden aangetroffen ter gelegenheid van een huiszoeking bij de eiser, zich opdringen aan het openbaar vertrouwen; deze documenten werden echter niet voorgelegd of kennisgegeven aan de overheid of particulieren, zodat ze zich niet opdrongen aan de openbare trouw.
- Het misdrijf valsheid in geschriften als bedoeld in de artikelen 193, 196 en 214 Strafwetboek bestaat erin in een door de wet beschermd geschrift, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de waarheid te vermommen op een bij de wet bepaalde wijze, terwijl hieruit een nadeel kan ontstaan.
- Een door de wet beschermd geschrift in de zin van die bepalingen is een geschrift dat in een zekere mate tot bewijs kan strekken, dit is zich aan het openbare vertrouwen opdringt, zodat de overheid of particulieren die kennis ervan nemen of aan wie het wordt voorgelegd, kunnen overtuigd zijn van de waarachtigheid van de rechtshandeling die of het rechtsfeit dat in dit geschrift is vastgelegd of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten.
- Valsheid in geschriften is een aflopend misdrijf dat voltrokken is op het moment van de waarheidsvermomming, wanneer op dat moment ook aan alle andere constitutieve bestanddelen is voldaan. Opdat een geschrift vals kan zijn, moet het bijgevolg niet eerst worden voorgelegd aan derden, maar moet het enkel op het moment van de waarheidsvermomming van aard zijn de derden te kunnen misleiden aan wie de dader de voorlegging ervan beoogt of redelijkerwijze kan voorzien. Bijgevolg is ook strafbaar de dader van de valsheid die het valse geschrift bewaart om het op het gepaste moment voor te leggen aan dergelijke derden. De rechter oordeelt op grond van de feiten die hij onaantastbaar vaststelt of dit het geval is. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 19-20, nr. 1.10-12 en p. 25-26, nr. 2.10-2.11) oordeelt dat de leningsovereenkomst en het document kwijtschelding schuld, die bij een huiszoeking bij de eiser werden aangetroffen, door hem valselijk zijn opgesteld om de herkomst te verdoezelen van de illegale gelden waarmee hij zijn woning heeft gekocht en om de witwasoperatie die het voorwerp uitmaakt van de telastleggingen D te voltooien, alsook dat de eiser zich voor de appelrechters ten onrechte op de rechtsgeldigheid van die documenten blijft beroepen om de legale herkomst van de bedoelde gelden aannemelijk te maken. Hieruit blijkt dat de eiser die documenten heeft vervalst om aan de hand van deze valsheden de gerechtelijke overheid op het gepaste moment te misleiden over de herkomst van de erin vermelde gelden. Het arrest dat op deze gronden oordeelt dat de vermelde documenten zich opdringen aan de openbare trouw, verantwoordt de beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsplicht van de rechter: het arrest beantwoordt niet en alleszins niet op dienstige wijze het verweer van de eiser dat de leningsovereenkomst en het document kwijtschelding schuld niet werden voorgelegd of ter kennis gegeven aan de overheid of aan particulieren, zodat deze zich niet opdrongen aan de openbare trouw.
- Met de redenen aangeduid in het antwoord op het eerste onderdeel, die dit onderdeel niet allemaal vermeldt, verwerpt en beantwoordt het arrest eisers verweer. Dat antwoord laat de eiser toe de beslissing te begrijpen en is derhalve dienstig, zonder dat het arrest nog moest antwoorden op eisers doelloze verweer dat een geschrift zich slechts aan de openbare trouw opdringt wanneer het effectief aan derden is overgelegd. Aldus is de beslissing regelmatig met redenen omkleed. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek: het arrest verwerpt eisers verweer dat hij het bedrag van 866.605,92 euro heeft bijeen gespaard tijdens de 13 jaren dat hij in de haven was tewerkgesteld en dat dit bedrag dus geen illegale oorsprong had, met de reden dat de eiser dit bedrag heeft uitgegeven om het gezin van te laten leven en de vaste kosten te dragen; dit is niet correct en is niet bewezen.
- Het middel komt in zijn geheel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het arrest en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 241,51 euro, waarvan de eiser I 120,75 euro is verschuldigd en de eiser II 120,76 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 21 februari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230221.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div