← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 32 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 32 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 32 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Opsporingshandelingen Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 32 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1750.N C. F. G. V., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Bart Bleyaert, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 25 november

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 15 februari 2023 een schriftelijke conclusie ingediend ter griffie van het Hof. Raadsheer Filip Van Volsem heeft op de rechtszitting van 28 februari 2023 verslag uitgebracht en de voormelde advocaat-generaal heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM, artikel 14.2 en 14.3.g IVBPR en de artikelen 6 en 7 alsook de overwegingen 24, 25 en 27 van de preambule bij de richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn: door het gebrek aan medewerking door de eiseres in haar nadeel te interpreteren en zulks als steunmotief voor de schuldigverklaring aan te wenden, miskent het bestreden vonnis het vermoeden van onschuld en het absoluut zwijgrecht van de eiseres.
  3. Het zwijgrecht en het recht om zichzelf niet te beschuldigen, zoals gewaarborgd door artikel 6.1 EVRM, verzetten zich ertegen dat de rechter de schuldigverklaring van een beklaagde aan het door artikel 32 Wegverkeerswet bedoelde wanbedrijf van het wetens toevertrouwen van een motorvoertuig aan een persoon die niet voorzien is van een rijbewijs mede grondt op de vaststelling dat de beklaagde geen medewerking heeft verleend aan het onderzoek door geen gevolg te geven aan opeenvolgende schriftelijke en telefonische oproepingen en niet op te dagen op de met de politie gemaakte afspraken. Het zwijgrecht houdt niet enkel het recht in om niet tegen zichzelf te getuigen, maar ook om niet mee te werken aan de eigen beschuldiging. Het bestreden vonnis dat anders oordeelt, is niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  4. De grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behoudens in zoverre het uitspraak doet over de ontvankelijkheid van de hogere beroepen en het de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot een tiende van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 160,27 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 28 februari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230228.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230228.2N.16 geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2023:ARR.20230622.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.