id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230221.2N.4 Rolnummer: P.22.1448.N Zaak: SPAR HALEN contra A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-03-02 Raadplegingen: 933 - laatst gezien 2026-06-16 13:24 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 In strafzaken kan de rechter de in het ongelijkgestelde partij ambtshalve veroordelen tot betaling aan de in het gelijkgestelde partij van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding; op die beslissing is het beschikkingsbeginsel niet van toepassing
(1).
(1)Zie ook Cass. 19 november 2008, AR P.08.0807.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081119.3, AC 2008, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Tekst van de beslissing Nr. P.22.1448.N SPAR HALEN bv in vereffening, met zetel te 3560 Lummen, Kriekelse Hoekstraat 20, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Robby Loos, advocaat bij de balie Limburg, tegen
- N. A., beklaagde,
- A. A., beklaagde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 18 oktober
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest gehecht is, twee middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt niet eiseres’ omstandig verweer in conclusie dat het standpunt van de eerste verweerder over het vermeende zwartwerk geheel ongeloofwaardig is.
- De verplichting van artikel 149 Grondwet elk vonnis met redenen te omkleden houdt niet in dat de rechter moet antwoorden op elk argument dat tot staving van een middel is aangevoerd, maar geen afzonderlijk middel vormt.
- Met het geheel van redenen die het arrest (randnr. 4.4.3, p. 6-8) bevat, beantwoordt en verwerpt de appelrechter het door het middel bedoelde verweer betreffende het zwartwerk, zonder dat hij dient te antwoorden op argumenten die louter tot staving van dit verweer worden aangevoerd, maar die geen afzonderlijk verweer vormen. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek, alsmede miskenning van het beschikkingsbeginsel als algemeen rechtsbeginsel: de appelrechter oordeelt ultra petita door de eiseres te veroordelen tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding van 9.800,00 euro; in hun conclusie hebben de verweerders geen rechtsplegingsvergoeding gevorderd voor de procedure in hoger beroep (eerste en tweede onderdeel).
- In strafzaken kan de rechter de in het ongelijkgestelde partij ambtshalve veroordelen tot betaling aan de in het gelijkgestelde partij van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding. Op die beslissing is het beschikkingsbeginsel niet van toepassing. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,71 euro, waarvan 45,71 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 21 februari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230221.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081119.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div